PAASVUUR Ik sta bij het paasvuur in de Achterhoek. Terug in mijn geboortedorp is iedereen is het er over eens; het is een goeie bult hout dit jaar en de fik zit er goed in. Op een afstandje van het vuur zitten talloze groepjes met pubers, net als vroeger. Ze schreeuwen, lonken en drinken. Om de meisjes zwerven jongens, van het type 'meisjes plagen, kusjes vragen'. Naast ons een boos meisje. Haar ouders nemen de telefoon niet op en nu weet ze niet hoe laat ze thuis moet zijn. FIKKIE Eigenlijk let niemand op de band. Ze zetten een paar keer hetzelfde nummer in, dan is er een batterij op en gaat de muziek geruisloos over op een cd'tje. Niemand lijkt het erg te vinden. In de bosjes stoken wat jochies een fikkie. Op hun gemak wandelen drie mannen met gele veiligheidsjasjes en zaklampen erop af en maken het vuurtje uit. KROEGPRAAT Na dit puberparadijs gaan mijn zussen en ik naar de kroeg, daar speelt een iets overtuigender band. Dat ik ze niet ken is een belediging geloof ik, aan de reactie van Hans te merken. Hans ken ik van minstens 15 jaar geleden. Toen hebben we heel veel met elkaar gezoend, zegt hij. En dat we dan meestal heel erg dronken waren. Vooral ik, zegt hij. En of ik me Jan nog herinner, daar zoende ik ook veel mee. Ik kan het me allemaal nog herinneren en besluit na m'n tweede cola light maar weer naar huis te gaan. REGRESSIETHERAPIE Vandaag ben ik in regressietherapie geweest. Sinds ik de film over de vuurwerkramp aan het maken ben heb ik de meeste afgrijselijke nachtmerries, tenminste áls ik in slaap weet te vallen. Op internet vond ik een therapeute in de buurt die je in trance weet te brengen en je dan mee terug neemt naar de gebeurtenis waar je last van hebt. Door het te herbeleven kun je je problemen aanpakken. In het verleden als het ware, zodat je er nu geen last meer van hebt. Ik heb echt weken uitgekeken naar deze dag, m'n scepsis zoveel mogelijk aan de kant geschoven en ben er helemaal klaar voor. VRAGEN Ik lig op de matras en de therapeut praat me naar het moment van de ramp. Ik hoor mezelf in kleine mompelende zinnetjes antwoord geven. Tussendoor vraag ik me af of ik de kat wel eten heb gegeven, of ik nou wel in trance ben, en of het bandje van de camera er wel goed inzit. KNUFFEL We nemen alles op voor de film. Daar is m'n therapeut minstens zo zenuwachtig over als ik, maar na een tijdje lig ik gedwee een traan weg te pinken en binnen no-time geef ik mezelf een knuffel. Dat wil zeggen, de Astrid van negen jaar geleden. Die had nog een knuffel nodig, zegt m'n therapeut. Best een beetje gek denk ik nog even, maar wat kan mij het eigenlijk schelen, die knuffel kan ik krijgen. De rest van de dag heb ik ronkende hoofdpijn. Astrid Bussink (Eibergen, 1975) is filmmaker