TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen

TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen | 'Schrijven was een manier om Tonio levend te houden'

'Schrijven was een manier om Tonio levend te houden'  

door Peter van Vlerken
foto: Tonio van der Heijden

A.F.Th. van der Heijden was bereid een interview te geven naar aanleiding van zijn boek over het overlijden van Tonio, enig kind van hem en zijn vrouw Mirjam Rotenstreich. Maar alleen schriftelijk.

Omdat schrijven erover je makkelijker af gaat dan praten?
„Sinds Tonio's dood heb ik nauwelijks contact gehad met andere mensen. Het begon al met zijn begrafenis. Meer dan een handvol mensen… naaste familie, een enkele vriend van Tonio… kon ik er niet bij hebben. Dat gold ook voor Mirjam. De klap was te groot, te zwaar. Na de begrafenis hebben we, voorzichtig een voor een, de vrienden uitgenodigd met wie Tonio in zijn laatste levensdagen nog dingen had ondernomen. De bezoeken putten ons uit, maar we wilden per se weten wat hij kort voor het fatale ongeluk gedaan en gezegd had.
Hierna hebben we ons binnenshuis teruggetrokken. Vrijwel zonder nog bezoek te ontvangen. Ik raakte aan het schrijven. Pas toen het boek klaar was, besefte ik dat het niet op de gewone manier de wereld in kon worden gestuurd. Ik zag mezelf niet in een kermisachtige talkshow zitten om mijn verhaal over Tonio te doen. En wat de reguliere kranteninterviews betreft… ik wilde niet dat mijn nog altijd zichtbare verdriet als een troebele wolk tussen mij en de ondervrager kwam te hangen.
Dat zou alleen maar afleiden. Voor een roddelblad zou dat natuurlijk een buitenkansje zijn: 'Zijn handen trilden nog van de alcoholhoudende pijnstiller… hij was nauwelijks tot spreken in staat.' Maar zulke bladen sta ik niet te woord, ook niet schriftelijk."

Hoe is het met jou en Mirjam een jaar na het overlijden van Tonio?
„De pijn is niet gesleten, en zal ook nooit slijten. In de loop van het afgelopen jaar kwamen Mirjam en ik tot de conclusie dat we helemaal niet van het verdriet om het verlies af wilden. Integendeel, we moesten het gemis in ere houden… willens en wetens in de ontstane leegte blijven staren… Als je de pijn wilt blijven voelen, dien je de zenuw open te houden. Die open zenuw, dat is onze directe verbinding met Tonio. Zeg maar gerust: een hotline.
Er bestaan foto's (eind negentiende eeuw) van een ter dood veroordeelde Chinees, die eerst gemarteld wordt: de beul snijdt stroken opperhuid uit 's mans bovenlijf. Let op het gezicht van de gemartelde. De intense pijn veroorzaakt een gelaatsuitdrukking die niet te onderscheiden is van een hemelse blik.
Zo zou je onze pijn op zijn diepst kunnen voorstellen, op het punt waar les extrêmes se touchent, en waar de pijn raakt aan een paradijselijke gewaarwording: contact met Tonio. Vorige week, op 15 juni, had ik zo'n moment van bevrijdende pijn. Het was Tonio's drieëntwintigste geboortedag, en tegelijkertijd was het precies vijf jaar geleden dat  hij te horen kreeg dat hij geslaagd was voor zijn eindexamen gymnasium. De blijde tijding kwam per telefoon. De huiskamer was al vol verjaardagsbezoek, maar wij drieën hingen, elkaar omarmend, op de bank, stom van geluk, de directe omgeving totaal vergeten.
Op 15 juni werd ik overvallen door de herinnering aan die verjaardag, zijn achttiende. Door me ook het succesvolle eindexamen te binnen te brengen, compleet met triple-omhelzing, werd de pijn zo snijdend en intens dat ik de aanwezigheid van Tonio echt voelde. Je zou het een soort creatief masochisme kunnen noemen.
Dit wat de stand van zaken rond het verdriet betreft. Hoe het verder met Mirjam en mij gaat… We zijn niet aan Tonio's teloorgang ten onder gegaan, al scheelde het op zeker moment niet veel. Misschien wilden we, heel primitief geredeneerd, Tonio in zijn graf niet opzadelen met het ondraaglijk slechte geweten dat hij zijn ouders in zijn val had meegesleurd. We hebben besloten te blijven leven voor hem, hoe paradoxaal het ook klinkt. Niemand draagt zoveel herinneringen aan hem mee als Mirjam en ik samen. Wij vormen het bewijs van zijn bestaan, ook al is dat vroegtijdig afgebroken."

