Kader Abdolah (1954) is schrijver en columnist. Hij ontvluchtte zijn vaderland Iran en verblijft sinds 1988 in Nederland. Deze week verschijnt zijn derde bundel columns, Dit mooie land.
door Jos Bloemkolk
foto: Johannes Abeling/GPD
Arak
"De stad waar ik ben geboren, was klein en lelijk. Arak was een stad vol plattelandsdromen van jonge dorpelingen die erheen waren getrokken. Maar de omgeving was bijzonder. Tientallen dorpjes waar de mooiste Perzische tapijten werden geknoopt, door de meisjes. En die dorpen hebben veel grote mannen voortgebracht: kunstenaars, politici, schrijvers. Mijn betovergrootvader was één van hen. Hij was premier en een groot dichter. Wat ook mooi was: Arak lag tussen de bergen. Maar het was een stad van foute mannen."
Film
"Het hele land had cinema, Arak niet. Cinema was onrein, een vrome moslim zou daar nooit aan beginnen. Tot een christen een cinema begon. Hij was slim. De eerste film ging over de bedevaart naar Mekka. Duizenden dorpelingen kwamen op hun ezels de stad binnen om die te zien. Daarna stroomde de Amerikaanse en Europese cultuur de stad binnen. Ik ging stiekem kijken, telkens een half uurtje, zodat ik films in drie, vier delen zag. Er was nog een andere wereld! Ik had nog geen teen van de buurvrouw gezien, nu zag ik een Italiaanse buurvrouw helemaal. De cinema en de romans hebben me met wortel en al uit de grond getrokken."
Zwolle
„Arak staat voor Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani, mijn echte naam, Zwolle werd de stad van Kader Abdolah. In mijn vaderland voelde ik dat er een zwart wild paard in me zat. Het sloeg me tegen rotsen, muren, bomen. Ik zat in het ondergrondse verzet en ik kon als rebel nog een balans vinden. Maar in Zwolle ging het paard helemaal los. Er was geen politiek, er waren geen dromen meer. Ik had een groot Perzisch schrijver willen worden, maar nu was ik opeens een analfabeet. Die eerste jaren waren jaren van woede. Ik zag Zwolle, de vrijheid die er heerste, maar ik kon er niks van maken. Ik wilde schrijven, in het Perzisch, maar dat ging niet. Voor wie zou ik dat doen? Ik ging in het Nederlands schrijven. Zwolle is schrijven met honderden foutjes."
Annie M.G. Schmidt
„Mijn eerste verhaal was zevenhonderd woorden, met zeker driehonderd fouten. Maar mijn hoop begon te stijgen, al vertelde ik dat aan niemand. Mijn omgeving zou hebben gedacht dat ik helemáál gek was geworden. Ik zocht een betrouwbaar iemand om het aan op te biechten. Ik was bezig met Jip en Janneke en ik dacht: die vrouw, die heerlijk schrijvende vrouw... Ik heb contact gezocht met haar uitgever en ik mocht langskomen. Toen waren vreemdelingen nog interessant. (lacht) Het was mijn eerste bezoek aan Amsterdam, thuis bij Annie M.G. Schmidt. Ze bood me een sigaretje aan. En ze zei: 'Jongen, ik blijf wachten op je boek.' Maar toen dat uitkwam, was ze al gestorven."

Eredoctoraat
„Kreeg ik in Groningen. Toen ik een dankwoord moest uitspreken - de organisator zei: 'Hou het kort, Kader, hou het kort, hou het kort' - heb ik gebogen voor de grote Perzische meesters en voor Jip en Janneke. Toen ik begon te schrijven, deed ik dat met de woorden van Annie M.G. Schmidt."
W.F. Hermans
„In de Nederlandse literatuur is hij voor mij de grootste naam. Als ik naar Japan zou gaan, waar niemand hem heeft gelezen en iemand vraagt: wat is de Nederlandse literatuur, dan zeg ik: Hermans. Nooit meer slapen en De donkere kamer van Damocles. Hij heeft uit niets iets groots gemaakt. Typisch Hollands: de dijken, Heineken, Shell, Philips. Ik ben optimistisch, maar hij maakt zwarte, nihilistische dingen tot een meesterwerk. Ik voel me thuis bij Multatuli, door zijn onderwerp, zijn engagement. Stilistisch is Nescio mijn favoriet. Hermans heeft meer structuur. Hij is mijn voorbeeld."
Simon Vinkenoog
„Ik heb hem vaak ontmoet. Hij omhelsde en kuste me op z'n Perzisch, de wangen tegen elkaar. Ik zie hem niet als een groot schrijver of dichter. Hij is een historische figuur. Ook híj is Nederland. Hij was geen Heineken, geen Mondriaan, geen Van Gogh. Dat waren mannen met discipline, mannen met doorzettingsvermogen. Vinkenoog was het tegenovergestelde: het andere gezicht van Nederland, de losse kant. Ik mocht hem bijzonder."
