Oud-AKI-studente Esther Krop correspondeerde met Arnon Grunberg. Ze gaf zijn Brieven aan
Esther uit bij haar eigen uitgeverij.
door Maarten Moll
Ze had de brieven aan het Letterkundig Museum in Den Haag kunnen schenken. Dan waren ze waarschijnlijk in een zuurvrije doos richting kelder getransporteerd. En dat zou toch zonde zijn.
Dus besloot grafisch vormgever Esther Krop (1974) de brieven zelf uit te geven, bij het in 2009 door haar opgerichte Alauda Publications. Het zijn de negentien brieven die een jonge Arnon Grunberg (1971) in 1992 en 1993 aan de eveneens jonge dichteres Esther Krop schreef.
'Dit is een Fremdkörper in het fonds. We publiceren vooral boeken op het gebied van hedendaagse kunst en cultuur. Onze eerste uitgaven waren fotoboeken. Dit jaar verschijnt er nog een boek over de Amerikaanse land-artkunstenaar Robert Smithson. Nee, ik heb geen brieven van andere schrijvers in de kast liggen.'
Krop ontmoette Grunberg in 1991 bij de presentatie van haar dichtbundel in de Amsterdamse galerie Guido de Spa in de Weteringdwarsstraat. Grunberg, van het gymnasium in Amsterdam gestuurd, heeft een uitgeverij opgericht (Kasimir), schrijft toneel en werkt aan Blauwe maandagen. Hij kocht haar boek, ze raakten aan de praat, wisselden adressen uit en een correspondentie begon.
'Ik woonde in Sneek, ik deed de schoolkrant en ik schreef gedichten. Na het gymnasium ging ik naar de kunstacademie in Enschede, de AKI. In die periode begon ik met Arnon te corresponderen. Na een half jaar ben ik van de AKI weggelopen. Ik was redelijk in de war, wist niet wat ik moest doen of wie ik was. Een kwetsbare periode.'
Voor een deel is de briefwisseling langs haar heen gegaan. 'Ik zie mezelf niet aan een bureau zitten terwijl ik die brieven schrijf. Hij ging wel vrij serieus in op wat ik schreef, maar ik kan me niet veel meer herinneren van wat ik dan terugschreef. Mijn brieven zijn ook niet bewaard gebleven. Ik reageerde ook niet op zijn uitnodigingen bij hem langs te gaan. Ik viel niet voor hem en vriendschap was eigenlijk ook niet aan de orde. Het was niet echt een warme verstandhouding. Al stelde hij zich volgens mij wel kwetsbaar op. Hij stelde bijvoorbeeld voor in het bos te gaan wandelen. Maar we leefden in verschillende werelden en schreven brieven. Onze denkbeelden over kunst liepen ook ver uiteen.'
Wat ook uit de brieven blijkt. Grunberg - we herkennen al de herhalingen, formuleringen, pesterijen en oneliners die zijn latere werk zo zullen typeren - complimenteert haar eerst met haar gedichten, om daar later genadeloos over te oordelen. 'Waarom is een fiets schaamteloos autistisch? Wat zijn achteloze schaaldieren?'
De laatste brieven van Grunberg, al minder vriendelijk dan in het begin omdat ze niet bepaald tegemoet lijkt te komen aan zijn visies, dateren uit september 1993. Krop heeft, na in Amsterdam twee maanden filosofie te hebben gestudeerd, gekozen voor de Rietveld Academie. Voor beeldende kunst. 'Toen ben ik gestopt met dichten. En ook hield ik op met hem te corresponderen.'
Vele jaren later ontmoette Krop Grunberg weer. De map met brieven had twee jaar in de boekenkast gestaan en ze besloot er werk van te maken Ð ook omdat Grunberg zo ongeveer de bekendste Nederlandse schrijver was geworden - en hem om toestemming te vragen de brieven te publiceren. Ze zocht de schrijver op in de Utrechtse wijk Leidsche Rijn, waar hij voor een project bij mensen thuis logeerde.
'Het was prettig weer met hem samen te werken. Hij heeft me zelfs aangemoedigd en ondersteund. In zijn boeken is hij kil en afstandelijk, maar als persoon is hij charmant.'
Ze laat een groot boek zien: de prachtige facsimile-uitgave van Brieven aan Esther (er is ook nog een e-book). De brieven, met doorhalingen en verbeteringen op ware grootte afgedrukt. En ook de bijbehorende enveloppen (voor- en achterzijde) zijn te bewonderen.
'Heel bijzonder, toch?' zegt Krop. 'Wie typt nu nog brieven? Wie verstuurt nog brieven?'
In het voorwoord heeft Grunberg het erover dat Krop 'een slaatje wil slaan uit die brieven'. Krop kan erom lachen. 'Dat is typisch Arnon, een beetje pesten. De werkelijkheid is dat dit project me nu alleen nog maar geld kost. Ik heb de kosten er nog lang niet uit.'