Het gelijk van Heisenberg, het debuut van Frans Pollux, is pulp.
door Arie Storm
Overstromingen spelen een belangrijke rol in enkele Nederlandse romans van de laatste jaren. In Paradiso van Kees van Beijnum is een dijkdoorbraak de oorzaak van alle waterellende en in Goede tijden van Edzard Mik overstroomt de Maas in Limburg.
Het romandebuut van Frans Pollux (1977), Het gelijk van Heisenberg, speelt eveneens in Limburg, maar dan wel in het Limburg van een niet zo verre toekomst. Nederland bestaat niet meer, Europa evenmin; we worden geleid door een organisatie of een beweging die The Engagement wordt genoemd. Het hele leven wordt bepaald door de vrije markt, 'alles wat vroeger door de overheid werd geregeld lag nu in de handen van marktpartijen'. Dat marcheert schijnbaar prima, maar dan volgt een gigantische overstroming. En daar begint het verhaal van deze roman: 'Het water was overal. In de steden, in de straten, in de huizen, in de spleten tussen de plinten, in de richels in het plafond, op de zolders.'
Het is niet helemaal correct om te zeggen dat het verhaal daar begint, hoewel de twee zojuist geciteerde zinnen wel de eerste twee van deze roman zijn. Maar de grap van het boek is dat we de beschreven gebeurtenissen aangereikt krijgen in de vorm van fragmenten. Dat wordt uitgelegd in een nß het eerste hoofdstukje volgend 'Ten geleide': 'Het verhaal is gefragmenteerd - zoals het geheugen.' En: 'Wie wil schuiven met de fragmenten maakt zijn eigen verhaal. Dat mag, al zal de uitkomst niet veranderen: het is de weg, de natte weg naar het absolute einde toe, die dit verhaal het vernietigen waard maakt.'
Wat dit verhaal overigens werkelijk de moeite van het vernietigen waard maakt, is dat het niet zo'n goed verhaal is en dat het, zoals uit de zojuist geciteerde zinnen met die clichématige opmerking over het geheugen, dat flauwe 'de natte weg' en dat stompzinnige 'het absolute einde' al blijkt, ook nog eens niet zo goed is geschreven.
Aanvankelijk weet Pollux de aandacht nog wel even vast te houden met fragmenten waarin verschillende of dezelfde personen, daar moeten we dan nog achter zien te komen, op uiteenlopende momenten in de tijd - er wordt druk met flashbacks en flashforwards gewerkt - hun overlevingsstrijd tegen het water voeren. Maar al doorlezend verdwijnt al snel de spanning en op een gegeven moment zit je gewoon een stontvervelend boek te lezen, blijkt dat gefragmenteerde een leeg trucje, zie je het modieuze van de titel in met die verwijzing naar Heisenberg en zijn onzekerheidsprincipe (zie voor meer info: wikipedia), weet je ook dat daar verder niet echt iets mee gedaan zal worden, en wil je maar één ding, en dat is dat die vervelende verteller nu eindelijk eens het zwijgen wordt opgelegd. Maar dat gaat 344 bladzijden lang niet gebeuren.
Die verteller heet Syris en hij is 'een plichtsgetrouwe ambtenaar' - de flaptekst deelt in de malaise van het clichématige schrijven - 'in dienst van het departement Fiscaliteit en Vrijhandel, afdeling Onderzoek'. Hij gelooft in het heilzame mechanisme van de vrije markt, of in elk geval: hij heeft er geen last van, totdat hij een vrouw getrouwd blijkt te zijn die hoort bij de mensen die het systeem met gewelddadige middelen omver wil werpen omdat ze naar wat meer humaniteit verlangt.
En dan is er dus op een gegeven moment dat almaar stijgende water. Is er sprake van een ingrijpen van de goden, een natuurramp of is het water het gevolg van het falende of juist van het uiterst succesvolle economische beleid?
Uiteindelijk worden in dit boek wel zo'n beetje alle vragen beantwoord, zoals dat ook in een thriller gebeurt. En dat is wat Het gelijk van Heisenberg is: een zeer matige thriller, genrewerk, verteld op een afwisselend lollige en dan weer als spanningopbouwend bedoelde stoerejongenstoon, pulp.
Nederland heeft er weer een mislukte schrijver bij. De rechten van het boek zijn al aan Duitsland verkocht; weer iets om je in het buitenland voor te schamen.