Kind van een vreemde van Alan Hollinghurst is van begin tot eind een uiterst komisch boek, zonder dat het van de dijenkletsers aan elkaar hangt.
door Arie Storm
John Updike schreef eens dat je moest wennen aan de romans van de Engelse schrijver Alan Hollinghurst. Ze worden meedogenloos en onstuitbaar bevolkt door homoseksuele mannen. Ja, riep Updike verbaasd uit, op een glimp van een enkele verdwaalde zus of moeder na was nergens een vrouw te bekennen! Tijdens het lezen van de verder door hem zeer gewaardeerde boeken van Hollinghurst, deed dit hem na een tijdje verlangen naar de 'chirp and swing and civilizing animation of a female character'.
Updike is alweer meer dan twee jaar dood, maar nu is er dan toch een roman van Hollinghurst verschenen die vermoedelijk zijn volledige instemming zou hebben gehad. Hollinghurst schrijft net zo goed als altijd, maar in Kind van een vreemde, zoals het boek heet, draait het voor een niet onaanzienlijk deel om Daphne. We maken haar mee van fris zestienjarig meisje tot uitgebluste tachtiger. Maar ze heeft - natuurlijk, ben je geneigd te zeggen - wel haar hart verpand aan een man die eigenlijk meer van de herenliefde is. Want, moet Hollinghurst hebben gedacht, het moet voor mij ook wel een beetje leuk blijven.
En leuk is Kind van een vreemde zeker, deze roman is zelfs meer dan leuk. Kind van een vreemde is van begin tot eind een uiterst komisch boek, zonder dat het van de dijenkletsers aan elkaar hangt.
Het is zoals altijd de toon die het hem doet; de roman lijkt te zijn geschreven met voortdurend 'de tong in de wang'. Kind van een vreemde is, kortom, een heel erg Engels boek, maar het is zeker ook uiterst genietbaar voor ons, eenvoudige continentbewoners.
Hollinghurst is de meester van de vrije indirecte rede: dat is een in de negentiende eeuw ontwikkelde manier van vertellen en die heeft hij op een moderne manier vervolmaakt. Moeiteloos kruipt hij in en uit het hoofd van de diverse personages, en daarbij past hij zijn taalgebruik treffend aan. Iedereen heeft in deze roman zijn eigen talige bereik - van kamermeisje tot heer des huizes en van romantisch dichter tot aan malafide biograaf - zonder dat het een rommeltje wordt. Hollinghurst blijft de touwtjes stevig in handen houden. Door Hollinghurst te lezen kun je leren schrijven, echt schrijven - hij zou verplichte lectuur moeten zijn voor al die journalisten, advocaten, acteurs en andere pretfiguren die zich nu eens serieus op het romanschrijven willen toeleggen.
In Kind van een vreemde staat een gedicht centraal, en dat is ook wel eens prettig. Het is geschreven door de jonge, aristocratische dichter Cecil Valance. Dat is een zelfverzekerd type. In het begin van het boek, we zitten dan vlak voor de Eerste Wereldoorlog, komt hij logeren bij zijn studievriend van Cambridge, George. Dat is de broer van de eerder genoemde Daphne. George en Daphne en nog wat familieleden wonen in een landhuis met een prachtige tuin eromheen.
Als volgt ziet de moeder van George en Daphne deze Cecil binnenkomen. Cecil maakt in zijn lichte linnen kleren en met de hoed in de hand, een merkwaardig zorgeloze indruk. En dan staat er dit: 'Het leek alsof hij binnentrad vanuit zijn eigen tuin.'
Ja, dat is werkelijk heel goed gedaan.
Dat gedicht van Cecil is overigens nogal matig. Maar Cecil komt om in de Eerste Wereldoorlog, en het vers krijgt prompt een iconische waarde. Die reputatie blijft vrij lang in het boek onaangetast. Op een gegeven moment wordt echter alles toch weer anders, zoals wel meer in dit boek in zijn tegendeel gaat verkeren. Hollinghurst neemt ons aan de hand van zijn personages mee door zoÕn beetje de gehele twintigste eeuw. En aan het eind staat alles wat we zeker dachten te weten op zijn kop.
Die omkeringen werkt Hollinghurst overigens zeer geestig uit en ook met de nodige zelfspot. Ja, Kind van een vreemde is een van de grappigste en tegelijkertijd ook een van de mooiste boeken van dit jaar.