TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen

TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen | ‘Ik ben eigenlijk een pestkop’

‘Ik ben eigenlijk een pestkop’  

door Marjon Kok

Kinderen blij maken. Dat wil Tjibbe Veldkamp (1962), schrijver van prentenboeken en jeugdliteratuur én dit jaar het Kinderboekenweekgeschenk. Dus bedong hij – geheel tegen de traditie in – dat zijn boek niet uit 20.000, maar uit 5000 woorden zou bestaan. En hij wilde nu eens niet voor groep 7 en 8 schrijven, maar voor jongere kinderen. Dus: ,,Plaatjes. Vooral veel plaatjes.” Hij wist meteen dat hij het samen met illustrator Kees de Boer ging maken. ,,Kees doet precies wat ik zou willen dat een tekenaar doet. Hij is mijn gedroomde tekenaar.”
Ze moesten even wennen, bij de CPNB die het jaarlijkse geschenk uitgeeft. ,,Maar toen Bert en Bart redden de wereld er eenmaal lag, vonden ze het hartstikke leuk”, zegt Tjibbe Veldkamp.

Van veel geschenken (,,nee, ik ga geen namen noemen!”) uit de afgelopen jaren weet hij zeker dat nog geen kwart van de boeken ook daadwerkelijk door kinderen gelezen werd. Tjibbe Veldkamp voelt het als zijn plicht om ook de niet zo fanatieke lezers een plezier te doen. ,,Zeg maar de kinderen die hooguit de Donald Duck lezen. Ik mocht er niet aan denken dat zij het boek openslaan en dat al die letters hen aanstaren. Het Kinderboekenweekgeschenk is een cadeautje. Dus moet het vooral heel veel kinderen bereiken.”
Het klinkt als een open deur, maar Tjibbe Veldkamp is heel serieus. ,,Een kinderboek schrijven dat veel kinderen leuk vinden wordt vaak als een vloek gezien.  Er wordt flink gemopperd op de stijl van schrijvers als Paul van Loon en Francine Oomen. Schrijvers die scoren, die het goed doen bij de Kinderjury. Maar de Kinderjury vind ik echt super”, en hij steekt zijn duim omhoog. ,,Het kan me niet schelen dat achter die boeken de commercie zit, dat het een trucje is. Liever dat dan een bekroond Griffelboek dat niet aankomt. Vast prachtig, origineel en stijlvol, maar jeugdliteratuur voor volwassenen, niet voor kinderen.”
Hij is even stil. Denkt na en lacht. ,,Eigenlijk is het een soort pesterij van mij en Kees, dit geschenk.” Beaamt: ,,Een statement! Ook.” Moppert: ,,Dat belachelijke gat tussen de Griffeljury en de Kinderjury. Onuitroeibaar is het.” Dan fel: ,,Het idee achter de Griffels – ik heb het nog even nagezocht – is dat deze prijzen een steun moeten zijn bij de aanschaf van een kinderboek. Die functie heeft het al lang niet meer. Leerkrachten en bibliothecarissen doen lacherig over de Gouden en Zilveren Griffels. De prijs is meer een aanbeveling om een boek niet aan te schaffen dan wel. Dus werkt het niet.”

Tjibbe Veldkamp heeft misschien makkelijk praten. Zijn boeken worden door kinderen gelezen en door volwassenen geprezen. In die zin dicht hij het gat tussen de commerciële auteurs en zij die alleen voor de kunst schrijven. ,,Ik wil marktgerichte kunst maken.” Hij lijkt het ter plekke te bedenken. ,,Mooie boeken. Een verhaal dat er nog niet was. Maar met een heldere stijl. Geen ellenlange zinnen. Kinderen moeten niet afhaken omdat het te moeilijk is. Maar daarmee houdt het  ook op hoor”, roept hij. ,,Dan schrijf ik gewoon wat ik leuk vind.”
Zijn eerste jeugdboek – De bezwering, hij fluistert het bijna – was eigenlijk een heel slecht boek. ,,Ik wilde naast al die prentenboeken ook eens een dik boek schrijven. Nu zou ik dat nooit meer zo doen.” Kinderen hebben helpt, zegt hij. ,,Die van mij zijn 10 en 11. Ik zie wat ze leuk vinden, waar ze om moeten lachen, wat ze snappen.”
Met zijn latere boeken Tiffany Dop en Sms is hij heel blij. ,,Droefenis en humor die hoop geeft. Ernst en lachen. En altijd een goede afloop. Daar houd ik van. Je leeft mee met de hoofdpersonen, dus wil je dat het goed met hen afloopt.”
Zijn personages hebben altijd iets recalcitrants. Ook in het geschenk, in Bert en Bart redden de wereld. ,,Die jongens mogen niet schieten van hun moeder, Viola. Zij wil dat ze lief zijn en geen stofzuigerslangen of bezemstelen als geweer gebruiken. Maar uiteindelijk gaat Viola zelf schieten.” Hij kreeg al het verwijt dat de moeder in het boek geen rolmodel is. ,,Nee, dat is ze niet nee! Ze doet of ze lief is, maar is het niet. Ze wil dat haar kinderen lief zijn, maar zelf is ze een beetje Roald Dahl-achtig verschrikkelijk. Kinderen vinden dat grappig. Dat volwassenen vinden dat zij geen goede moeder is; ik trek me er niks van aan.”
Hij zegt het nog een keer: ,,Misschien ben ik toch een pestkop.”
Als kinderboekenschrijver moet je een beetje onbeleefd zijn. Primitief. Niet netjes, niet aardig gevonden willen worden, vindt hij. ,,Toen Kees en ik bezig waren met het geschenk, was nog even de vraag of we Viola tot inkeer moesten laten komen. We hebben gekozen om dat niet te doen. We wilden een mooi, extreem karakter neerzetten geïnspireerd op Dahl en Donald Duck.”
Bovendien komt er misschien nog een tweede deel van Bert en Bart en is Viola nog nodig. ,,Hoewel… Wat moet je redden na de wereld? Het heelal?”

