TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen

TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen | Groot man, gecompliceerd karakter

Groot man, gecompliceerd karakter  

door John Jansen van Galen

Toen vijf jaar geleden Aukje Holtrops biografie van Sjoukje Bokma de Boer, alias Nynke van Hichtum, auteur van het beroemde kinderboek Afke's tiental, verscheen, leek mij dat sneu voor Piet Hagen. Die werkte toen al jaren aan een levensbeschrijving van Pieter Jelles Troelstra, de eerste echtgenoot van de kinderboekenschrijfster, van wie hij scheidde. Werd hier niet veel gras voor Hagens voeten weggemaaid?

Maar nu zijn biografie van Troelstra is uitgekomen, blijkt het andersom te zijn. Hij deed namelijk een ontdekking die goud waard is voor een biograaf (en het zeker voor Holtrop was geweest): in het archief van een school in het Berner Oberland vond hij in 2006 niet minder dan 133 van liefde of ten minste van diepe gevoelens getuigende brieven van Sjoukje aan ene Paul Geheeb, theoloog en pedagoog op wiens kostschool in Duitsland hun zoon Jelle het onderwijs volgde. In de loop van vier jaar schreef ze hem niet minder dan zeshonderd kantjes waarin ze hevig met de schoolleider ('Mijn lieve, lieve jongen') dweept en hem steeds raad vraagt en al haar hartsgeheimen toevertrouwt.

Die vondst werpt een nieuw licht op de echtscheiding van de Troelstra's. Wel heeft hij het, toen zij in Duitsland aan het kuren was, met de dienstbode aangelegd, maar uit deze correspondentie blijkt dat zij haar toevlucht toen geestelijk al elders zocht.
Het zal, gezien haar lage dunk van de lichamelijke liefde, een platonische relatie gebleven zijn, maar de vertrouwelijkheid die tussen haar en Pieter Jelles bestond, had zij toch in iemand anders geïnvesteerd.

Troelstra heeft de zaak overigens bepaald laf afgehandeld: volgens hem hadden de geesten hem tijdens een spiritistische seance zijn liefde voor een ander geopenbaard (waarmee hij zich vrijpleitte van overspel). Hij vroeg Jelle deze tijding aan zijn moeder over te brengen en liet hßßr daarna het nieuws in een brief aan het partijbestuur bekendmaken. Waarin een groot man klein kan zijn.

Troelstra (1860-1930) was ongetwijfeld een groot man, maar ook een gecompliceerd karakter. Fries, jurist en advocaat, dichter, mede-oprichter en politiek leider van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, fractievoorzitter in de Tweede Kamer, hoofdredacteur van Het Volk, en ook nog directeur van een verzekeringsmaatschappij, die hij van zijn vader had geërfd en die hem in staat stelde zich aan zijn socialistische missie te wijden (al kwam hij altijd geld tekort en moest hij dan bedelen bij de rijke houthandelaar en partijgenoot Wibaut).

Hagen schetst Troelstra als in eerste aanleg vooral dichter, romanticus, gevoelig voor religieuze aandriften, en bepaalt zo de blik van de lezer op diens latere ontwikkeling. Hij was een behendig politicus, gericht op mogelijke hervormingen, soms meedogenloos voor tegenstanders, vooral in zijn eigen partij, maar altijd bleef voor hem het perspectief schemeren van een socialistisch heilsrijk, de dageraad der mensheid, te bereiken door revolutie. Hij was een man van de parlementaire praktijk, maar zag zich als drager van 'het zware eikenhouten kruis van Christus' voor 'het vertrapte arbeidersvolk'; als de Mozes die dit volk leidde op weg het beloofde land, dat hij zelf niet zou aanschouwen.

Die tweeslachtigheid verklaart zijn drie grote zwakke momenten: tijdens de spoorwegstaking van 1903, tijdens de kabinetsformatie van 1912 (toen hij drie ministerszetels eiste en ze afwees toen hij ze krijgen kon) en tijdens zijn roemruchte 'revolutiepoging' van november 1918 (toen hij zich in de stemming van het volk 'vergiste'). Steeds staat hij tussen kalme hervormingsgezindheid en een revolutionaire heroïek in. "Beter een verloren verweer dan geen verweer,” verklaart hij zijn opstelling als hij in 1903 een tot mislukken gedoemde staking steunt - het is bij uitstek de houding van de romanticus. Maar juist door die twee zielen in zijn borst kon hij een beweging leiden die zelf nog verscheurd werd tussen reformisme en revolutie; en niet te vergeten door zijn oratorisch talent.

Voor zichzelf was hij in de eerste plaats 'volkstribuun'; dat wilde hij liever zijn dan minister. Jammer dat we hem niet meer kunnen horen, maar de citaten uit zijn redevoeringen en artikelen zijn al meeslepend en welsprekend genoeg, kunststukken van retoriek, woordkeus en zinsbouw - je leest ze als lezer vanzelf hardop en betreurt hoeveel sindsdien in dit opzicht verloren ging.

Hagen weet na zeven jaar studie nagenoeg alles van Troelstra en hij schreef het in een nuchtere, onopgesmukte (soms te afstandelijke) stijl op. Hij onthoudt zich van expliciete oordelen over de hoofdpersoon, zonder de lezer echter in het ongewisse te  laten over wat hij van hem vindt. Als deze de partij schaamteloos voor het karretje van zijn verzekeringsmaatschappij Neerlandia probeert te spannen, een vorm van 'belangenverstrengeling' waarmee een politicus tegenwoordig niet zo gemakkelijk weg zou komen, proef je hoe ook Hagen zulk winstbejag laakt. Maar de biograaf is er, anders dan Troelstra, niet de man naar om zich op de voorgrond te dringen.

 
Groot man, gecompliceerd karakter van  Theo Hakkert
Gepubliceerd: 09-03-2010 , Laatst bijgewerkt: 09-03-2010

Extra info

Piet Hagen: Politicus uit hartstocht. Biografie van Pieter Jelles Troelstra, De Arbeiderspers, E 39,95.

5 laatste reacties

Lezersmenu
Gesplitst - Shusterman
The Information