Let op: Deze website is gerestaureerd met behulp van gearchiveerde inhoud. De website eist geen rechten op deze inhoud.

Op de zolder ligt een oud karabijn

Op de zolder ligt een oud karabijn

Boeken Comments Off

Binnenkort in De Twentsche Courant Tubantia een interview met Wanda Reisel. Hier een recensie.

door Arie Storm

De nieuwe roman van Wanda Reisel, Nacht over Westwoud getiteld, begint als een gedicht: ‘De huisjes en de boerderijen van Westwoud waren al zichtbaar aan de horizon, toen er plotseling een doffe bonk tegen de onderkant van mijn auto klonk.’

Bonk, klonk – daar wordt voor een overigens begaafd prozaïst bijzonder lelijk geschreven. Het is het soort zin dat liefhebbers van het werk van Van Dis, Japin en De Moor mooi vinden en waarvan ze abusievelijk menen dat het literatuur is of dat literatuur zo zou moeten zijn; in werkelijkheid hebben we hier te maken met kitsch. Bij Reisel hoop je dat het een truc is, dat ze de lezer om de een of andere reden op het verkeerde been wil zetten; ze sust je in slaap met rijm. Of toch niet?

Het beeld dat aanvankelijk van Westwoud wordt geschetst, is idyllisch. De hoofdpersoon, een mannelijke arts, rijdt in zijn klassieke Mercedes SL uit 1973 dit dorp binnen en dan steekt plotseling het noodweer de kop op. Ook dat hoort erbij; het zorgt voor sfeer. De eerste persoon die hij er aantreft, is een vrouw, en zij wordt tevens poëtisch neergezet: ‘Het was of haar silhouet een kort moment zilverachtig oplichtte tegen de regengevulde lucht.’ ‘Silhouet’, ‘zilverachtig oplichtte’ (vooral dat zilverachtig), de regengevulde lucht’ – menige kitschschrijver zou het Reisel niet verbeteren.

Toch is er een verschil. Reisel hanteert voor het overige een rustige stijl; er zit een milde, ironische afstand in de toon van het boek. Ze manoeuvreert je bewust een wereld in die veel weg heeft van een genoeglijke Engelse politieserie, iets als Midsomer Murders, maar dan op zijn Hollands.

Als volgt wordt de eerste maaltijd beschreven, die onze hoofdpersoon nuttigt in het plaatselijke eetcafé:

‘De prak zag er niet uit, maar, het moest gezegd, smaakte bijzonder goed. Ik complimenteerde hem (te weten: de café-uitbater), en de wijn was puik.’

Voor het eten wordt een lekkere herfstbokbier gedronken. De baas van het café heet Arie. Kortom. We zijn helemaal thuis.
Maar zo kan het natuurlijk niet altijd blijven. Vakkundig vlecht Reisel de rimpelingen in haar verhaal. Na alle verwijzingen naar Hollandse genoeglijkheid te hebben herkend, moet de lezer al snel denken aan meer verontrustende zaken.
De hoofdpersoon, die Levi Levi heet, neemt in het dorp waar voor een tijdelijk naar Afrika vertrokken collega. In zijn huis staat een telescoop, daarmee kan over het hele dorp worden gegluurd. Op zolder bevindt zich een oude karabijn. En in de computer bevinden zich
tekstdocumenten waarin méér informatie te vinden is over de mensen uit het dorp dan strikt medische. In plaats van aan Midsomer Murders denken we nu aan de film Rear window van Alfred Hitchcock.

Over alles heen hangt echter vooral de schaduw van Simon Vestdijk. De arts voor wie Levi waarneemt, verwijst in een van zijn teksten die onze hoofdpersoon in de computer vindt, naar hem: ‘Toen ik jonger was, dacht ik dokter-schrijver te worden. Tsjechov, Céline en Vestdijk waren me voorgegaan, aan hun bureaus trok de mensheid langs, staalkaart van de soort.’

Ik moest vooral denken aan Vestdijks roman Else Böhler (1935), met name door het slot van Nacht over Westwoud. Daar wordt een min of meer vergelijkbare truc met het vertelperspectief uitgevoerd als in Else Bšhler: een ik-persoon ziet de dreiging aankomen en is toch blijkbaar in staat geweest zijn verhaal in alle rust op schrift te stellen.

Nacht over Westwoud zit al met al veel geraffineerder in elkaar dan het zich misschien aanvankelijk laat aanzien. Daarbij verbindt Reisel de problematiek van de opkomst van het nazisme, zoals die in Else Böhler een rol speelt, met de vreemdelingenhaat van onze tijd. Zo’n zin klinkt meteen bijzonder zwaar, terwijl het knappe van Reisel is dat ze de lezer ermee overvalt. Ze is geen drammer. Ze laat iets zien. En dat ook nog eens in een kunstig in elkaar gezet literair verhaal dat aantrekkelijk is om te lezen.

Author

Back to Top