Remco Campert geforceerd in nieuwe verhalenbundel.
door Maarten Moll
'Ik, Wim Klein, wil neuken en wel zo snel mogelijk.' Dit is de eerste zin van het eerste verhaal van de nieuwe verhalenbundel van Remco Campert, Om vijf uur in de middag. Het is een wat geforceerde zin, alsof Campert, die dit jaar zijn 81ste verjaardag vierde, wil bewijzen dat hij nog niet ingedut is. Dat-ie er nog bijhoort.
Bestseller heet dat eerste verhaal, waarvan de tweede zin luidt: 'Mijn tweede wens is een bestseller schrijven, en dat liefst ook zo snel mogelijk.' Volgt het verhaal van een zestienjarige jongen die zich wil spiegelen aan Jan Cremer. Het is in alle opzichten een niet-verrassend verhaal. Een beetje plichtmatig en zouteloos. Campert zonder alcohol, zeg maar.
Flauw is ook Seks met dieren, het tweede verhaal, over een man die... inderdaad. Het lukt Campert niet deze eerste verhalen, die net als de andere over mensen gaan – vaak schrijvers – die hun leven overzien en een breuk willen forceren en naar een soort bevrijding streven, lichtvoetig te maken, omdat hij zijn toon niet weet te vinden. De verhalen missen humor, essentieel in de verhalen van Campert. Ook lezen we geen bewonderenswaardige, memorabele zinnen. Ook een kenmerk van een echt Campertverhaal, dat het vaak meer van de stijl moet hebben dan van een plot.
Pas in het derde verhaal, De scholier, weet Campert weer iets van zijn brille te laten zien. 'Uitzichten leken gemaakt voor mensen die ouder waren dan hij.' Dat is een heel mooie, echte Campertzin, in een verhaal dat ook meer inhoud heeft dan die eerste verhalen. Al verslapt Campert aan het einde door het verhaal af te raffelen. Een euvel waar jammer genoeg meer verhalen aan lijden, en die dan nog meer teleurstellen door de eerder genoemde gebreken.
Het verrassendste verhaal is het titelverhaal, Om vijf uur in de middag, dat meer dan een derde van de bundel in beslag neemt. Het is een bijna on-Campertiaans verhaal – door het gebrek aan lichtvoetigheid en humor. Toch weet Campert hier te overtuigen, door een licht melancholische toon en door een geheimzinnige sfeer te creëren, die hij het hele verhaal niet laat inzakken.
Het verhaal gaat over een spion/geheim agent die ermee op wil houden. Campert geeft het verhaal meer lagen met flashbacks over het leven en een mysterieuze geliefde van deze Johannes 's Gravenhage.
Net als in de andere verhalen gaat dit verhaal over onthechting. 'We stonden onszelf niet toe gehecht te raken. Hechten maakte je kwetsbaar. Hechten aan plekken, aan ideeën, aan mensen – zwakheden die de dood wakkerschudden.'
Campert weet het proces van het loskomen van een identiteit inzichtelijk en overtuigend weer te geven. Uiteindelijk gebruikt Johannes zijn echte naam weer. 'Ze kusten elkaar en toen was Frans alleen, hoewel nergens meer veilig, toch een vrij man.'
Dit laatste verhaal redt deze zeer wisselvallige bundel. Campert hoort er nog bij, maar zo goed als in bijvoorbeeld zijn laatste roman, Het satijnen hart (2006), is hij hier helaas niet.