TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen

TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen | 1q84 is te bereiken via een wenteltrap die niet bestaat

1q84 is te bereiken via een wenteltrap die niet bestaat  

door Theo Hakkert

De kolossale mythe rond Haruki Murakami (61) wordt slechts overtroffen door zijn oplagecijfers. Van de eerste twee delen van zijn romantrilogie 1q84 werden vorig jaar in Japan binnen een maand meer dan een miljoen exemplaren verkocht. Inmiddels staat die teller ver boven twee miljoen.

De Nederlandse vertaling van de eerste twee delen is de eerste Europese. De Amerikaans/Engelse wordt pas in september 2011 verwacht. Hulde voor vertaler Jacques Westerhoven en wat een voorrecht dit meesterwerk nu al in volle glorie te kunnen lezen. Want een meesterwerk is het. Hier komen de lijnen van Murakami’s schrijverschap in grootse stijl samen.

Van al zijn werk is 1q84 het boek met de grootste drive en samenhang. Waar hij in eerdere romans het aandurfde de personages pagina’s lang te laten dobberen in verveling omdat er toch even niks gebeurde, stuwt Murakami hier de handeling met grote urgentie voort.

Het verhaal speelt in 1984 en kent twee centrale figuren aan wie om en om hoofdstukken worden gewijd: de vrouw Aomame en de man Tengo, beiden dertig jaar oud. Al vrij snel is duidelijk dat ze elkaar ergens van kennen, maar het duurt 271 pagina’s voordat onthuld wordt waarvan.

Vanaf de eerste pagina beitelt Murakami het heldere beeld van het verhaal op het netvlies van de lezer. Die lezer zit meteen voorgoed rechtop. Elk achteloos detail kan van levensbelang zijn – en is dat uiteindelijk ook. Aomame zit in een taxi. Ze herkent de muziek op de radio, een stuk van Janaçek. In een taxi? Of hoort zij het in haar hoofd? De toon van argwaan is gezet.

Aomame heeft haast, maar de file is onverbiddelijk. De taxichauffeur vertelt haar dat ze gebruik kan maken van een trap die omlaag leidt naar een station. Zo is ze op tijd voor haar afspraak. Blijkt dat Aomame een kille huurmoordenaar is. Met een zeer dunne naald prikt ze een man in de nek, tot in de kleine hersenen. Dood in één tel, zonder sporen na te laten.

Tengo is wiskundeleraar en schrijver, maar hij heeft nog niets gepubliceerd. Hij krijgt van een schimmige relatie bij een literair tijdschrijft het voorstel een manuscript van een 17-jarige schrijfster te bewerken over een meisje dat in een commune leeft. Door de schuld van dat meisje sterft een geit. Haar straf is dat ze bij het kadaver wordt opgesloten. ’s Nachts komen ‘little people’ uit de dode geit gekropen.Het boek wordt een bestseller. Maar de jonge schrijfster ervan blijkt een dyslectische schoonheid die amper van haar woord komt. De commune uit haar boek blijkt echt te bestaan. Achter het masker van een goedaardige beweging gaat een gruwelsekte schuil, bestierd door een man die onder het mom dat hij een opvolger wil verwekken seks heeft met meisjes van tien.

Hier vloeien de verhaallijnen dan eindelijk samen. Aomame krijgt haar opdrachten van een oude dame die misbruik van vrouwen wil wreken en de communeleider is de laatste en belangrijkste op het lijstje. Maar eenmaal met de man alleen en met de dunne naald in aanslag leert Aomame dat de man het allemaal heeft doorzien. ‘Dood mij en de little people zullen Tengo laten leven’, bezweert de leider, maar zelf zal Aomame niet langer worden beschermd. Hij stelt haar voor een faustiaans dilemma.

Inmiddels heeft ze vastgesteld dat ze in een parallel universum leeft, genaamd 1q84 – q staat voor question mark, vraagteken. Wie in 1q84 leeft, ziet twee manen in plaats van één. Als ze teruggaat naar de plek waar de taxichauffeur haar uit heeft laten stappen, blijkt de trap omlaag naar het station niet te bestaan. Daar is ze toen meteen al 1q84 binnengegaan, concludeert ze.Tussen de louter fascinerende personages valt Aomame extra op, omdat ze ontegenzeggelijk iets heeft van Lisbeth Salander uit Stieg Larsson’s Millennium-trilogie. De overeenkomst zit in hun onaangepaste, strijdbare, eigengereide en solitaire optreden. Dat op pagina 346 zowaar de zin ‘Mannen die vrouwen haten’ te lezen valt, is vast en zeker toeval. Maar wat is toeval bij Haruki Murakami?

Alles hangt met alles samen. Geen mus valt zonder reden van het dak. Komt in een boek een pistool ter sprake, dan zal het ooit afgaan. Murakami speelt het spel met deze literaire conventies met verve door ze openlijk in het boek ter sprake te brengen. Aomame heeft een pistool. Maar gaat het ook af? Murakami maakt duidelijk dat hij zo zijn eigen conventies schept. Of het pistool afgaat of niet doet er in feite niet toe.

Bovenstaande samenvatting zal wellicht wenkbrauwen doen fronsen. ‘Little people’ die ‘s nachts uit een dode geit komen klauteren? Dat doet een wel zeer stevig beroep op het opschorten van je ongeloof. Zeker in een roman die voor Murakami’s doen dicht bij de grond blijft.
‘Little people’ moet worden gelezen als Murakami’s tegenhanger van Big Brother uit George Orwell’s 1984. Ze zijn net zo alwetend en sturend op de achtergrond aanwezig, al weet Aomame hun invloed te weerstaan. Of en hoe zij hiervoor een prijs moet betalen, moet blijken uit deel 3. Wachten met lezen van 1q84 tot deel 3 verschijnt wordt ten strengste afgeraden en zal leiden tot grote spijt.

 
1q84 is te bereiken via een wenteltrap die niet bestaat van  Theo Hakkert
Gepubliceerd: 18-06-2010 , Laatst bijgewerkt: 30-06-2010

Extra info

Haruki Murakami: 1q84. Vertaling: Jacques Westerhoven. Set van twee gebonden delen. E 49,90. Uitgeverij Atlas. Verschijnt zaterdag 26 juni.