Heeft de publicatie van je boek iets veranderd?
„Het schrijven van mijn requiem was zo'n manier om Tonio in leven te houden… of misschien moet ik zeggen om zijn korte leven levendig  te houden. De publicatie zelf, en de goede ontvangst ervan heeft aan ons huidige welzijn weinig veranderd. Ik ben nog steeds even onzeker over de kwaliteiten van het boek, en over mijn motieven om het te schrijven en in druk te geven. Bij vlagen bestormt me de overtuiging dat ik iets zeer onbehoorlijks heb gedaan. Op andere momenten, wanneer bijvoorbeeld een betrokken brief mijn herinnert aan hoe Tonio tot leven is gekomen voor volslagen onbekenden, durf ik de gedachte weer toe te laten dat ik er goed aan heb gedaan mijn requiem de wereld in te zenden."

Heeft het zoeken naar de exacte toedracht van het ongeluk van Tonio je geholpen? 
„Ik denk niet dat zo'n proces helpt het verdriet te verwerken. Daarvoor kom je te veel pijnlijke details tegen, die om zo te zeggen alle verse hechtingen weer lostrekken. Ik vermoed dat het eenvoudig onmogelijk is om niet alles te willen weten. Ook al zou je bij sommige ontdekkingen het liefst de andere kant op kijken."

Op de ultieme vraag - waarom? - is geen antwoord. Heeft het stellen van die vraag toch zin gehad?
„Een of andere Duitse maniak spoedt zich de laatste jaren naar elke rampplek die zich in Duitsland of Nederland voordoet en plaatst een bord met 'Warum?' of 'Waarom?' Ik wil maar zeggen, sinds de mensen niet meer naar de kerk gaan om God zelf de vraag te stellen, is het 'Waarom?' een sandwichbord geworden rond de nek van een monomane aandachttrekker. Het 'Waarom' is verworden tot een loze kreet, waar nog wat emokitsch vanaf vonkt.
„Ik sluit niet uit dat de 'Waarom'-vraag hier en daar in mijn requiem opduikt. Geen requiem zonder opstandig dan wel lijdzaam 'Waarom?' Maar over het algemeen heb ik me er het afgelopen jaar niet mee gekweld. Ik gedroeg me ten aanzien van Tonio's dood zelfs tamelijk fatalistisch. Nu moet ik er meteen aan toevoegen dat de toedracht van het ongeluk ook weinig ruimte liet voor een weifelend 'Waarom?' In mijn wanhoop heb ik nog geprobeerd in Tonio's verleden een onopvallend, doods moment weg te knippen, zodat hij misschien net een ogenblik eerder op de kruising was geweest, en zo net aan de bumper van de Suzuki had kunnen ontsnappen… Maar verder waren de feiten glashard en duidelijk: twee elkaar voluit treffende krachten… het blinde Noodlot dat het op een akkoordje gooit met de kansrekening."

Je hebt in het verleden een aantal herdenkingsromans geschreven. Hoe anders was het dit keer?
„Vergeleken bij 'Tonio' waren de eerdere requiems vingeroefeningen in een fröbelklasje. Bij het schrijven van de requiems die jij bedoelt, zweefde me de opbouw van de klassieke requiemmis voor ogen… Mozart, Verdi, Fauré… en hoe losjes ik mijn kennis daarover ook hanteerde, het bleven vormexperimenten. 'Tonio' heb ik alleen fragmentsgewijs kunnen schrijven, door me elke ochtend op weer een andere overweging omtrent zijn dood te concentreren. De eerdere requiems waren veel doordachter, veel meer vooropgezet. 'Tonio' ontstond uit een ritueel proces, heel associatief… omkleed met half waanzinnig geprevel, met plotselinge huilkrampen… gevloek, getier… vraag het Mirjam."

'Asbestemming', over de dood van je vader, zei je destijds te hebben moeten schrijven om verder te kunnen met je leven. Moest het om diezelfde reden nu weer?
„Voor het schrijven van 'Tonio' gold hetzelfde als voor de gelijktijdige reconstructie van het ongeluk: de overweging om het wel of niet te doen deed zich eigenlijk niet voor. Mirjam en ik moesten navragen en doorvragen. Zo had ik ook geen andere keus dan schrijven over Tonio. Het gebeurde. Ik zat erbij, en keek hoe mijn vingers schijnbaar willekeurig de toetsen beroerden. Ik heb nog steeds de indruk dat ik mezelf pas na verloop van tijd dwong mijn verstand erbij te houden. Elke reden die ik noem om het boek te schrijven, is een reden die ik achteraf, op maat, construeer. De ware reden blijft dan ook voor mij duister - en misschien is er helemaal geen."

