De beste boeken volgens Paul de Vries
door Paul de Vries
Koos van Zomeren heeft besloten niet meer over natuur te schrijven. Naar de natuur (De Arbeiderspers, 24,95) is zijn 'afscheidstournee' in dagboekvorm. Mijmeringen over het Nederlandse landschap en het weer, observaties van dassen en hazelwormen, gesprekken met vogeldeskundigen en 'reptielenmannen en een commentaar op zijn eigen oeuvre.'
Het getuigt allemaal van een intense liefde voor alles wat leeft, in een ontroerend en onmiskenbaar melancholiek boek. Niet dat het overal slecht gaat met de Nederlandse natuur, maar er gaat wel steeds minder 'vanzelf'. Everzwijnen staan tegenwoordig op afschotlijsten en we hebben alleen nog wilde hamsters omdat we ze zelf fokken. 'De natuur ebt weg uit mijn werk,' zegt Van Zomeren. Met dit boek is hij vrij.
'Vrij voor wat?' vraagt hij zich meteen af. Hopelijk bedenkt hij zich snel.
Dezelfde fascinatie voor wilde beesten in Field notes on science & nature van Michael Canfield (Harvard UP, 27,65). Wetenschappers, schrijvers en illustratoren openen de notitieboekjes die ze Ôin het veldÕ gebruiken voor hun waarnemingen en gedachten. Dat lijkt een beperkt uitgangspunt voor een boek, totdat je je realiseert dat eropuit gaan en noteren wat je ziet, een tijdloze obsessie is van mensen om de natuur in kaart te brengen. Dat gold voor de negentiende-eeuwse natuurvorsers en voor de onderzoeker die leeuwen volgt over de nachtelijke Serengeti. Na het lezen wil je zelf ook een lijstje bijhouden van de vogels die je ziet in de tuin. Verrassend.
Ten slotte Plastic panda's (Nijgh & Van Ditmar, Û19,95). Niet omdat het een heel overtuigend boek is, maar Bas Harings soms wat merkwaardig onderbouwde en controversi'ëe betoog, dat het huidige massale uitsterven van soorten niet zo erg is, levert wel een belangrijk boek op, omdat dat betoog zomaar eens weerklank kan vinden.