TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen

TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen | Flirten in de trein

Flirten in de trein  

door Hans Renders

Pierre Kemp (1886-1967) is de man van het stemmige gedicht, van ragfijne psychologische observaties verweven met een vleugje humor. 'Om weer kind te zijn, is het nooit te laat.' In 1976 verscheen zijn Verzameld werk in drie delen, maar toen werd hij al niet meer gelezen. Dat is jammer, want zonder overdrijving kan worden gezegd dat de in Maastricht geboren Kemp een groot dichter van het kleine was. Tevens was Kemp een niet onverdienstelijk schilder. Nu is zijn biografie verschenen, geschreven door Wiel Kusters.

In een interview heeft Kemp gezegd dat alle in zijn poëzie beschreven personen echt bestaan (hebben). En dat klopt. Een groot deel van deze biografie gaat over Kemps dagelijkse treinreizen van Maastricht naar Heerlen, waar hij decennia administrateur van een kolenmijn was. Een overzichtelijk leven dus, zeker als je bedenkt dat de dichter zijn hele leven in de Turennestraat woonde, waar twee van zijn drie kinderen ook tot hun dood hebben gewoond.

Kusters heeft ervoor gekozen vooral Kemps 'tweede leven', zijn dichtersbestaan, te beschrijven. Dat heeft tot gevolg dat we hoofdstukken lang lezen over de vele 'muzes' die Kemp in de trein tegenkwam, en over de wijze waarop we die in zijn poëzie verstold zien. Met Laure, Dorine en Mariëtte werden buiten de dagelijkse treingesprekjes ook brieven gewisseld en een enkele keer verraste Kemp hen met een dichtbundel of met een gedicht dat geschreven was op een blad van een tulpenboom uit het Stadspark van Maastricht. Het is een erotisch spel van aantrekken en afstoten, maar altijd in het nette.

Dit gedeelte van de biografie is aantrekkelijk omdat Kusters duidelijk maakt dat Kemps muzes meestal zelfbewuste, vaak werkende vrouwen waren, die zich de attenties van de dichter maar al te graag lieten welgevallen, zonder dat ze door de dichter werden gereduceerd tot verliefde bakvisjes.
Een enkele keer gebeurt buiten de treincoupé of de met een zwaar gordijn afgesloten werkkamer in de Turennestraat ook wel eens wat. Kemp maakte twee wereldoorlogen, de economische crisis en nog zo wat mee. De biograaf doet erg zijn best in de fantasiewereld van de dichter te blijven door nauwelijks aandacht aan die boze buitenwereld te schenken. Dat is jammer, want we hadden wel eens willen weten hoe Kemp tot zo'n zonderlinge man is geworden. Zijn ouders hadden een abonnement op het Advertentieblad, 'waarin heel wat meer te lezen viel dan de titel doet vermoeden'. Maar wat er dan meer in te lezen viel, blijft onvermeld. Het lijkt alsof de biograaf een nog grotere weerzin tegen de buitenwereld heeft dan Kemp.

Alles wordt even 'gememoreerd': 'We hebben inmiddels vrij veel gezien van Pierre Kemps vroege poëzie.' Het lijkt wel alsof we een collegedictaat zitten te lezen, van enige dramatische opbouw of onthulling is nergens sprake. Kusters kan overtuigend gedichten analyseren, er betekenissen in aanduiden die wij er niet onmiddellijk in hadden gezien: 'De overal geziene 'tongen' worden op expressieve wijze door
middel van herhalingen tot klank gemaakt.' Ook weet hij mensen te traceren die Kemp op het spoor van de literatuur hebben gezet en maakt hij duidelijk hoe intensief de relatie was met zijn broer Matthias, ook dichter en daarnaast plateelschilder en redacteur van
diverse Limburgse tijdschriften.
Maar dit boek wil maar geen verhaal worden. Nergens wordt echt op ingegaan, behalve op het werk. Kemp woont in 1915 enkele maanden in Amsterdam, als journalist van het katholieke dagblad De Tijd. Wat maakt de biograaf daarvan? 'Kemps publicaties in De Tijd maken vrij veel
zichtbaar van zijn vroege artistieke opvattingen. Hij ventileerde meningen over kunst en kunstenaars met een directheid die in zijn latere leven ondenkbaar was.'

Volgen een paar bladzijden over zijn contact met Matthijs Vermeulen, maar die 'directheid' in zijn opvattingen komen we niet meer tegen. Hij verliet Amsterdam; 'ik kon er niet dichten'. Op 1 december 1916 werd hij administrateur bij een kolenmijn en noemde hij zich daarom voortaan de Man in het Zwart.
Het is duidelijk, de biograaf is een groot liefhebber van de poëzie van Kemp. Een enkele keer maakt hij een metaopmerking: 'Een biograaf is een lezer en kan niet anders zijn wanneer hij het levensverhaal wil schrijven van mensen die tot een verleden realiteit hebben behoord.' Niemand zal Kusters tegenspreken dat hij een lezer is, en ook wel een goede lezer, geloof ik. Maar om van deze kabbelende kroniek over Kemp een biografie te maken, heb je toch echt een schrijver nodig.

 
Flirten in de trein van  Theo Hakkert
Gepubliceerd: 30-06-2010 , Laatst bijgewerkt: 30-06-2010

Extra info

Wiel Kusters: Pierre Kemp. Een leven. Vantilt, E 39,95.

5 laatste reacties

Gesplitst - Shusterman
The Information
Brickell