Heerlijke roman over student op zoek naar verloren novelle.
door Arie Storm
Hét zomerboek van 2012 heb ik de afgelopen dagen gelezen: Een kamer in Rome van Sipko Melissen. Alles aan deze roman is lekker loom en weldadig. Dit is de eerste zin: 'Op de dinsdagochtend na Pinksteren schrok ik wakker van Carola die naakt en nog nat van de douche de slaapkamer binnenkwam.'
In de tweede zin valt al de naam Nabokov. Dit wordt van begin tot eind genieten, vermoed je dan naakte dames die uit de douche komen, Nabokov en die verwachting komt uit.
Dit zeg ik zonder ironie. Melissens stijl is rustig; hij probeert de lezer niet te overdonderen met een al te esthetiserende aanpak. Die aandacht voor het esthetische komt ruimschoots aan bod in de inhoud.
Verteller Daniël is een 25-jarige student die op zoek gaat naar de geheimzinnige schrijver Alle Waterink. Die publiceerde voor zover bekend slechts één novelle: Een tuin in Toscane. Dat was in 1984. Nu, in 2009, is deze Waterink als schrijver totaal vergeten. Als schilder heeft hij nog wel enige bekendheid.
Daniël gaat natuurlijk ook op zoek naar zichzelf. Carola heeft het op de eerste bladzijde inderdaad, vlak nadat ze uit die douche is gekomen al uitgemaakt. Dat wordt niet als een al te groot drama gepresenteerd: 'Ik zocht mijn bril en keek op mijn horloge. Half elf alweer.' Daniël kan op zoek naar nieuwe kansen.
Hij is überhaupt meer van de literatuur, van het lezen met een boekje in een hoekje, dan van de heethoofdige heteroseksuele liefde. Zinnelijkheid komt in deze roman wel voor, maar dat gaat er tamelijk subtiel aan toe. Wat tot gevolg heeft dat wanneer Daniël zich eens het een en ander in het hoofd haalt, het meteen ook daadwerkelijk meeslepend wordt. Maar zoals gezegd: voorlopig leest hij liever en zoekt hij dingen uit die het literaire betreffen.
Een idool van hem is zijn docent aan de universiteit: Stijn Ravel. Die brengt hem op het spoor van zogenoemde 'virtuele romans' 'romans die in geen boekwinkel op aarde te vinden waren omdat ze alleen bestonden voor, of geschreven waren door romanfiguren'. Ravel geeft daar college over (waar kan dat nog met zo'n leuk onderwerp?) en alleen al zijn literatuurlijst spreekt tot de verbeelding. Melissen biedt ons de volgende opsomming aan: 'Paul Auster, Jorge Luis Borges, J.M. Coetzee, Umberto Eco, Stanislaw Lem, Ian McEwan, Vladimir Nabokov, Cees Nooteboom, Raymond Queneau, Laurence Sterne en vele anderen.'
Daar krijg je toch meteen zin in!
En dan is er dus die vergeten novelle, Een tuin in Toscane. Via de moeder van Carola heeft Daniël dat boekje in handen gekregen. Geïnspireerd en aangemoedigd door Stijn Ravel gaat hij naar Toscane om daar een en ander uit te zoeken. En passant citeert Daniël uit de novelle en vertelt hij aan ons, de lezer van het overkoepelende boek Een kamer in Rome, de inhoud ervan na. En die valt niet tegen. De nietbestaande novelle blijkt inderdaad een intrigerend verhaal te bevatten.
Bovendien wakkert de novelle bij Daniël een belangstelling aan voor de grote romantische dichter John Keats (17951821), die in het boekje van Alle Waterink een rol speelt ook Oscar Wilde is daar prominent in aanwezig. Het ritselt kortom van de literaire allusies en verwijzingen. Maar het werkt: Keats werd weer helemaal de held voor mij die hij al eens was toen ik zestien was. Net als Daniël bladerde ik voortdurend in een biografie van Keats (neem die dus ook mee wanneer u zich naar het strand begeeft).
Dit maakt van Een kamer in Rome tot méér dan een cerebrale exercitie: het is tevens een ontroerend boek. Daniël is 25 terwijl hij in Italië zit op zoek naar een onbekende schrijver. Op die leeftijd stierf Keats; hij liet een ongelooflijk prachtig en intrigerend poëtisch oeuvre na. Daniël treft de poëzie van Keats overal aan: in de literatuur, maar ook in zijn leven. Dat is aangrijpend.