Dimitri Verhulst kan beter, veel beter.
door Maarten Moll
Dimitri Verhulst won vorig jaar de Libris Literatuurprijs met zijn roman Goderverdomse dagen op een godverdomse bol. Dat was, op zijn zachtst gezegd, een ontoegankelijk boek over de geschiedenis van de mens.
Zijn nieuwe roman heeft, gezien de harde titel van zijn prijsboek, een scabreuze titel; De laatste liefde van mijn moeder. Het is dan ook een uiterst toegankelijke roman. Verhulst heeft het experimentele pad verlaten. Dat is goed nieuws. Maar heeft hij ook een goede roman geschreven?
De laatste liefde van mijn moeder speelt in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Martine Withofs, een gescheiden vrouw, is met haar zoon Jimmy en haar nieuwe man, Wannes, met een gezelschap per touringcar naar het Zwarte Woud gereden om daar een week vakantie te vieren. Martine's vorige man was een drinker die haar geregeld sloeg. Met de fabrieksarbeider Wannes denkt ze nieuw geluk te hebben gevonden. Ook omdat Wannes Jimmy lijkt te accepteren.
Wannes wil graag dat Jimmy hem tijdens de week vakantie 'vader' of 'papa' noemt. Jimmy weigert, hij is zijn moeder kwijtgeraakt aan een man die hij niet mag. Bovendien komt hij er tijdens de vakantie achter dat zijn moeder ook nog eens zwanger blijkt te zijn van Wannes. Jimmy voelt zich steeds meer achtergesteld. Hij vindt dat zijn moeder niet voor hem kiest. Jimmy voelt zich verloochend. Hij zint op wraak.
Dat is waar het in De laatste liefde van mijn moeder om draait. Maar Verhulst heeft het zo vlak uitgewerkt. Het verhaal kabbelt maar voort, en Verhulst leidt de lezer een niemandsland in. Er gebeurt te weinig.
En dat wat gebeurt is niet bijzonder genoeg. Verhulst neemt teveel ruimte om het decor te schetsen. De sfeer in de touringcar is de sfeer die we allemaal kennen, en het bezoek met de hele club aan een McDonalds - toen iets nieuws - is ook al zo clichématig weergegeven. En ja, in het (West)Duitse pension is het goed en zwaar eten, en natuurlijk staat er ook een bezoek aan een koekoeksklokkenfabriek op het programma. Maar het is niet hilarisch, niet origineel genoeg als bijvoorbeeld in zijn familiekroniek De helaasheid der dingen.
Er zit te weinig spanning in de eerste tweehonderd bladzijden van deze roman. Verhulst had veel meer moeten doen met de driehoeksverhouding, met de strijd tussen Jimmy en Wannes om Martine. Nu blijft het bij een paar aardige scènes, maar steeds denk je
dat het scherper had gekund, wat meedogenlozer. Schrijnender.
En Verhulst redt het ook niet met zijn schrijfstijl. Terwijl die stijl zijn fort is, gezien zijn laatste drie boeken. De laatste liefde van mijn moeder is niet zo grotesk als De helaasheid der dingen, niet zo poëtisch als Mevrouw Verona daalt de heuvel af, en niet zo gedurfd als Godverdomse dagen op een godverdomse bol. Pas op bladzijde 216, twintig bladzijden voor het einde van de roman, gebeurt er iets dat de roman uit zijn winterslaap haalt. Dan volgt een beslissende confrontatie tussen Jimmy en Wannes.
Tja. En dan. Dan past Verhulst een truc toe die we kennen uit de bioscoop. Verhulst begint aan deel II. Het staat er niet, maar onder het cijfer II had ook kunnen staan; 'Meer dan zeventig jaar later'. Jimmy is 91. Hij heeft naam gemaakt als filosoof. Hij verwacht zijn halfbroer, die hij nooit ontmoette, om met hem te praten. Jimmy wil zijn leven afronden. Maar dat gesprek komt er niet, dat gesprek, waarmee Verhulst de roman enige diepgang had kunnen geven. Denk aan de gesprekken in Gloed, van Sándor Márai. Hier had Verhulst zijn winst kunnen pakken. Ik had graag gelezen hoe Jimmy een bekende filosoof was geworden, hoe de relatie met zijn moeder en Wannes zich na de vakantie had ontwikkeld. Nu blijven veel vragen onbeantwoord. In sommige romans is dat toch bevredigend, maar hier niet. Dat laatste deel is geen uitsmijter die een ander licht op de zaken werpt.
De laatste liefde van mijn moeder hangt met dat laatste deel helemaal uit de scharnieren. En dat is jammer, want er had zoveel meer in deze roman gezeten. Dimitri Verhulst kan beter, veel beter.