Schitterende liefdesvertelling van Alejandro Zambra.
door Theo Hakkert
Een roman getiteld Bonsai is het wel aan zichzelf verplicht om dun te zijn. De lezer verwacht ook niet anders dan dat het verhaal zal zijn teruggesnoeid tot de essentie.
Bonsai van Alejandro Zambra ís dun: 86 pagina’s, met nog behoorlijk veel ‘wit’ ook. En ja, de Chileense schrijver (34) heeft het verhaal tot de kern teruggebracht, maar dat is ook meteen wat het zo pijnlijk maakt voor de personages. Teruggebracht tot de grote lijn stelt het leven maar weinig voor. Een aantal leuke ontmoetingen, een of twee schimmen van liefdes, in het besef dat alles eindig is, dat is het wel zo’n beetje. Met illusies hou je hooguit jezelf voor de gek. De liefde bedrijven, met elkaar naar bed gaan – trap er toch niet in. Zelfs het al veel ongevoeliger ‘neuken’ zou nog tot valse hoop kunnen leiden. In Bonsai is het overtreffende woord voor de daad ‘fucken’.
Bonsai gaat over Julio en Emilia - ‘die niet precies personages zijn, ook al is het misschien gepast ze als personages voor te stellen’.Meer door toeval dan geluk beleven ze een nacht samen. Fucken, maar het ontregelt Julio behoorlijk. Zijn omgang met haar laat blijvende sporen na. Later, in de tijd die hen gegeven is, lezen ze samen in bed boeken: Proust, nadat ze elkaar hadden voorgelogen dat ze ieder Prousts cyclus al hadden gelezen. Erg ver komen ze niet in A la recherche du temps perdu, dat met zijn uitdijende onvoltooidheid zo ongeveer het tegenovergestelde is van Bonsai.
Dit spiegelt zich in de korte periode die Julio heeft met Maria. Hij wordt benaderd voor de transcriptie van een roman. Hij verzwijgt Maria dat de opdracht is ingetrokken en schrijft dan die roman zelf. Titel: Bonsai. Waarbij toch niet helemaal duidelijk wordt of Julio’s Bonsai helemaal samenvalt met de Bonsai van Zambra die we lezen. Zambra speelt hier een ragfijn, Calvino-achtig spel met werkelijkheidsniveaus.
Zijn boekje heeft sinds het verscheen in 2006 een zegetocht gemaakt, eerst in Zuid-Amerika, later in de Verenigde Staten, waar Zambra op één lijn werd gesteld met wijlen zijn landgenoot Roberto Bolano. Het is goed om de openingsalinea van Bonsai te citeren, omdat deze alles zegt over de bijzondere werkwijze van Zambra.
‘Aan het eind sterft zij en blijft hij eenzaam achter, al was hij eigenlijk al jaren voor haar dood, voor Emilia’s dood, eenzaam. Laten we aannemen dat zij Emilia heet of heette en dat hij Julio heet, heette en altijd zal heten. Julio en Emilia. Aan het eind sterft Emilia. En Julio sterft niet. De rest is literatuur:’
De roman staat vol met dit soort schitterende zinnen en waarin niets zeker is, alles in twijfel wordt getrokken en veel wordt opengelaten. Wat te denken van deze, over Emilia’s eerste vriendje: ‘Hij beging veel fouten en het lukte hem bijna altijd ze te erkennen en goed te praten, maar er bestaan fouten die niet goed te praten zijn, en deze lomperik, dit eerste vriendje, beging één of twee van die onvergeeflijke fouten. Ze zijn het niet eens waard om genoemd te worden.’
Uiteraard kweekt Julio een bonsai. Zoals hij niet weet hoe te schrijven, zo kent hij ook de finesses van een bonsai niet. Hij begint de research. Een bonsai verzorgen is als schrijven, en andersom, is zijn conclusie. Maar om te weten of het wel of niet nou zijn boek is dat we hebben gelezen, moeten we opnieuw beginnen. Telkens weer, tot in het oneindige. Waardoor Bonsai toch de omvang krijgt van Prousts onvoltooide.