Daarover gesproken. Mag hij nog iets zeggen? Een beetje reclame maken? Nou vooruit. ,,Tijdens de Kinderboekenweek” - hij zegt het heel spannend - ,,komt er op internet een feuilleton: Bert en Bart redden de bibliotheek.” Kees de Boer en hij hebben het net bedacht, als hart onder de riem voor de noodlijdende bibliotheken. ,,Bert en Bart willen een boek met de titel ‘Hoe win ik van iedereen?’ verlengen, maar de bibliotheek gaat dicht. Ze gaan naar de minister-president om te protesteren tegen de sluiting. Die zegt: ‘Kijk eens wat een geweldige kerel ik ben geworden! En ik heb nog nooit een boek gelezen…’
En als hij nog even mag: ,,Ik vind het vreselijk dat er op dit moment zoveel filialen worden gesloten. Kinderen moeten lopend naar de bibliotheek kunnen. En niet met de auto naar de bieb in de stad.”
Denkt hij dat het helpt, het feuilleton op internet? ,,Nou. Nee. Maar het is toch wel fijn als iemand zoiets een keer zegt.”

Tjibbe Veldkamp en Kees de Boer: Bert en Bart redden de wereld. Tijdens de Kinderboekenweek van 5 tot en met 15 oktober gratis bij aankoop van tenminste 10 euro aan kinderboeken.

‘Ik ben eigenlijk een pestkop’
Tjibbe Veldkamp schrijft kinderboekenweekgeschenk

Een groot mens schrijft een kinderboek, een groot mens geeft het uit, een groot mens recenseert het en een groot mens deelt de prijzen uit. ‘Maar waar blijven de kinderen?’ Met zijn Kinderboekenweekgeschenk wil Tjibbe Veldkamp een statement maken.

door Marjon Kok

Kinderen blij maken. Dat wil Tjibbe Veldkamp (1962), schrijver van prentenboeken en jeugdliteratuur én dit jaar het Kinderboekenweekgeschenk. Dus bedong hij – geheel tegen de traditie in – dat zijn boek niet uit 20.000, maar uit 5000 woorden zou bestaan. En hij wilde nu eens niet voor groep 7 en 8 schrijven, maar voor jongere kinderen. Dus: ,,Plaatjes. Vooral veel plaatjes.” Hij wist meteen dat hij het samen met illustrator Kees de Boer ging maken. ,,Kees doet precies wat ik zou willen dat een tekenaar doet. Hij is mijn gedroomde tekenaar.”
Ze moesten even wennen, bij de CPNB die het jaarlijkse geschenk uitgeeft. ,,Maar toen Bert en Bart redden de wereld er eenmaal lag, vonden ze het hartstikke leuk”, zegt Tjibbe Veldkamp.

Van veel geschenken (,,nee, ik ga geen namen noemen!”) uit de afgelopen jaren weet hij zeker dat nog geen kwart van de boeken ook daadwerkelijk door kinderen gelezen werd. Tjibbe Veldkamp voelt het als zijn plicht om ook de niet zo fanatieke lezers een plezier te doen. ,,Zeg maar de kinderen die hooguit de Donald Duck lezen. Ik mocht er niet aan denken dat zij het boek openslaan en dat al die letters hen aanstaren. Het Kinderboekenweekgeschenk is een cadeautje. Dus moet het vooral heel veel kinderen bereiken.”
Het klinkt als een open deur, maar Tjibbe Veldkamp is heel serieus. ,,Een kinderboek schrijven dat veel kinderen leuk vinden wordt vaak als een vloek gezien.  Er wordt flink gemopperd op de stijl van schrijvers als Paul van Loon en Francine Oomen. Schrijvers die scoren, die het goed doen bij de Kinderjury. Maar de Kinderjury vind ik echt super”, en hij steekt zijn duim omhoog. ,,Het kan me niet schelen dat achter die boeken de commercie zit, dat het een trucje is. Liever dat dan een bekroond Griffelboek dat niet aankomt. Vast prachtig, origineel en stijlvol, maar jeugdliteratuur voor volwassenen, niet voor kinderen.”
Hij is even stil. Denkt na en lacht. ,,Eigenlijk is het een soort pesterij van mij en Kees, dit geschenk.” Beaamt: ,,Een statement! Ook.” Moppert: ,,Dat belachelijke gat tussen de Griffeljury en de Kinderjury. Onuitroeibaar is het.” Dan fel: ,,Het idee achter de Griffels – ik heb het nog even nagezocht – is dat deze prijzen een steun moeten zijn bij de aanschaf van een kinderboek. Die functie heeft het al lang niet meer. Leerkrachten en bibliothecarissen doen lacherig over de Gouden en Zilveren Griffels. De prijs is meer een aanbeveling om een boek niet aan te schaffen dan wel. Dus werkt het niet.”

