Het valt niet te ontkennen: Joyce is een van die zeldzame schrijvers die de literatuur werkelijk een stap verder hebben gebracht.
door Arie Storm
Er is een nieuwe biografie gepubliceerd van James Joyce (18821941), geschreven door Gordon Bowker: James Joyce: A biography. Bovendien is er een frisse vertaling verschenen van de roman die als het onaantastbare hoogtepunt van het modernisme wordt beschouwd: Ulixes zoals Ulysses in het Nederlands vanaf nu heet.
Vernieuwingen worden als ze aanslaan vroeg of laat conventies. De techniek die Joyce niet als eerste maar wel voor het eerst zó consequent en uitgebreid heeft gebruikt in zijn in 1922 verschenen roman, namelijk die van de stream of consciousness, heeft al lang ruim ingang gevonden in allerhande romans: in die van experimentele schrijvers én in die van de grote groep van de grauwe middenmoot. Toch blijft het lezen van Ulixes juist door de wijze waarop Joyce de gedachtestromen van zijn personages in de tekst toelaat, een belevenis.
Vertalers Erik Bindervoet en Robber-tJan Henkes hebben gelukkig ook precies de juiste toon gevonden voor de constant observerende en in gedachten tegen zichzelf pratende personages. Het is in die hoofden nooit stil!
Wonderlijk is het. Kreeg je aan tafel Joyce naast je te zitten tijdens een diner, dan was je lelijk in de aap gelogeerd, want hij deed geen mond open. Ja, om zijn eten naar binnen te schuiven en de drank naar binnen te gieten, maar een fijne conversatie had hij niet in huis. Het enige wat hij deed, was zwaarmoedig zuchten. Ook uit de biografie van Bowker komt hij naar voren als een nogal op zichzelf gerichte figuur; iemand die overtuigd was van zijn genialiteit nog voordat hij een letter had geschreven.
Bowker draagt op onbedoeld geestige wijze bij aan de gedachte die bij Joyce leefde dat alles vóór hem en na hem en tijdens zijn leven één richting uit wees: die van hem. De gewoonte van zijn vader lange wandelingen te maken in Dublin en omgeving is een voorafschaduwing van, zoals Bowker omschrijft, 'the wandering narrative line which snakes through most of his son's fiction'.
Joyce was niet alleen voorbestemd om de wereld van de moderne literatuur op te schudden, stelt Bowker, maar ook om Ierland stevig op de literaire kaart te zetten. De toon in deze nieuwe biografie is soms misschien een tikkeltje opgefokt, maar het valt niet te ontkennen: Joyce is een van die zeldzame schrijvers die de literatuur werkelijk een stap verder hebben gebracht.
Een van de sterke punten van de biografie die Bowker schreef, is hoe hij de strijd beschrijft die Joyce moest leveren voordat hij eindelijk de juiste toon en de tijd had gevonden om het boek ook echt te schrijven. En toen moest het nog worden uitgegeven. Maar nadat dat was gebeurd, werd Joyce eigenlijk ook meteen erkend als de grote schrijver die hij inderdaad was. Joyce heeft nog tijdens zijn leven van de erkenning kunnen genieten, al liet hij zijn laatste jaren verpesten door de minder enthousiaste ontvangst die zijn volgende boek ten deel viel, het als wérkelijk onleesbaar bekendstaande Finnegans wake (1939). De laatste twee jaren van zijn leven koesterde Joyce zijn gevoelens van gekwetstheid en verdriet. Dat is geen prettige manier om je tijd door te brengen, constateerde de Spaanse schrijver Javier Marías eens, zeker niet wanneer het nog de enige tijd is die je is vergund.
Haaks hierop staat de enorme levenslust die je krijgt door het lezen van Ulixes. Deze roman is van begin tot eind een feest. Bindervoet en Henkes hebben perfect begrepen waar het om gaat bij Joyce: de registerwisselingen, de variatie in toon, en de, zoals Martin Amis dat heeft genoemd, oorlog tegen het cliché.
Het beste is om gewoon voorin te beginnen met lezen en je rustig naar bladzijde 903 te laten voeren. En daar staan ze dan, de beroemde slotwoorden van de roman: 'en ja zei ik ja dat wil ik Ja'. (Dit 'ja' dat wordt herhaald, is toch beter dan het op het meesterwerk van Joyce gebaseerde slot van Opwaaiende zomerjurken van Oek de Jong: 'Ik wil. Ik wil. Ik wil.' Maar ik moet toegeven dat de in 1979 verschenen roman van De Jong me wel al heel vroeg op het spoor van Joyce bracht.)
Ulixes is de beschrijving van één enkele dag, 16 juni 1904, een donderdag, en van enkele uren van de vroege ochtend van de volgende dag. We leven mee met enkele personages; de voornaamste zijn Leopold Bloom, Stephen Dedalus en Marion (Molly) Bloom, de vrouw van Leopold. Het hoofdpersonage is onbetwistbaar Leopold Bloom, een advertentieacquisiteur. Hij wordt in de literatuur over Ulixes (of Ulysses; het is nog even wennen, die nieuwe titel, maar ik hoop dat die furore maakt, want ik ben het met de vertalers eens dat álles moet worden vertaald, dus ook een titel) vaak als een beetje dom en onwetend afgeschilderd, maar dat is niet terecht. Hij heeft verstand van Shakespeare en kent überhaupt zijn literaire klassieken. Ziet hij zwanen, dan denkt hij dit: 'Vraag me af wat voor smaak zwanenvlees heeft. Robinson Crusoë moest ervan leven.'
En hiermee zijn we bij de ultieme kracht van Ulixes beland: het hele leven wordt erin omarmd, van hoog tot laag, van intellectueel tot zintuiglijk, van rationeel tot emotioneel. Elk beeld van Joyce is een nieuw beeld en elke gedachte is een intrigerende gedachte. Joyce beschreef het leven zoals het was en nog steeds is en dat deed hij met die revolutionaire techniek van hem. Dankzij deze nieuwe vertaling is het boek zo fris als het moet zijn.