TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen

TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen | Was Karel maar niet doodgegaan

Was Karel maar niet doodgegaan  

GUUS LUIJTERS

Het beste boek van het jaar vond ik, denk ik, het eerste deel van Kroniek van een schuldig leven, de verrassend goede biografie van Gerard Reve van de hand van Nop Maas (Van Oorschot). Je denkt dat je van Reve alles weet, maar nee dus, en alles feitelijk opgeschreven, gewoon op volgorde en zonder hinderlijk gepsy?chologiseer. Een biografie een groot schrijver waardig.

Het verrassendste boek was voor mij het derde deel van het Verzameld werk van Karel van het Reve (Van Oorschot). Dit deel bevat naast Het geloof der kameraden, Marius wil niet in Joegoslavië wonen, Met twee potten pindakaas naar Moskou en Lenin heeft echt bestaan liefst 150 pagina's ongebundeld werk van Henk Broekhuis. De eerste stukken van de schrijver van het geniale Uren met Henk Broekhuis verschenen in het begin van de jaren zeventig in NRC Handelsblad. Ik heb ze indertijd, als gevolg van chronisch geldgebrek, gemist. Wie wat bewaart, die heeft wat, blijkt nu. Was Karel maar niet doodgegaan.

Mijn dichtbundel van het jaar is Liederen van Hadewijch (Historische Uitgeverij). Wat een poëzie. Heeft die vrouw de PC Hooftprijs al eens gekregen? Zo niet, dan wordt het de hoogste tijd.

En dan het mooiste boek van het jaar. Het origineel van Laura met de uitneembare facsimile's van Nabokovs systeemkaarten gooit hoge ogen (De Bezige Bij). Helaas zijn de kaarten gevuld met koortsige wartaal, dus dat gaat niet door. We kiezen daarom voor Sempé á New York (Denoël/Martine Gossieaux). Alle covers die Sempé voor de New Yorker maakte, plus een interview en nog zo het een en ander. Zo mooi als mooi maar zijn kan. 

ALLE LANSU

Uit vijftien geheide kandidaten koos ik, met het mes op de keel: Paolo Giordano: De eenzaamheid van de priemgetallen (De Bezige Bij). Deze jonge Italiaanse debutant (1982) heeft meteen zijn eigen toon en stem gevonden. Na traumatische ervaringen in hun kinderjaren ontstaat in hun puberteit een onalledaagse vriendschap tussen de eenzaamste figuren die je je kunt voorstellen. Ze zijn als priemgetallen, getallen die 'misschien net zo hadden willen zijn als de gewone getallen, maar daar om de een of andere reden niet toe in staat waren'. Juist door de verstilde toon des te ontroerender.

Claudio Magris: U begrijpt dus (De Bezige Bij). Een speelse, diepzinnige variant op de Orpheusmythe. De Eurydice van Magris houdt een monoloog waarin ze zichzelf presenteert als een muze zonder wie haar Orpheus nergens zou zijn geweest. Als schrijver, als mens en als man. Terwijl hij zichzelf speels op de korrel neemt, brengt Magris een hommage aan zijn overleden vrouw. Die heeft inmiddels begrepen dat het hiernamaals geen verlossend inzicht biedt.

Elvis Peeters: Wij (Podium). Een vriendenclubje van jongens en meisjes in de puberleeftijd leeft zich zonder enig taboe uit in seksuele spelletjes, waar ze ook de buitenwereld in betrekken. Peeters slaagde er heel lang in mij ongemerkt te laten meegaan in hun voortschrijdende grensverlegging. Dit is wat literatuur vermag als ze ons aan het denken wil zetten over de wereld waarin we leven.  Subversief, en niet voor overgevoelige zielen. 

Met een méér dan eervolle vermelding voor Zomertijd (J.M. Coetzee), Gezusters Materassi (Aldo Palazzeschi) en De grens (Riika Pulkkinen).

ARIE STORM

Buiten mededinging, maar wel toonzettend voor wat hierna komt: Laagland van Joseph O'Neill (De Bezige Bij). Dit is de vertaling van het vorig jaar al verschenen Netherland, een roman vol nostalgie, stadsbeschrijvingen (New York én Den Haag!) en sfeer. Buiten mededinging echter, omdat ik prompt drie (of in feite vier) romans wil noemen van Nederlandse auteurs waarin Nederland een doorslaggevende rol speelt.

Gerbrand Bakker schreef met Juni (Cossee) een boek waarin een zinderende maand in de kop van Noord-Holland, op het platteland, volkomen overtuigend tot leven komt. Meteen vanaf de proloog, met een schitterende koningin Juliana, heb ik ervan genoten. Zo wás het, denk je na lezing - in werkelijkheid was het misschien wel heel anders, maar dat doet er niet toe.

Maarten 't Hart werd dit jaar 65, maar boet voorlopig nog niets aan kracht in. Met Verlovingstijd (De Arbeiderspers) publiceerde hij een buitengewoon aangename roman: amusant, aantrekkelijk, vol pakkende beelden. Lekkere maffe eerste zin ook: 'Op een zonnige, windstille septemberdag stoven wij naar een groeve in Groningen.'

En tot slot, op een gedeelde derde plaats: Robbert Welagen met zijn derde roman, Verre vrienden (Nijgh & Van Ditmar), en Franca Treur met haar debuut Dorsvloer vol confetti (Prometheus). Kiezen is onmogelijk.
Verre vrienden is een boek dat je lekker loom en tegelijkertijd toch hyperoplettend maakt, treurig en troostend, en met Dorsvloer vol confetti is de opvolging van het typisch Nederlandse proza van 't Hart en Siebelink alvast verfrissend geregeld. Details, daar gaat het om, en die levert Treur in een heerlijke hoeveelheid.

 
Was Karel maar niet doodgegaan van  Theo Hakkert
Gepubliceerd: 14-12-2009 , Laatst bijgewerkt: 17-12-2009