Vic van de Reijts biografie van Willem Elsschot is een compact, consciëntieus, geïnspireerd boek.
door Jos Bloemkolk
Uitgever/auteur Vic van de Reijt, die zich al dertig jaar intensief met Willem Elsschot (1882-1960) bezighoudt, heeft dan eindelijk de biografie van zijn literaire held geschreven. Als eerste onderzoeker kreeg hij toegang tot het archief van de zakenman Alfons De Ridder, dat lag te verschimmelen in een ondergelopen kelder in De Ridders huis aan de LemmŽstraat in Antwerpen. Mede op basis van die vele duizenden vellen papier (de boekhouding en de kolossale hoeveelheid zakenbrieven) heeft hij een boek geschreven over de schrijver Willem Elsschot én de zakenman Alfons De Ridder, die zoals bekend in één borst huisden.
De gewiekste Boorman in Elsschots roman Lijmen is hij voor een groot deel zelf. De honderdduizenden exemplaren van het Algemeen Wereldtijdschrift voor Financiën, Handel, Nijverheid, Kunsten en Wetenschappen die Boorman weet te slijten aan de weduwe Lauwereyssen, eigenaresse van een bedrijf in keukenliften, komen uit een transactie die De Ridder had met Les Soeurs de Marie te Namen. Ook daar honderdduizend exemplaren, nu van zijn tijdschrift met de al even weidse naam La Revue Continentale Illustrée, waarin het kloosterleven van de zusters al even lovend werd beschreven als het bedrijfje van de weduwe Lauwereyssen in het Wereldtijdschrift.
Je kunt zeggen dat Elsschot - en zo drukte hij het zelf ook uit - pas schreef, als hij zwanger was van een boek. Hij was in de eerste plaats zakenman, advertentiecolporteur en reclameman. Die zwangerschap ontstond door impulsen in zijn eigen leven en werd hooguit bespoedigd door ingrijpen van derden. Zo stimuleerde de Nederlandse schrijver Jan Greshoff hem na tien jaar zwijgen opnieuw te schrijven door hem te wijzen op dat gat van tien jaar.
Daar kwam de roman Kaas uit voort. Maar Greshoff zou tevergeefs hebben aangedrongen als dat boek al niet in Elsschot groeiende was geweest.
Een belangrijke drijfveer voor de schrijver Elsschot was volgens Van de Reijt schuldgevoel. De hardheid die De Ridder aan de dag legde als zakenman, werd kritisch tegen het licht gehouden in de romans. En de manier waarop hij in een Parijs' pension een kamermeisje bezwangerde en jammerlijk in de steek liet, liet hij terugkeren in het gedrag van de Duitser Grünewald in zijn meesterlijke debuutroman Villa des Roses.
Elsschot was als schrijver een eenling. Van de Reijt citeert het glasheldere, tamelijk cynische begin van Villa des Roses naast het hooggestemde begin van een hoofdstuk uit Couperus' Herakles, dat bulkt van de bijvoegelijke naamwoorden. Elsschot was ook een eenling, doordat hij voorvechter was van het Vlaams, maar in een klassiek Nederlands schreef dat in Vlaanderen niet werd gebezigd. Toch groeide gaandeweg de waardering voor zijn werk, ook in België.
Totdat Elsschot onderwerp werd van de beruchte affaire Borms.
Van de Reijt toont aan dat het vlammende gedicht dat Elsschot in 1947 schreef naar aanleiding van de executie van de Vlaamse collaborateur en flamingant August Borms, een provocatieve daad was, die voortkwam uit afkeer van de doodstraf. Voor de oorlog had hij al een soortgelijk gedicht gemaakt na de executie door de Duitsers van de communist Marinus van der Lubbe. Het gedicht Borms, dat hij meermalen herschreef, werd in een oude versie afgedrukt en schaadde zijn reputatie enorm. Het was het einde van zijn schrijverscarriére.
Elsschot is een compact, consciëntieus, geïnspireerd boek. Het enige bezwaar is dat een groot conflict in De Ridders zakenleven al te uitgebreid wordt behandeld, neveneffect van Van de Reijts langdurige bestudering van het zakelijke archief.
Fraai is de beginzin van het eerste hoofdstuk: 'Christaan De Ridder was bakker', waarin iedere Elsschotlezer onmiddellijk de eerste zin van Een ontgoocheling herkent. En het tragikomische einde, als vrienden van Elsschot zich na zijn crematie in Ukkel met de taxi naar Antwerpen haastten, het gloeiende askistje snel aan elkaar doorgevend omdat het te heet is om op de vloer te staan, zou in een roman van Elsschot niet hebben misstaan.