Tjibbe Veldkamp heeft misschien makkelijk praten. Zijn boeken worden door kinderen gelezen en door volwassenen geprezen. In die zin dicht hij het gat tussen de commerciële auteurs en zij die alleen voor de kunst schrijven. ,,Ik wil marktgerichte kunst maken.” Hij lijkt het ter plekke te bedenken. ,,Mooie boeken. Een verhaal dat er nog niet was. Maar met een heldere stijl. Geen ellenlange zinnen. Kinderen moeten niet afhaken omdat het te moeilijk is. Maar daarmee houdt het  ook op hoor”, roept hij. ,,Dan schrijf ik gewoon wat ik leuk vind.”
Zijn eerste jeugdboek – De bezwering, hij fluistert het bijna – was eigenlijk een heel slecht boek. ,,Ik wilde naast al die prentenboeken ook eens een dik boek schrijven. Nu zou ik dat nooit meer zo doen.” Kinderen hebben helpt, zegt hij. ,,Die van mij zijn 10 en 11. Ik zie wat ze leuk vinden, waar ze om moeten lachen, wat ze snappen.”
Met zijn latere boeken Tiffany Dop en Sms is hij heel blij. ,,Droefenis en humor die hoop geeft. Ernst en lachen. En altijd een goede afloop. Daar houd ik van. Je leeft mee met de hoofdpersonen, dus wil je dat het goed met hen afloopt.”
Zijn personages hebben altijd iets recalcitrants. Ook in het geschenk, in Bert en Bart redden de wereld. ,,Die jongens mogen niet schieten van hun moeder, Viola. Zij wil dat ze lief zijn en geen stofzuigerslangen of bezemstelen als geweer gebruiken. Maar uiteindelijk gaat Viola zelf schieten.” Hij kreeg al het verwijt dat de moeder in het boek geen rolmodel is. ,,Nee, dat is ze niet nee! Ze doet of ze lief is, maar is het niet. Ze wil dat haar kinderen lief zijn, maar zelf is ze een beetje Roald Dahl-achtig verschrikkelijk. Kinderen vinden dat grappig. Dat volwassenen vinden dat zij geen goede moeder is; ik trek me er niks van aan.”
Hij zegt het nog een keer: ,,Misschien ben ik toch een pestkop.”
Als kinderboekenschrijver moet je een beetje onbeleefd zijn. Primitief. Niet netjes, niet aardig gevonden willen worden, vindt hij. ,,Toen Kees en ik bezig waren met het geschenk, was nog even de vraag of we Viola tot inkeer moesten laten komen. We hebben gekozen om dat niet te doen. We wilden een mooi, extreem karakter neerzetten geïnspireerd op Dahl en Donald Duck.”
Bovendien komt er misschien nog een tweede deel van Bert en Bart en is Viola nog nodig. ,,Hoewel… Wat moet je redden na de wereld? Het heelal?”

Daarover gesproken. Mag hij nog iets zeggen? Een beetje reclame maken? Nou vooruit. ,,Tijdens de Kinderboekenweek” - hij zegt het heel spannend - ,,komt er op internet een feuilleton: Bert en Bart redden de bibliotheek.” Kees de Boer en hij hebben het net bedacht, als hart onder de riem voor de noodlijdende bibliotheken. ,,Bert en Bart willen een boek met de titel ‘Hoe win ik van iedereen?’ verlengen, maar de bibliotheek gaat dicht. Ze gaan naar de minister-president om te protesteren tegen de sluiting. Die zegt: ‘Kijk eens wat een geweldige kerel ik ben geworden! En ik heb nog nooit een boek gelezen…’
En als hij nog even mag: ,,Ik vind het vreselijk dat er op dit moment zoveel filialen worden gesloten. Kinderen moeten lopend naar de bibliotheek kunnen. En niet met de auto naar de bieb in de stad.”
Denkt hij dat het helpt, het feuilleton op internet? ,,Nou. Nee. Maar het is toch wel fijn als iemand zoiets een keer zegt.”

Tjibbe Veldkamp en Kees de Boer: Bert en Bart redden de wereld. Tijdens de Kinderboekenweek van 5 tot en met 15 oktober gratis bij aankoop van tenminste 10 euro aan kinderboeken.
Bert en Bart redden de bibliotheek is tijdens de Kinderboekenweek dagelijks te volgen op http://blogspot.bertenbartreddendebibliotheek.nl

 
‘Ik ben eigenlijk een pestkop’ van  Marjon Kok
Gepubliceerd: 04-10-2011 , Laatst bijgewerkt: 04-10-2011