In de bijlage twenteUITdekunst was niet genoeg ruimte om het complete e-mailinterview met schrijfster Margriet de Moor te plaatsen. Hier wel. Margriet de Moor is zaterdag in Enschede bij een bijzonder concert rond haar roman De virtuoos.
door Theo Hakkert
foto: Maria Neefjes
Zaterdag leest u voor uit De Virtuoos, een roman over een castraatzanger uit de 18e eeuw. Het boek is verschenen in 1993, hoe levendig staat het u nog bij na al die jaren?
Zeer levendig. Ik zie de stad Napels zó voor me, dus het fictieve Napels uit mijn roman, het operagebouw San Carlo (dat nog steeds bestaat), de interieurs van de huizen, inclusief de bedden en slaapkamers en ik zie vooral de personages voor me. Hun gezichten, hun kleding en ik hoor hun stemmen en hun gelach. De ‘eeuwige ‘ aanwezigheid van je personages is een wonderlijke ervaring voor een schrijver. Ze zijn er, blijven, ze gaan niet dood maar ze ontwikkelen zich ook geen stap verder, ze leven geen minuut langer dan de tijd die je ze in het verhaal hebt gegeven.
Hoe is de samenwerking met Sinfonietta Aurora tot stand gekomen?
Een emailtje, op een mooie zonnige dag.
Zou het een idee zijn om bij een herdruk van de roman een cd met de bijpassende muziek toe te voegen? Of wellicht een opname van deze avond?
Dat zou zeker een goed idee zijn. Deze roman is bij verschijning, indertijd, in de rotonde van het Concertgebouw in Amsterdam gepresenteerd met een klein concert van toepasselijke muziekstukken door Ton Koopman, de zanger Klaus Mertens en een voortreffelijke gambist, ik ben nog altijd heel trots op deze start van mijn boek. Dus een opname van de avond nu in Enschede zou een heel mooi en natuurlijk vervolg zijn. Muziek, is mijn ervaring, heeft een lange adem, zeer lang, meestal langer dan de literatuur.
De virtuoos zou zijn gecomponeerd als een muziekstuk, zo wordt gezegd. Klopt dat en zo ja, had u een specifiek werk in gedachten?
Geen specifiek stuk. Ik zou zoiets nooit proberen. Hoewel literatuur en muziek ten diepste verwant zijn, afkomstig als ze allebei zijn van de stem – de vertellende, en de zingende – zijn het toch genres met eigen wetten en heel eigen mogelijkheden. Maar het is wel waar, denk ik, dat mijn aanpak die van de musicus is, de componist.
Mijn allesbepalende achtergrond is de muziek, alles wat ik weet over het maken van een kunstwerk, dus in mijn geval een roman, een verhaal, dank ik aan de muzikale discipline waarin ik ben getraind. Op het Conservatorium in Den Haag ben ik begonnen met de piano, om al spoedig over te stappen en af te studeren of hoofdvak zang.
Toen ik begon te schrijven was het een wonderlijke ervaring om te merken dat ik mijn hele feeling op het gebied van compositie, beweging, toonsoort, ritme, modulatie, dus allemaal dingen die in de literatuur net zo belangrijk zijn als in de muziek, gewoon kon overhevelen.

U zei over uw boek: ‘Lichtheid hoort bij virtuositeit.’
Echte virtuositeit komt licht over, maar kan natuurlijk hels moeilijk zijn. De eerste aanleiding voor deze roman was voor mij het woord virtuositeit, waarin het begrip virtu verscholen zit, dus:deugd. Ik vind de gedachte erg aantrekkelijk, en mijn roman speelt met die gedachte, dat een kunstenaar een echte rotzak kan zijn, maar dat hij op het moment dat hij al die moeilijke dingen volvoert he-le-maal deugt.
Een andere roman van u, Kreutzersonate, werd in gang gezet door composities van Beethoven en Janaçek. Gaan we die ook ooit horen in een programma als dit?
Kreutzersonate is een novelle die speelt met een motief dat zich afwisselend van muziek naar literatuur beweegt. De muziek is begonnen - dat is heel belangrijk voor het karakter van het motief - met Beethovens Kreutzersonate, vervolgens komt Tolstoj en die maakt er literatuur van, dan pakt Janacek het verhaal van Tolstoj weer op om het te veranderen in een strijkkwartet, en wéér vervolgens wordt Janaceks strijkkwartet bij mij weer een verhaal.
Het is net een estafetteloop, die naar mijn vaste overtuiging over een tijdje weer verder zal gaan. De beurt zal dan weer zijn aan de componist, die ik bij dezen graag wil influisteren: een kameropera….maak een leuke kleine kameropera…
Vorig najaar bent u overgestapt naar De Bezige Bij. Hoe vlot het werk aan uw nieuwe roman? Is dit een welkome onderbreking?
O, het is absoluut geen onderbreking! Mijn nieuwe roman die eind april gaat verschijnen, is een hartstochtelijke voortzetting van mijn lange ochtenden, die ik zeven dagen per week aan de schrijftafel doorbreng, van tien tot drie. Het boek is nu bijna klaar, en ik moet me echt van het verschrikkelijke, maar fascinerende verhaal losrukken om in Enschede een eveneens fascinerende, maar heel andere wereld te betreden.
NASCHRIFT DONDERDAG 11 FEBRUARI, 15.56 UUR.
Uitgerekend vanmiddag heeft De Bezige Bij het volgende bekendgemaakt:
Op 29 april 2010 verschijnt bij De Bezige Bij:
Margriet de Moor, De schilder en het meisje
Het is 3 mei 1664, de dag dat een achttienjarig meisje publiekelijk wordt gewurgd op de Dam in Amsterdam. Het is een evenement waar de halve stad voor uitloopt. De schilder voelt geen neiging om te gaan kijken. Hij heeft verdriet over zijn gestorven vrouw en zijn gedachten bij een belangrijk doek dat hij heeft opgezet. Later die dag hoort hij van zijn zoon de details over haar gruwelijke laatste minuten.
Het meisje is Elsje Christiaens, uit Jutland, die in de barre winter per boot naar Amsterdam is gereisd.
Gebeurtenissen uit de heftige levensloop van de schilder raken op de dag van de terechtstelling verstrengeld met de lotgevallen van het meisje en monden uit in een doodstille ontmoeting.
Margriet de Moor debuteerde in 1988 met de verhalenbundel Op de rug gezien. Daarna volgden onder meer de zeer succesvolle romans Eerst grijs dan wit dan blauw (bekroond met de AKO literatuurprijs 1992), De virtuoos, Kreutzersonate en De verdronkene. Haar werk wordt in 24 talen vertaald.
De schilder en het meisje is haar eerste roman bij De Bezige Bij.
Margriet de Moor, De schilder en het meisje isbn 978 90 234 5709 1 - gebonden € 23,90 | isbn 978 90 234 5749 7 - paperback € 18,90