Pater Frits blijft verantwoordelijkheid ontkennen en ontlopen.
door John Jansen van Galen
Het boek stond bij Selexyz op de afdeling Theologie. Had dat niet beter Sexuologie kunnen zijn of Psychiatrie? Of eventueels zelfs Thrillers, want zo heeft Gerard van Westerloo zijn De pater en het meisje opgezet: als een spannende speurtocht naar de toedracht van een verjaard maar niet vergeten misdrijf dat ernstige gevolgen had voor een van de twee hoofdpersonen, zijn zus Tineke.
Als een ware inspecteur Columbo speurt hij getuigen op en duikt telkens weer op ten huize van de hoofdpersoon, ergens achter Venlo in de Duitse grensstreek, om geduldig koffie te drinken en niet ter zake doende verhalen aan te horen om dan weer, schijnbaar achteloos, zijn wel ter zake doende vragen of pater Frits af te vuren. En dat alles in een bewonderenswaardig trefzekere, kale stijl zonder opsmuk of emotioneel effectbejag.
Het gaat om een meisje dat opgroeit in het gezin van een rooms-katholieke sigarenwinkelier in de Pijp, waarin alles om de mannen draait, en dat warmte, aandacht en liefde tekort komt. Die krijgt ze, denkt ze te krijgen, als ze dertien is: van een pater. Ze stort zich in een hopeloze verliefdheid die jaren duurt, en als het uitkomt (het was bij 'erotische spelletjes' gebleven, maar niettemin) krijgt zij de schuld terwijl Frits ijlings wordt overgeplaatst en nooit meer iets van zich laat horen. Tineke stort zich in een onberaden, ongelukkig huwelijk en zal na haar scheiding nooit meer een man in haar bed velen.
Fascinerend van jezuïtisme zijn vijftig jaar later de verklaringen, in gesprekken en mailtjes, van de pater voor zijn gedrag van toen tegenover Tineke. Hij schrijft het toe aan 'groeiend vertrouwen (vertrouwelijkheid), eerlijke nieuwsgierigheid en vooral respect'. Vooral? Hij blijft, ook nu nog, alle verantwoordelijkheid ontkennen, of beter gezegd: ontgaan, ontlopen.
Van Westerloo laat het er niet bij en legt gaandeweg een heel patroon van erotische relaties rond de pater bloot: met Tineke's hartsvriendin, met een getrouwde vrouw, met jongens ook. Telkens confronteert hij de nu 85-jarige Frits ermee die, schoorvoetend, telkens antwoord lijkt te geven maar nooit schuld bekent of zelfs maar het gebeurde voor zijn rekening neemt - alsof het hem ook maar overkomen is. Hij is vooral sterk in het terugkaatsen van vragen en in cirkelredeneringen. Waarom is hij niet ooit uit de kerk gestapt om te gaan trouwen? „Ik zat vast aan mijn celibaatsplicht.”
Wat niet recht duidelijk wordt is waarom pater Frits zich toch onderwerpt aan Van Westerloo's onderzoek. Wilde hij aanvankelijk schoon schip maken en deinst hij ervoor terug als het verleden, waarvan hij maar al te vaak zegt of voorgeeft niks meer te weten - te dichtbij komt, ten slotte zelfs in de gestalte van Tineke zelf? Want uiteindelijk gaat zij samen met haar broer naar ergens 'achter Venlo' om Frits erg duidelijk te maken dat met zijn vlucht voor haar indertijd de kous niet af was. Maar er komt wat hem betreft niet meer uit dan: „In een relatie ben je met zijn tweeën.” En: „Het is allemaal zo vaag geworden.” En: „Wat kan ik er nou aan doen?” ' Wat haar betreft, op de terugweg: „Hij is wat
hij altijd gebleven is. Hopeloos. Een priester.”
Van Westerloo legt de schuld niet uitsluitend bij Frits, maar ook bij de katholieke kerk, die 'tot op de dag van vandaag' evenmin 'verantwoordelijkheid neemt voor het gedrag van haar priesterlijke dienaren, die ze heeft opgescheept met de zonde van het celibaat.” En daardoor met een verknipte seksualiteit en een dubbele moraal, die ze doorgaven aan jochies als de schrijver in zijn jonge jaren, toen hij misdienaar was bij pater Frits. Ja, natuurlijk gaat de kerk niet vrijuit, maar dan had ik ook nog graag een erkenning willen lezen over de (gedeelde) schuld van het gezin waarin Tineke opgroeide en vereenzaamde.