TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen

TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen | De politie joeg op joden

De politie joeg op joden  

door Hans Renders

Jodenjacht bevat honderden bladzijden treurigmakende verhalen over Nederlandse politiemannen die tijdens de  bezetting met list en bedreiging joden opspoorden en arresteerden. Vaak gingen de dienders vervolgens terug naar zo'n adres om het huis ook nog eens leeg te halen.
Willem Wanders uit Nijmegen nam zelfs zijn vrouw mee op zo'n strooptocht, zij had meer kijk op de te roven kledingstukken. Zijn collega Johannes van Elferen nam zijn vrouw én dochter mee naar het huis van een weggevoerde joodse inwoner om er een 'roodhouten slaapkamerameubelement' en een grote kristallen vaas te stelen.

In Nijmegen waren ze zo gewiekst dat het zelfs de Duitse leiding te gortig werd.

De list van een politieman om joodse inwoners zogenaamd te tippen dat er een razzia op komst was en dan de vluchtenden te arresteren omdat ze zich na spertijd op straat hadden begeven, ging zelfs de SD-chef zelfs te ver.

Tien jaar geleden publiceerde televisieprogrammamaker Ad van Liempt zijn boek Kopgeld, een studie over Nederlanders die tijdens de Tweede Wereldoorlog actief waren als premiejagers door het verraden van joden. Vorig jaar liet Sytze van der Zee in zijn boek Vogelvrij zien dat minstens honderd van deze verraders zelf joods waren. Sommigen brachten joodse onderduikers op om een premie te kunnen innen, de meesten werden overigens door de nazi's onder druk gezet tot hun laffe daden.

En nu is er Jodenjacht, een trieste studie die als een vervolg en een afsluiting van bovengenoemde boeken beschouwd kan worden: de premiejagers in dienst van de Nederlandse politie. In Den Haag bevindt zich het Centraal Archief voor de Bijzondere Rechtspleging, een depot waarin onmetelijk veel dossiers liggen die door de naoorlogse rechtspleging zijn geproduceerd. Jan Kompagnie, een medewerker van het CABR en Van Liempt hebben daar de afgelopen jaren zes jonge historici bijgestaan die zich door bergen papier hebben geworsteld om de rol van de politie bij de jodenvervolging in kaart te brengen. Van Liempt en Kompagnie schreven het eerste hoofdstuk en de afdelingen Jodenjacht, Verraad, Geld en Drijfveren en zo meer werden onder hun leiding door deze jonge historici geschreven.

Zij leggen uit dat alle grote steden in Nederland tijdens de bezetting wel een speciale afdeling binnen het politiekorps kenden dat zich tot doel stelde joden op te sporen en over te dragen aan de SD. Deze lugubere afdelingen opereerden onder nietszeggende namen als Centrale Controle of - zoals in Amsterdam - Bureau Joodsche Zaken.

De werkwijze van deze speciale afdelingen was even simpel als gruwelijk. Voor elke overgedragen jood werd aanvankelijk 2,50 betaald maar naar het einde van de oorlog was die premie opgelopen tot veertig gulden. Met behulp van V-MŠnner of V-Frauen, de V staat voor Vertrauen maar het waren natuurlijk verraders, werden onderduikers opgepakt en aan de bezetter overgeleverd. Alleen al aan premies leverde dat aan de Amsterdamse politieman Pieter Schaap zo'n 800 - 900 gulden per maand extra op, bovenop zijn reguliere salaris.

Geld was weliswaar een belangrijke drijfveer, maar velen van deze jodenjagers  waren ook overtuigde antisemieten. Een deel van de agenten had een opleiding gevolgd aan de politieschool van Schalkhaar, waar vanaf 1941 in nationaalsocialistische geest werd onderwezen dat medogenloos moest worden opgetreden tegen 'bolsjewisten, joden en asocialen'.

Wat waren het voor lieden die zich bezighielden met de jodenjacht? Uitgesproken opmerkelijk, zo schrijven Van Liempt en Kompagnie, 'is dat ongeveer zeventig procent van de agenten van oorsprong uit een protestants milieu afkomstig was, en dertig procent uit een katholiek milieu'. Het staat er alsof het niet opmerkelijk was geweest als die percentages andersom hadden gelegen. Zoals bekend tekenden vrijwel alle politieagenten in 1940 de loyaliteitsverklaring die hen door SS-chef Hanns Rauter werd voorgelegd. Dan is het niet verwonderlijk dat 96 procent van de agenten die in Jodenjacht voorkomen, lid waren van een nationaalsocialistische organisatie, waarvan 82 procent van de NSB.

In 1941 en 1942 moesten weliswaar tussen de 350 en vierhonderd politiemensen wegens deutschfeindliche Einstellung het korps verlaten, maar zij werkten niet bij de speciale afdelingen.
Mannen die voor de oorlog al een crimineel verleden hadden opgebouwd, meldden zich ook bij de politie. De Amsterdamse Adriaan Vega, beroepsinbreker en V-man voor de Sichterheitsdienst was werkelijk van alle markten thuis. Hij verdiende aan het verzet, aan het verraden van onderduikers en na de capitulatie chanteerde hij ook nog een paar ondergedoken NSB'ers. Hij kreeg vijftien jaar gevangenisstraf. Toen hij beroep aantekende, vroeg de procureur-generaal zich af 'waar deze requirant de treurige moed vandaan haalt om tegen de hem opgelegde straf nog in cassatie te komen'. Vega kreeg er nog 5 jaar extra gevangenisstraf bij.

De naoorlogse rechtspraak was ferm en duidelijk. De rechters accepteerden geen smoesjes. Ook al waren die nog zo vindingrijk. De een wist niet dat joden naar concentratiekampen werden gestuurd, de ander werd door zijn vrouw misleid en een zekere Kees Heil verklaarde dat hij niet wist dat Nederland in oorlog was met Duitsland. Het maakte niet zoveel uit, zo zagen de rechters wel in, wat iemand wel of niet geweten had. Kinderen 's nachts uit hun bed halen, ze arresteren en afvoeren, of een vierjarige jongetje dwingen de schuilplaats van zijn vader te onthullen, om een paar van de meest onschuldige wandaden te noemen, waren naast aanranding, marteling, roof en moord op zichzelf genoeg voor een veroordeling.

Voor de nog zwaardere gevallen, kon de doodstraf uitgesproken worden (ook al voorzag de wet daar niet in ten tijde van de gepleegde misdaden). Zo ondervond Jan Lamberts. Hij blinddoekte in september 1944 in de bossen bij Diever zeven jongens en schoot ze van dichtbij een kogel door het hoofd . Een van hen overleefde deze wandaad. Op 16 november 1949 werd Lamberts geëxecuteerd.  Ook anderen kregen de doodstraf, zoals Kees Kaptein. Hij was verantwoordelijk voor de overlevering van 1750 - 2000 joden aan de vijand.

 
De politie joeg op joden van  Theo Hakkert
Gepubliceerd: 11-10-2011 , Laatst bijgewerkt: 11-10-2011

Extra info

Ad van Liept en Jan Kompagnie (red.): Jodenjacht. De onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Tweede Wereldoorlog. 19,95 euro. Balans.