TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen

TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen | 'Als je schrijft, ontdek je wat je niet weet'

'Als je schrijft, ontdek je wat je niet weet'  

Uiteindelijk zijn we allemaal op zoek naar de zin van het bestaan. Een open deur, maar die zoektocht leidde in het Wenen van begin twintigste eeuw wel tot een vernieuwing in de kunst, filosofie en wetenschap met het gedachtegoed van Kierkegaard (1813-1855) als belangrijke bindende factor. Dat ontdekte Arnout Weeda (1946) van wie onlangs zijn boek 'Het mysterie van Wenen' verscheen.

Het Wenen van de fin de siècle loopt als een rode draad door het leven van Weeda, getriggerd door de filosofie van Wittgenstein (1889-1951). „Deze filosoof intrigeerde me al in mijn studententijd, maar ik had toen geen tijd om me er verder in te verdiepen. Ik ontdekte tijdens mijn studie economie - het verband met Wittgenstein kon ik toen nog niet leggen - dat de Oostenrijkse school eind negentiende eeuw een nieuwe richting insloeg in het economisch denken."

Tel daar liefde voor de muziek van Mahler (1860-1911) en de kennismaking met het werk van de Oostenrijkse schrijver Robert Musil (1880-1942) bij op. Dan wordt duidelijk dat Weeda's aandacht steeds uitgaat naar personen die in dezelfde periode op zoek zijn naar hun eigen werkelijkheid. Toch duurde het jaren voor Weeda zich daadwerkelijk onderdompelde in het Wenen van rond 1900. „Na mijn studie heb ik enige tijd in de journalistiek gewerkt en was van 1988 tot 2005 directeur van het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Pas daarna vond ik echt de tijd om mijzelf te verdiepen en het meest wijzer kon ik worden door te gaan schrijven. Als je verbanden onder woorden wil brengen, is schrijven voor mij het meest logische proces."

„Als je schrijft, ontdek je wat je niet weet", stelt de auteur. Toch ging een lange tijd van lezen vooraf aan zijn periode van schrijven. „Er is heel veel te lezen over Wenen, maar je kunt onmogelijk alles lezen. Ik keek vooral naar verwijzingen en soms waren het toevaltreffers die brachten naar wat ik zocht. Ik vergelijk dat proces met een puzzel - mijn vader was gek op puzzelen -, waarbij het soms lang zoeken is naar het juiste puzzelstukje. Maar als je het dan vindt, dan geeft dat een euforisch gevoel en zeker wanneer er een beeld ontstaat dat verrast en meer oplevert dan je verwacht had."

Weeda's doel was om dichter bij het mysterie van Wenen te komen in een tijd waarin zich op heel veel terreinen belangrijke vernieuwingen voordeden, zowel in de psychologie en filosofie als in de muziek en beeldende kunst. Voor Weeda stond vast dat hier geen sprake kon zijn van een toevalstreffer, hij vermoedde dan ook dat een gemeenschappelijke bron ten grondslag heeft gelegen aan die onderlinge samenhang. „Dat dat Kierkegaard was, kwam ik al schrijvend achter. Deze Deense filosoof meende dat je je eigen bestaan vormgeeft door je manier van leven en dat is precies wat je ook ziet in de joodse cultuur in Wenen rond 1900."

Wenen kende in die tijd een hoog aantal joodse inwoners. In de tweede helft van de negentiende eeuw was Wenen een toevluchtsoord voor joden uit Midden-Europa. Ze genoten in de Oostenrijkse stad bescherming van de keizer en hadden er toegang tot de liberale politieke macht. Dat veranderde met de Weense beurskrach in 1873, die leidde tot een opkomend antisemitisme. De geassimileerde joodse bevolking voelde zich aangetrokken tot het gedachtegoed van Kierkegaard. „Het liberalisme was een doodlopende weg en de culturele elite werd een buitenstaander in de eigen maatschappij. Als buitenstaander heb je drie mogelijkheden. Geen uitweg zien is de eerste, het aantal zelfmoorden was ook erg hoog in die periode. De tweede mogelijkheid is om je rol van buitenstaander te accepteren en jezelf af te zonderen. Of je zoekt bevrijding via jezelf en zo ontstond in het Wenen van toen een uniek verbond van mensen die bevrijding zochten in hun
diepste authentieke innerlijk."

In Kierkegaards opvatting dat alleen de subjectiviteit de waarheid is, ligt voor Weeda de bron van de Weense creativiteit. „Voor jezelf kun je heel veel uit die opvatting halen, maar je moet dan wel heel diep in jezelf doordringen. Wittgenstein zocht de essentie van het bestaan in de mystiek en concludeerde dat waarover men niet spreken kan, men moet zwijgen. Hij geloofde wel in het bestaan van het mystieke. Maar dat waar je niet over kunt spreken, je wel kunt uiten in kunst en muziek."

In zijn uitdaging het mysterie van Wenen bloot te leggen, stuitte Weeda op een metafoor die steeds weer opduikt: de Jacobsladder (verbinding tussen hemel en aarde). Of het nou in de 'Tractatus' van Wittgenstein is, het symfonisch werk van Mahler of in het werk van Musil. „Ze poogden allemaal boven het verstand uit te stijgen om een volwaardig mens te worden. Hoe mensen de zin van het bestaan zoeken is altijd actueel en ook ik kan daar nu - na het schrijven van dit boek - geen antwoord op geven."

Het hele schrijfproces noemt Weeda wel een persoonlijke verrijking die hem iets dichter bij het mysterie heeft gebracht. „Ik ben er ook wijzer door geworden en luister nu bijvoorbeeld op een hele andere manier naar de muziek van Mahler. Nu ik bekend ben met de filosofische achtergrond ervan, raakt zijn muziek me meer en beleef ik die intenser. De mens is altijd op zoek naar iets hogers, maar het zou zweverig worden als ik daar een hele verhandeling over zou schrijven. Mijn doel was om een boek te schrijven over het Wenen rond 1900 en de lezer ervan mag zelf oordelen of ik daarin geslaagd ben."

 
'Als je schrijft, ontdek je wat je niet weet' van  Theo Hakkert
Gepubliceerd: 07-12-2011 , Laatst bijgewerkt: 07-12-2011

Extra info

Arnout Weeda, 'Het mysterie van Wenen. De creatieve zelfvernietiging van een vermolmd
keizerrijk', gebonden, geïllustreerd, 400 pagina's, isbn 978 90 234 6713 7, verkoopprijs € 29,90.