De beste kinderboeken volgens Joukje Akveld.
door Joukje Akveld
'Een whodunnit' en 'een whydunnit', maar vooral een what happened that day exactly is Vuurbom van Harm de Jonge (11+, Van Goor, 14,99). De schrijver, die in zijn werk de vele facetten van jongensvriendschap belicht, koos in zijn laatste jeugdroman voor de onbetrouwbare vriendschap. Vanuit een ziekenhuisbed blikt Jimmie terug op zijn tijd met Bram. Heeft hij zijn vriend echt vermoord door een vuurbom naar hem te gooien? Niet eerder wist De Jonge de spanning zo geraffineerd op te bouwen; zelden creëerde hij zulke gedenkwaardige personages. Een zorgvuldig geschreven pageturner van het hoogste niveau.
Veel beesten in non-fictieboeken voor kinderen. Veel praatjes bij plaatjes. Bibi Dumon Tak doet het anders. Gedegen gedocumenteerd vertelt ze over vreemde diersoorten alsof ze goede bekenden zijn. In Winterdieren (8+, Querido, 14,95) leven ze allemaal op of rond de polen. De Antarctische ijsvis met antivries in z'n aderen. Of de muskusos: 'Haveloos en hoogpolig van buiten, zorgzaam en oeroud vanbinnen.' Met zo veel compassie over dieren schrijven en dan ook nog zo boffen met de 'coole' illustraties van Martijn van der Linden - als lezer hou je zelfs van de monsterlijke inktvis.
Een kinderboekendebuut en meteen in de roos, dat is knap. Jowi Schmitz schreef er een en veroverde pers en publiek met Ik heet Olivia en daar kan ik ook niks aan doen (10+, Lemniscaat, 14,95). Over een dapper meisje met een dooie moeder en een vader die het allemaal even niet meer weet. En dan is er nog iets met een boot in een tuin, een snorrenkapsalon en een rot- Žn topkind in de klas. Schmitz schreef het op in laconieke zinnetjes met een huppeltje. Droevig en grappig. Lief en stoer. Zo'n boek dus.