Na 110 jaar is Schoolidyllen beslist gedateerd, maar al even beslist nog steeds de moeite waard.
door Joukje Akveld
Net 21 was Top Naeff toen ze aan haar debuut, Schoolidyllen (1900), begon. Ze schreef het verhaal over de baldadige streken van een groep zestienjarige schoolmeisjes 'inééns in het net' in enkele weken, en ze zou de geschiedenis ingaan als de schrijfster van dat ene meisjesboek, alle romans, toneelstukken, novellen en essays die zij haar verdere leven schreef, ten spijt.
Toen Naeff in 1952 op het Boekenbal werd voorgesteld aan koningin Juliana en die haar complimenteerde met 'dat enige Schoolidyllen' verzuchtte ze: "Het lijkt soms wel alsof ik nooit iets anders geschreven heb, majesteit."
Neerlandicus en Herman de Man-biograaf Gé Vaartjes publiceert dit voorjaar Rebel & dame- biografie van Top Naeff, waarin hij recht wil doen aan de vrouw die meer was dan de schrijfster van die ene bakvisroman (Menno ter Braak roemde haar 'superieure ironie'). Vooruitlopend op de verschijning, en aansluitend bij het thema van de Boekenweek, Titaantjes - Opgroeien in de letteren, verscheen deze week een nieuwe druk van Naeffs klassieker, ingeleid en van verklarende voetnoten voorzien door journaliste Kalien Blonden.
Schoolidyllen is het verhaal van de nuffige Jeanne van Laer, de naar molligheid neigende Noes en haar goedmoedige zus Lien Terhorst, de gevoelige Maud van Eyghen en het ondeugende weesmeisje Jet van Marle. Naeff beschrijft hun avonturen met veel gevoel voor ironie, maar schuwt de grote emoties niet; de trieste dood van Jet geldt nog altijd als één van de ontroerendste scènes uit de jeugdliteratuur.
Tijdens het schrijven liet Naeff zich inspireren door de Amerikaanse Louisa Alcott (Little women) en de Nederlandse Tine van Berken, in die tijd een populaire schrijfster van meisjesboeken. Naeff meende 'dit ook wel te kunnen' (in haar latere leven noemde ze het schrijven van meisjesboeken een tam kunstje), maar in plaats van zwaar te leunen op haar voorbeelden, trof ze in haar debuut direct een eigen toon en beschreef ze de gebeurtenissen vanuit de tienermeisjes zelf. Het tragische einde was anno 1900 bovendien een noviteit, toen jeugdboeken nog moreel verheffend dienden te zijn en meisjesboeken bedoeld waren om de lezeressen voor te bereiden op een toekomst als echtgenote
en moeder.
Schoolidyllen betekende Naeffs doorbraak naar het grote publiek. Hóé groot de invloed ervan was, blijkt uit het feit dat de ruim tien jaar jongere Cissy van Marxveldt (van de boeken over Joop ter Heul) een eigen boek verscheurde voordat zij debuteerde. Ze had Schoolidyllen gelezen en haar eigen verhaal kwam haar daarna waardeloos voor.
Hoewel Naeffs boek tot het domein van de fictie behoort, putte de schrijfster er deels voor uit eigen jeugd- en schoolervaringen. Ze groeide op als enig kind van een strenge vader met een hoge militaire functie en een moeder 'die altijd wel wat te verbieden had'. Het effect van de drilopvoeding was tegengesteld aan wat de ouders ermee hoopten te bereiken: de jonge Top werd een recalcitrant, ondeugend kind, dat net als Jet van Marle haar docenten tot wanhoop dreef. Het enige wat zij wél leuk vond - verhalen schrijven - werd door haar leraren niet gewaardeerd. Uit baldadigheid besloot ze een verhaal op te sturen naar Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift. Het verhaal bleef jaren op de redactie liggen en toen het uiteindelijk werd gepubliceerd, was Top al lang van school, waardoor de wraak op haar docenten minder zoet was dan zij had beoogd. Niettemin was haar eerste publicatie een feit.
110 jaar na verschijning is Schoolidyllen beslist gedateerd. Meisjes die 'krans' houden, 'ulevellen' eten en 'neepjeskapjes' dragen, behoren voor tieners tot een vergeten wereld, en zelfs de volwassen lezer moet even wennen aan het ouderwetse idioom. Toch is deze heruitgave goed nieuws. Wie voorbijgaat aan 'baleinen' en 'friseerijzers' vindt gedenkwaardige personages en puntige dialogen, die nog altijd zeer geestig zijn. Bovendien is er Jets sterfbed, de kers op de taart. Een schrijfster die lezers ruim een eeuw later nog zo kan laten huilen, beheerste haar 'tamme kunstje' bijzonder goed.