Je ranselt jezelf met verwijten. Was schrijven een vorm van boetedoening?
„Boetedoening, wie weet. Maar dan zou het de boetedoening zijn van iemand die aan beschuldiging, arrestatie, veroordeling ontkomen is, en dan alsnog een bekentenis op papier gaat zetten. Een zelfopgelegde schrijfopdracht die tevens als straf, in de vorm van zelfkastijding, geldt. Als je het ontstaan van 'Tonio' zo wilt uitleggen, zal ik niet dwars gaan liggen. Ja, ik zweepstriem me met zelfverwijt. Ik had in 1988 gezworen dat ik mijn zoon tot het uiterste zou beschermen, en dat is uiteindelijk niet gelukt. Ergo: ik heb gefaald. Niet volgens de wet, dus leg ik mezelf een boete op. Een taakstraf, waarmee ik nog binnen mijn eigen vakgebied bleef ook."

Je schrijft ook over je schaamte voor het overlijden van je zoon, een schaamte die je lijkt te bestrijden door je schaamteloos bloot te geven in het boek. Is dat een effectief middel?
„Als ik me schaam voor de dood van Tonio, die ik niet heb kunnen voorkomen, en ik getuig van die schaamte in geschrifte, wat zou er dan in godsnaam nog aan beschamends voor me kunnen overblijven? Hoe vreemd het ook klinkt, er was iets troostends in de exhibitionistische schaamteloosheid waarmee ik mijn bekentenis aan het papier toevertrouwde. Heel even, heel vluchtig."

Aan het eind van het boek treden Mirjam en jij uit jullie isolement van rouw. Waarom juist op het moment van de huldiging van Oranje na de verloren WK-finale?
„Het isolement wordt niet opgeheven. Ik stel Mirjam voor om 'onder dekking van de massa', opgaand in het Oranjevee, de onheilsplek vlakbij het Leidseplein op te zoeken. Als we op een andere dag waren gegaan, hadden we - althans naar mijn eigen indruk - voor iedereen te kijk gelopen. Niemand van al die aangeschoten, rood-wit-blauw uitgedoste schreeuwerds, dronken van een valse triomf, keurde ons een blik waardig. We voelden ons in de massa net zo geborgen als in ons veilige huis."

Hoe is het om geprezen te worden voor een boek dat je nooit hebt willen schrijven?
„Voor lofprijzingen ben ik doorgaans gevoeliger dan ik zou willen toegeven. Nooit werd een boek van mij zo unaniem positief binnengehaald. Wat er in kranten en bladen over schreven wordt, de reacties op internet, zelfs het getwitter… ik hou het allemaal nauwgezet bij. Maar de complimenten ketsen op me af. Liever neem ik namens Tonio de égards in ontvangst. Als ik niet te neerslachtig ben, durf ik blij te zijn voor hem: dat zoveel mensen via mijn boek alsnog een glimp van zijn leven opvangen… dat zijn zelfportret als Oscar Wilde op affiches afgedrukt in de boekwinkels hangt…"

'Tonio' is inmiddels een veelgelezen boek. Zou een reden kunnen zijn dat mensen er hun eigen angst voor verlies in herkennen?
„Ik krijg brieven van mensen die een kind verloren hebben, en het gemis in mijn boek herkennen. Nog meer brieven zijn afkomstig van mensen die onafgebroken bang zijn hun kind kwijt te raken, en hun angst in 'Tonio' bewaarheid zien - in overdrachtelijke zin dan. Waarom gingen 2500 jaar geleden de Atheners naar het theater, behalve om op de marmeren trappen lekker te picknicken en luidkeels commentaar te leveren op het opgevoerde stuk? Om in een tragedie hun eigen grootste angsten door de acteurs verbeeld te zien. Een moeder die uit wanhopige wraak haar eigen kinderen doodsteekt… een jongeman die zijn vader doodt, en vervolgens kinderen verwekt bij zijn moeder… Na afloop kon de Athener dan gelouterd, maar niet helemaal gerust op zijn eigen lot, met een lege picknickmand naar huis. Als mijn requiemboek enigszins dat louterende effect op lezende ouders kan hebben, is het niet voor niets geschreven."

 
'Schrijven was een manier om Tonio levend te houden' van  Theo Hakkert
Gepubliceerd: 20-06-2011 , Laatst bijgewerkt: 20-06-2011