Nicolas Dickner schreef de tragikomische roman Tarmac. We geven tien exemplaren weg! Los de prijsvraag op.
door Theo Hakkert
Canada is overwegend Engelstalig, maar in de provincie Québec wordt Frans gesproken en dus geschreven. Ook door Nicolas Dickner (37), hoe Engels zijn achternaam ook lijkt. Vorig jaar publiceerde de toen beginnende uitgeverij Ailantus als eerste titel de vertaling van Dickners roman Nikolski.
Het was een curieus geschrift over drie maffe familieleden die aanvankelijk niet weten dat ze verwant zijn, maar elkaar vinden in hun fascinatie voor afval. De een heeft een kompas dat niet naar het noorden wijst, maar naar het eiland Nikolski, een ander leert zichzelf programmeren met behulp van gestolen boeken, de derde correspondeert met zijn vader door hem kaarten te sturen naar poste-restante adressen.
In Dickners nieuwe roman, Tarmac, treedt opnieuw een aantal onalledaagse figuren naar voren. De kans is groot dat zij niet weten dat ze verwant zijn aan de personages uit Nikolski.
Centraal staat dit keer het 17-jarige meisje Hope Randall, nazate van een familie waarvan alle leden denken dat de wereld binnenkort zal vergaan. Alleen krijgen ze allemaal een andere einddatum door, wat voor de eenheid binnen de familie niet bevorderlijk is. Hope’s moeder Ann weet haar datum wel en ze besluit te vluchten - richting het westen, om tijd te winnen met de aflopende tijdzones. Samen stranden ze in het dorpje Rivière-du-Loup (Dickners geboorteplaats), waar Hope kennismaakt met Michel Bauermann, de verteller.
Terwijl Ann Randall, nadat haar ‘einddatum’ zonder apocalyps is verlopen, zich verliest in de drank, maakt Hope zich zenuwachtig over het uitblijven van haar datum (en haar eerste menstruatie). Tot het toeval haar brengt op 17 juli 2001 – de houdbaarheidsdatum van een supermarktartikel.
Wat de personages in Tarmac delen met die in Nikolski is hun rusteloosheid en hun overtuiging dat het door hen gekozen pad de enige weg is die ze kunnen gaan. Had Nikolski in veel opzichten het karakter van een road novel, ook in Tarmac wordt veel gereisd. Hope krijgt het op de heupen als ze in een oud nummer van de Spiderman-strip een annonce vindt waarin ene Charles Smith ook het eind van de wereld aankondigt voor 17 juli 2001. Ze moet en zal de profeet vinden en reist de sporen na tot in Tokio aan toe, waar ze van Michel Bauermanns radar verdwijnt – en hij ging haar juist steeds aantrekkelijker vinden.
Leuk en knap is hoe Dickner dit tragikomische verhaal - wie zo is gefixeerd op het einde vergeet te leven en voelt de liefde niet - in de tijd plaatst. De roman begint in 1989. De Val van de Muur, later de VN-inspecties in Irak, de sluipende aanwezigheid van internet – het decor stáát. Maar meer dan een achtergrond is en wordt het niet, want iedereen is te druk met zichzelf. Een mogelijk oorzakelijk verband tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de latente ondergang van de wereld, waar iedere Randall zo op is gespitst, wordt niet gelegd.
De roman telt 97 korte hoofdstukken, die Dickner soms al te geforceerd met leukigheden afsluit of met flauwiteiten vult. Zo is hoofdstuk 55 een studentikoze opsomming van alle ingrediënten van Hope’s reizigersmenu: van suiker via calciumpropionaat, xanthaangom en dextrine naar kaliumsorbaat en ander ongemak.
Vier dagen vóór Hope’s datum overlijdt haar moeder Ann. De ontknoping is verrassend en hoopvol. Dat geldt voor de hele roman.
Wil je dit boek winnen? Doe dan mee met onze prijsvraag!