Robert Crumb staat bekend als de tekenaar van cynische strips, waarvan Fritz the Cat en Mr. Natural de bekendste zijn. Hij vervaardigde ook veel platenhoezen. The Extended Record Cover
Collection biedt daarvan een schitterend overzicht.
door Willem Jongeneelen
'Laten we eerlijk zijn, dit is neurotisch gedrag.' Dat staat te lezen onder Why I'm neurotic about my record collection, een strip waarin tekenaar Robert Crumb het gedrag van zichzelf als platenverzamelaar haarscherp blootlegt.
De strip staat afgebeeld voorin het onlangs - jammer genoeg nét niet op elpeeformaat - uitgegeven boek met al dan niet uitgegeven platenhoezen, flyers, posters en portretten die Robert Crumb (Philadelphia, 1943) tussen 1967 en 2010 maakte. Die tekeningen bieden niet alleen een kijkje in de muzikale ziel van de cartoonist, het werk toont ook de verschillende stadia die Crumb als muziekfreak doormaakte.
Geweldig is de hoes van The Stuff That Dreams Are Made Of, een in 2006 uitgegeven dubbel-cd vol 'Super Rarities & Unissued Gems Of The 1920's en 30's'. Crumb snapt de gekte van de muziekverzamelaar en verbeeldt dat schitterend in woord en beeld: 'After forty years, At Last It's Mine!!' schreeuwt de man op de hoes uitzinnig.
Crumb mag dan een reputatie hebben als tekenaar die grofheid niet schuwt en vooral in het begin van zijn carrière een uitgesproken mening heeft over de sociale hypocrisie in de VS, opvallend aan het werk in dit boek is dat hij ook een groot aantal bijzonder fraaie, zeer goed gelijkende, in strakke tekenstijl vervaardigde portretten maakte. Van Robert Johnson tot James Brown, van Bo Diddley tot Frank Zappa en van Lightnin' Hopkins tot Woody Guthrie, ze werden - vaak in opdracht voor The New Yorker - zeer treffend neergezet.
In zijn strips duiken vaak hippies, voluptueuze vrouwen en timide mannetjes op. Onder invloed van drugs ontwikkelt Crumb in de tweede helft van de jaren zestig een psychedelische stijl en wordt zijn werk, zeker in zijn thuisland, vaak als choquerend ervaren. Robert Crumb is een meester in het uitbeelden en verwoorden van controversiële thema's. Daarin worden onderwerpen als seks, drugs en kritiek op veel fatsoensrakkers in zijn omgeving, niet geschuwd.
In dit boek zien we op een aantal hoezen, posters en flyers nog veel van de held van die 'underground comics' terug. Als hij zijn muzikale helden uit de blues, jazz, country, cajun, bluegrass, Franse musette en swing uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw vereeuwigt, spreekt daar ook veel liefde, gevoel voor hun muziek en vakmanschap uit.

Wereldberoemd is de hoes van het album Cheap Thrills van Big Brother & The Holding Company,met zangeres Janis Joplin. Eigenlijk was die 'strip' bedoeld voor de achterkant van de hoes. Daarop voorzag Crumb iedere song van een eigen illustratie.
Dat hij honderden, vaak veel fraaiere hoezen ontwierp, daar biedt dit boek, met door Nederlandse en Franse verzamelaars en uiteindelijk ook door Crumb zelf bijeengebracht werk, een zeer uitgebreid beeld van.
Robert Crumb - sinds 1994 opererend vanuit Zuid-Frankrijk - was een van de eerste tekenaars die het medium strips gebruikte om autobiografische verhalen te vertellen. Dat maakte hem bijzonder invloedrijk. Hoewel compleet anders van stijl, zijn Nederlandse equivalent Peter Pontiac is in die zin schatplichtig aan Crumb. Anders dan Pontiac, die nog niet zo lang geleden opbiechtte zijn tekenpen graag in te leveren voor een plectrum als hij daarmee gitaar kon spelen, was Robert Crumb zelf wel muzikant. De elpees van de formatie R. Crumb and his Cheap Suit Serenaders, met Crumb als zanger en bespeler van de banjo, zullen echter voornamelijk collector's items zijn vanwege de hoezen.
Als dit boek één ding duidelijk maakt, dan is het dat deze in de kunstwereld regelmatig als 'de Breughel van de twintigste eeuw' omschreven tekenaar, een oprechte muziekfanaat is. Hoewel veel minder bekend dan zijn cartoons of in 2009 uitgegeven, getekende versie van het eerste Bijbelhoofdstuk, Het Boek Genesis, deze platenhoezen en illustraties behoren tot de hoogtepunten uit zijn oeuvre.