TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen

TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen | Twintig en nooit jong geweest

Twintig en nooit jong geweest  

door Alle Lansu

De Franse schrijver J.M.G. LeClézio (1940) schreef met De Afrikaan (2004) een indrukwekkend portret van zijn vader die in de eerste helft van de vorige eeuw meer dan twintig jaar in zijn eentje een medische post beheerde in verre uithoeken van Kameroen en Nigeria. In 2008, het jaar waarin hij de Nobelprijs kreeg toegekend, publiceerde LeClézio het nu vertaalde Refrein van de honger, een ode aan de jeugd van zijn niet minder heldhaftige moeder.

Deze Ethel Brun groeit op in een aanvankelijk welvarend gezin dat vanaf de tropische eilanden Mauritius en La Réunion in Parijs is neergestreken. De schrijver roept de onaangetaste betovering van het tienjarige meisje prachtig op in de openingsscène waarin zij met haar aardige oud-oom de koloniale afdeling van de wereldtentoonstelling bezoekt. Hij belooft een klein houten paviljoen later voor haar te herbouwen in zijn achtertuin. Als de oud-oom drie jaar later sterft valt die droom in duigen.

Het is het begin van een teloorgang op alle fronten. Het is dan inmiddels 1934 en het leven van het gezin Brun raakt in een stroomversnelling. De levensstijl van vader Alexander, een man vol heimwee naar de goede oude tijd in de tropen, begint steeds meer zijn tol te eisen. Hij leeft boven zijn stand met de organisatie van zondagmiddagse salons met een overvloed aan dranken en spijzen. Ethel is getuige van de steeds frequentere ruzies over geld tussen haar ouders. De kleine oorlog die in huis woedt, wordt weerspiegeld in de dreiging in de buitenwereld waar Hitler en zijn antisemitisme steeds populairder worden. Met de moed der wanhoop probeert de vader iets van de oude grandeur te bewaren: wat er nog van het familiekapitaal over is investeert hij in even vage als spectaculaire projecten met dubieuze compagnons. De aanloop naar hun faillissement loopt parallel met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Parijs is een bezette stad als het gezin, beroofd van ongeveer al haar bezittingen, met een  inmiddels verslagen en bedlegerig gezinshoofd de aftocht blaast naar Zuid-Frankrijk. Op dat ontluisterende moment in het verhaal schrijft LeClézio: 'Ethel realiseerde zich dat ze twintig was en dat ze nooit jong was geweest.'

De schrijver laat dit drama zien door de ogen van het opgroeiende meisje, een enig kind  begiftigd met een scherp observatievermogen en gevoel voor menselijke verhoudingen. Als stille observator van de zondagse salons doorziet ze feilloos en vol wrevel hoe de daar verzamelde volwassenen de schijn ophouden, met 'die houding van gekunstelde behoedzaamheid, van subtiele leugenachtigheid, waarachter ze hun angst en hun wrok verborgen'.

In de loop van haar puberteit ontwikkelt ze zich tot een taaie overlever in een wereld die om haar heen uit elkaar valt. Als inspiratiebron en rolmodel ontleent ze hier veel aan haar vriendin Xenia, een meisje dat met haar moeder is gevlucht voor de Russische revolutie, en vastberaden het lot te lijf gaat ('Xenia die overal om kon lachen, die aan iedereen maling had, Xenia die van ver kwam, die had besloten
te slagen in het leven.')

Prachtig beschrijft LeClézio hoe de jonge vrouw die zijn moeder zou worden haar ouders beziet: 'Het was te laat om de waarheid te weten te komen, om hun ware geschiedenis te kennen, hoe ze elkaar hadden leren kennen, waarom ze hadden willen trouwen, wat hun op het idee had gebracht een dochter op de wereld te zetten. Ethel ontdekte dat ze niet van hen hield, maar dat ze wel een zwak voor hen had. Dat was een band, misschien een keten. Ze kon hen op ieder moment verlaten, op haar tenen weggaan, zachtjes de voordeur achter zich dichttrekken. (-) Wat kon haar overkomen? Ze was twintig, ze kon zich weren, listig te werk gaan, zich uit moeilijke situaties redden.(-) Niets zou haar tegenhouden.'

 
Twintig en nooit jong geweest van  Theo Hakkert
Gepubliceerd: 16-08-2010 , Laatst bijgewerkt: 16-08-2010

Extra info

J. M.G. Le Clézio: Refrein van de honger. Vertaald door Maria Noordman, De Geus, e 18,90.

5 laatste reacties

Lezersmenu
Gesplitst - Shusterman
The Information