Fransen eren hun intellectuelen op een manier die doet denken aan de leden van een sekte die aan de lippen hangen van een goeroe.
door René ter Steege
Frankrijk mag zijn gezegend met een zeer productieve klasse van linkse en linksige intellectuelen, het blijft een uiterst conservatief land. Conservatief in de zin van behoudzuchtig, niet ideologisch.
"Er bestaat een grotere gehechtheid aan het verleden," zegt de filosoof Marcel Gauchet tegen de Nederlandse journalist Marijn Kruk in Parijs denkt. Volgens Gauchet geldt die behoudzucht zeker ook bij links, waar 'mei'68' een dogma is geworden. Gauchet: "Mei '68 was goed, punt uit, Frankrijk is een land van taboes."
Marijn Kruk, voor Trouw correspondent in Frankrijk, sprak voor zijn boek met Gauchet en met veel andere knappe koppen. Hun sterstatus blijft hem verbazen. Bernard-Henri Lévy - een media-intellectueel van het soort dat alleen in Frankrijk kan bestaan - is vaker op televisie dan filmsterren als Gérard Depardieu. Dat wekt afgunst. Kruk noemt een paar goed verkochte essays die uitsluitend zijn gericht tegen
Bernard-Henri Lévy, die dezer dagen twee boeken tegelijk uitbrengt. Kruk deelt ergens de wrevel, maar bewondert de man toch ook. De media hoeven 'BHL' immers niet uit te nodigen voor een discussie of een column.
Fransen eren hun intellectuelen op een manier die Kruk soms doet denken aan de leden van een sekte die aan de lippen hangen van een goeroe. Kruk schetst dat beeld in verslagen uit de Ecole normale supérieure, de broedplaats van de denkende klasse.
Niet-Fransen begrijpen in de regel weinig wat hier te berde wordt gebracht, heeft Kruk zelf mogen ervaren. Ook de Britse schrijver en denker Tony Judt, inmiddels jammerlijk getroffen door een spierziekte, kon in zijn Parijse jaren geen touw vastknopen aan de redeneringen van de toenmalige hogepriester van de intellectuelen, de communist Louis Althusser.
De man werd door het nuchterder soort Fransen voor gek verklaard, en daar zat iets in. In 1980 wurgde hij zijn echtgenote in en vlaag van waanzin. Na dwangverpleging kwam hij vrij. In zijn laatste jaren klampte Althusser mensen op straat aan met de boodschap: "Je suis le grand Althusser!"
Veel van Kruks gesprekspartners behoorden ooit tot uiterst-linkse genootschappen, vooral van trotskistische aard. De meesten hebben hun geloof afgezworen. Als een van de zeer weinige intellectuelen heeft André Glucksmann gezegd dat hij zich schaamt voor zijn toenmalige gedweep met Mao. Glucksmann steunt inmiddels de rechtse president Nicolas Sarkozy, hetgeen hem bij links tot een verschoppeling heeft gemaakt. Want de meeste leden van zijn vroegere sekte wekken nog steeds de indruk liever vergif in te nemen dan te bekennen dat ze rechts of liberaal zijn geworden. Het blijven woorden die men in Frans beschaafd-intellectueel gezelschap dient te mijden wil men niet doorgaan voor een mufle, een hufter.
In zijn knap geschreven essay houdt Kruk zijn mening meestal voor zich. Hij lijkt Sarkozy wel te waarderen, de anti-intellectueel die ten strijde trok tegen de heiligverklaring van mei '68. Maar Kruk citeert Daniel Cohn-Bendit, volgens wie iemand als Sarkozy vóór 1968 geen schijn van kans zou hebben gemaakt op het presidentschap. "Hij is bezig aan zijn derde huwelijk. (...) Vergeleken met Sarkozy ben ik een conservatief, een eenvoudige kleinburger!"