Boekenbal
"Het dorpsplein van Nederland. Je komt er iedereen tegen: de schrijvers, de burgemeester, soms een prinses of zelfs een hoer. Dat is alleen in Nederland mogelijk. Het is roken, drinken, jezelf laten zien en verder niets. Ik ben er altijd geweest, hoewel ik er niets te zoeken heb. Zoals ik soms ook een sigaretje rook, terwijl ik niet rook. Je ziet elk jaar dezelfde gezichten, die steeds ouder worden. Het is alsof je een berg bestijgt of een hoge trap. En één voor één vallen ze naar beneden. Ik sta ook in die rij. Vorig jaar heb ik Simon Vinkenoog gezien en boem, naar beneden."
U2
„Ik heb ze altijd gewaardeerd en ze hebben zich altijd met politiek bemoeid, maar een paar weken geleden in de Arena hebben ze me laten schrikken van geluk. Groen licht - de kleur van het Iraanse verzet - kaatste tegen de muren en het geluid was een mix van muziek en het geluid van Iraanse vrouwen die schreeuwden om vrijheid. Dat is de kracht van de kunst: U2 liet de stemmen van die vrouwen horen aan de wereld."
Marathon
„Ik ben een hardloper. Als ik niet loop, kan ik niet schrijven. Ik raak in de war. Lopend kan ik mijn gedachten op een rij zetten en weet ik wat het volgende hoofdstuk in mijn boek moet zijn. Ik loop twee, drie keer per week tien, vijftien kilometer. Ze vroegen me: Kader, wil je in Afghanistan lopen, bij Kamp Holland? Het hardlopen was een alibi om daar naartoe te gaan. Naar mijn vaderland terug kan ik niet, maar dit was een alternatief: de vogels zijn hetzelfde, de bergen, de grond. Hardlopen in Afghanistan was eigenlijk hardlopen terug naar het vaderland."
Geloofsafval
„Ik was een jongen van veertien. Ik was bezig met God, de hel, het paradijs, vrouwen, literatuur, maar ik kon mijn weg niet vinden. In mijn dagboek schreef ik: O, God, wilt u dit of dat voor mij doen? Ik was verliefd op mijn overbuurmeisje, ik ging daar bijna kapot aan. En ik dacht: God, het is kwart voor één; ik wil dat dat meisje om één uur tevoorschijn komt uit haar huis. Als zij komt, bestaat U. Ik ging met trillende benen naar buiten. Maar ze kwam niet. Toen was het definitief afgelopen. Ik wist: Hij bestaat niet, ik bepaal het zelf. Ik belde aan en ze verscheen. God durfde daarna nooit meer bij me terug te komen."
Mao
"Hem vond ik te veel boer. Ik was in mijn jeugd lid van een ondergrondse verzetsbeweging naar Zuid-Amerikaans model. Dat geheime leven sprak me erg aan. Ik had meer bewondering voor Castro en Che Guevara. Dat we met geweren op onze rug de bergen zouden afdalen en in de stad de dictator, de sjah, zouden verjagen."
Ayaan Hirsi Ali
„Ik mag die vrouw. Zij is het emigratiesymbool op haar felst in de scherpste, meest onbegrensde vorm. Maar één ding heb ik niet begrepen. Ze wilde alles geven aan Nederland. Dat was haar achilleshiel. Ze konden op haar schieten, zoals mevrouw Verdonk deed, en ze viel als porselein op de grond. Het is pijnlijk dat we niets meer van haar horen. Ik hoop dat ze gezond is en dat ze op een dag een waar boek schrijft over haar ervaringen. Dat zou goed zijn voor haar, voor Nederland en voor de emigranten."
Geert Wilders
"Ik mag die man. Tot zijn grote teleurstelling. Geen emigrant in dit land is bang voor hem. Hij komt grappig over. Wij genieten ervan dat hij zo serieus wordt genomen. Hij mag premier worden. Hij moet zijn puberteit achter zich laten. Dan wordt het land ook volwassen. Zolang we hem buiten de macht houden, houdt het volk zichzelf voor de gek. Ik ga stemmen op Geert Wilders en ik wens hem geluk met de ervaring van het premierschap."
'Dit mooie land'
"De titel van mijn nieuwe verzameling columns. Maar ik ben met een grote roman bezig. Journalisten vroegen me na Het huis van de moskee en de Koranvertaling en De boodschapper: wat kun je nu nog meer vertellen, Kader, wat wil je nog meer bereiken? Ik zeg ze nu dat ik bezig ben aan een grote roman. Ik noem de titel: De koning. Het wordt de kroon op Abdolah's werk en een mooi boek in de Nederlandse literatuur. Ik zeg het nadrukkelijk om het waar te maken."