Een jaar geleden overleed op 21-jarige leeftijd in Amsterdam Tonio van der Heijden, enig kind van A.F.Th. (Adri) van der Heijden en zijn vrouw Mirjam Rotenstreich. Vanaf vandaag (donderdag 26 mei) ligt, van de hand van zijn vader, 'Tonio. Een requiemroman' in de boekwinkel.
door Peter van Vlerken
Op 25 mei 2010, twee dagen na de dood van Tonio, stuurden zijn vader Adri van der Heijden en zijn moeder Mirjam Rotenstreich het overlijdensbericht rond. Tussen de regels door was de moeite af te lezen die het gekost moet hebben de woorden zo feitelijk mogelijk te houden. Des te harder kwam de mededeling bij de geadresseerde aan.
Dit stond er: 'In de vroege ochtend van zondag 23 mei werd onze zoon Tonio (geboren 15 juni 1988) op de fiets geschept door een auto. Het gebeurde op de hoek van de Hobbemastraat en de Stadhouderskade. Chirurgen in het AMC hebben van halfvijf 's morgens tot halfvijf 's middags, samen met hem, gevochten voor zijn leven. Hij heeft het niet gehaald. Tonio is kort na het verlaten van de operatiekamer in ons bijzijn gestorven. Hij was ons enige kind.'
En verder: 'Als student Media & Cultuur stond hij ambitieus midden in het leven. Hij had ons juist meegedeeld dat hij zijn Master wilde halen in Mediatechnologie. Het mag niet zijn. Hij laat ons kapot achter. Wij vragen er begrip voor dat Tonio in de kleinst denkbare kring begraven wordt, en dat wij voorlopig geen bezoek aan huis kunnen ontvangen.'
Bijgesloten was een uit 2006 daterend zelfportret van Tonio als Oscar Wilde, gemaakt in de tijd dat hij aan de Amsterdamse Foto Academie studeerde. In een P.S. schreef Van der Heijden over de 'ijskoude hel van verdriet en verlies' waarin zijn vrouw en hij verkeerden en dat hij een boek had te schrijven met als werktitel 'Tonio'.
Nu, precies een jaar later, is dat boek klaar. Het is inderdaad 'Tonio' gaan heten, met als toevoeging 'Een requiemroman'. De schrijver heeft zich ditmaal niet ingehouden. Integendeel. Waar de meeste andere mensen bij zulk een dramatisch verlies plegen te zeggen dat ze 'er geen woorden voor hebben', reikt zijn vocabulaire niet minder dan 640 pagina's ver.
In vrijwel al zijn literaire werk schuurt Van der Heijden als 'requiemkunstenaar' langs de harde werkelijkheid, maar nooit schrijnender dan nu. Eerder schreef hij onder meer herdenkingsromans over twee gestorven vrienden ('De sandwich'), zijn neef ('Weerborstels') en zijn vader ('Asbestemming'). Dat laatste boek, zei hij indertijd, had hij moeten maken om door te kunnen met zijn eigen leven. 'Tonio' – 'zelfs in mijn goorste nachtmerries had ik niet kunnen voorzien dat ik nog eens een requiem aan mijn eigen zoon zou moeten wijden' - maakt de indruk om precies dezelfde reden tot stand te zijn gekomen.
Het moest, en wel meteen. 'Er is geen keuze. Ik kan niet anders dan nu over hem en voor hem schrijven, omdat al het andere er momenteel niet toe doet. (..) Vanaf het moment dat op Eerste Pinksterdag de bel ging en een politieagent de woorden 'kritische toestand' gebruikte, was ik mijn requiem aan het bedrijven - eerst bezwerend, in de wanhopige hoop hem levend te kunnen houden, later op de dag ongelovig accepterend, in de wanhopige hoop hem, met woorden en beelden, naar zijn vroegere leven terug te kunnen toveren.'
Het boek beschrijft het leven van Tonio vanaf het begin, zelfs al van voor het begin, tot het bittere einde en de maanden daarna. Het reconstrueert uit en te na de gebeurtenissen op die vroege pinksterochtend, die van 'een heerlijk soort niemandsland in de tijd' verwerd tot een onbarmhartig breekpunt in het leven van zijn nabestaanden:' 'Ervoor' was mijn bestaan waardevol, 'erna' is het waardeloos geworden', schrijft zijn vader.
Alle denkbare emoties en gedachten zijn erin vervat. Zoals de angst dat een kind iets zal overkomen, die elke ouder zal herkennen. En wat de meeste ouders gelukkig bespaard blijft: gevoelens van onmacht, woede, schuldgevoel en schaamte niet in staat te zijn geweest het kind te beschermen op het moment dat het eropaan kwam.
'Tonio' is een monument voor een te kort jongensleven, een ankerplaats in een zee van tranen. Het is geen boek dat zich op zijn literaire merites laat beoordelen, ook niet qua stijl, al is die briljant als altijd bij Van der Heijden. Daarvoor is de inhoud te aangrijpend. Schaamteloos legt de auteur zijn ziel bloot in een doolhofachtige vorm van rouwverwerking, waarin alles met elkaar verband lijkt te houden. De auteur laat zelfs niet na te schrijven dat de dood van zijn zoon hem bij alle verdriet ook vrijheid verschaft. Het is te hopen dat hij die weet aan te wenden zich aan nieuw werk te wijden.