Schrijven is lezen, is een veelgehoorde opvatting. Er zijn schrijvers die bijna nooit iets lezen, afgezien van kranten en tijdschriften, omdat ze willen voorkomen dat ze beïnvloed worden door andere auteurs. Persoonlijk geloof ik niet in het idee dat je teveel beïnvloed kunt worden, sterker nog: je kunt je niet genoeg laten beïnvloeden door anderen. Je hoeft het wiel heus niet helemaal zelf uit te vinden, wees maar niet bang dat je een slap aftreksel van ‘Nooit meer slapen’ of ‘Kort Amerikaans’ produceert. Een slap aftreksel van een goed werk lijkt namelijk in de verste verte niet op dat goede werk.
Plagieer je dus als beginnend schrijver rustig een slag in de rondte en leer van de grote schrijvers, zou ik zeggen, maar bega daarna niet de fout het manuscript naar een uitgever te sturen. Als het af is, is de beste plek de papierversnipperaar. Herhaal deze behandeling met een aantal uiteenlopende auteurs. Het stijlverschil dat anderen zo van elkaar onderscheidt, maakt je namelijk bewust van je eigen stijl en de toon die je wilt hanteren. Je leert ook heel goed je eigen mogelijkheden- en onmogelijkheden kennen. Uiteindelijk geldt voor het schrijven natuurlijk hetzelfde als voor alle andere beroepen: je moet roeien met de riemen die je hebt, wat je er echter niet van hoeft te weerhouden die riemen te schuren, te schilderen en te polijsten tot je er kramp van in je armen krijgt.
Mijn voorkeur gaat uit naar Nederlandse schrijvers. In het verleden las ik alles van Simon Carmiggelt en Godfried Bomans. Die meesterlijke ironische toon, die wilde ik ook beheersen, maar ook het krachtige, zintuiglijke proza van Jan Wolkers maakte indruk. Later kwam daar Willem Frederik Hermans bij, die me met zijn intellectuele afstandelijkheid imponeerde. Vier hemelsbreed van elkaar verschillende schrijvers. Met hun werk in gedachten schreef ik menig verhaal.
Waar die verhalen zijn gebleven? Ze zijn ververvlogen, reeds lang geleden volkomen terecht in rook opgegaan. Het aan de open haard toevertrouwen van mijn eerste verhalen was waarschijnlijk een overbodige voorzorgsmaatregel, want geen hond zou op het idee zijn gekomen een link te leggen met het werk van de hiervoor genoemde, gevestigde auteurs.
Maar dank zij hun invloed heb ik denk ik wel mijn eigen stem kunnen ontdekken.
Conclusie? Sluit je niet af, laat je beïnvloeden. Lees!