TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen

TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen | 'Wat iedereen gelooft, is altijd verkeerd'

'Wat iedereen gelooft, is altijd verkeerd'  

door Theo Hakkert

Wanneer begon hij te begrijpen dat hij met zijn roman uit 1965, Loflied op de rijpe vrouw, een moderne klassieker had geschreven?
Stephen Vizinczey (77): „Na een maand."
Pardon?
„Het boek was vier weken uit en alle vrouwen die het lazen wilden met me naar bed. Toen wist ik dat ik iets goed had gedaan."

Hij leeft naar zijn eigen regels, Stephen Vizinczey. In dit geval houdt hij zich strikt aan nummer 5 uit de lijst van 'tien geboden voor de schrijver' die hij heeft opgesteld en te vinden is in zijn boek Waarheid & leugen in de literatuur. Het vijfde gebod: Gij zult niet bescheiden zijn.
„Zo is het."

Het verhaal van deze heer is fascinerend. Geboren in Hongarije. Nam deel aan de Hongaarse opstand in 1956 en was toen een van de 150.000 die het land wisten te ontvluchten. Vizinczey emigreerde naar Canada, leerde in hoog tempo Engels en schreef verder. Schrijven had hij namelijk ook in Hongarije al gedaan. Vanuit een apart mengsel van ambitie en opportunisme. Waar in Canada realisme bij kwam.

„Ik begon met toneel. Dat wil zeggen: eerst wilde ik dichter worden. Maar daar ben ik al snel mee gestopt toen ik inzag dat ik nooit de beste dichter van Hongarije zou worden. Dat had ik niet in me. De Hongaarse poëzie is zo geweldig."
Dan maar toneel. „De grootste toneelschrijver worden lukte ook al niet. Tussendoor moest ik rennen voor mijn leven."
Aanvankelijk dacht hij nog toneelschrijver in Canada te worden. „Ik ging proza schrijven omdat ik buiten Hongarije niemand kende in de theaterwereld. Om proza te schrijven heb je geen connecties nodig."

Conform zijn negende gebod, 'Gij zult schrijven om uzelf te plezieren', schreef hij zijn eerste roman. Engelse titel: In Praise of Older Women. Ondanks het gebod wilde hij toch weten wat de wereld ervan vond.
Vizinczey had een tegendraads boek geschreven. Tien jaar nadat Nabokov in Lolita de loftrompet op de jonge nimf had gestoken, hees Vizinczey de rijpe vrouw op het schild. Of ze nou milf of cougar wordt genoemd, de ideale minnares is ouder, ervaren en van alle remmingen verlost, ze is van alle tijden.

De roman volgt deels de biografische lijn van de auteur. Verteller András Vajada wordt in de geneugten des vlezes ingevoerd door een boeiende reeks minnaressen op leeftijd, onder wie de formidabele Fräulein Mozart die over belangstelling niet te klagen heeft in het Amerikaanse legerkamp waar ze is ondergebracht.
„Seks is een moeilijk onderwerp om over te schrijven. Omdat seks de diepste menselijke ervaring is. Het laatste goede boek waarin objectief over seks werd geschreven, was Felix Krull van Thomas Mann."
Plus een aantal van Balzac's verhalen.

Bescheidenheid past een schrijver dan weliswaar niet, de nodige relativerende zelfkennis is altijd gewenst.
„Ik keek naar mezelf op. Ik was mijn eigen held. Zo lang ik dat deed, kon ik niet schrijven. Ik kon pas met schrijven beginnen toen ik doorhad dat ik niets voorstelde. Wij horen niet bij een erg rationeel ras. Vaak zijn we belachelijk. Dat inzicht bracht me verder. Alleen zo kon ik iets maken dat blijvend was."

Daarvoor was ook nodig dat András Vajda een sukkel bleef. „Het is niet mogelijk een perfect mens te maken. Daarom heeft het boek succes: de held is geen held, hij is belachelijk. Hij is een spiegel."
Daar komt ook de verfijnde humor in de roman vandaan. „Ik probeer niet grappig te zijn. Ik probeer slechts vast te leggen wat ik zie. En omdat we belachelijk zijn, hoef ik er niets op te leggen. Belachelijk is onze ernst. De waarheid is grappig, en tragisch tegelijk."

Het boek wil nadrukkelijk een ode zijn aan de vrouw. „Man en vrouw hebben alleen elkaar. De man zou zich eens vaker moeten realiseren dat de vrouw zijn enige bondgenoot is." Hij wil het nog wel plastischer uitdrukken. „Er bestaat een kloof van twintig minuten tussen de
seksen. De feiten zijn bekend: de man komt te snel klaar; de vrouw bouwt langzamer op. Een bron van veel teleurstelling."

Meer aandacht, vindt hij. Nog maar een gebod: meer voorspel. „Ik heb al eens in een Texaanse televisietalkshow gezegd: 'Als je geen orale seks wilt geven, verdien je als man geen goede vrouw'. In een live-programma? „Ja." Mooie grijns.

Het heeft zijn toch al niet bijster soepele relatie met de VS geen goed gedaan. Vizinczey is een man van uitgesproken meningen. In Waarheid & leugen in de literatuur, een verzameling essays en kritieken, staat een fel stuk tegen de roman De bekentenissen van Nat Turner, waarvoor William Styron eind jaren zestig de Pulitzer-prijs kreeg. 'Een compendium van alles wat blanke Amerikanen bedenken om maar niet te hoeven inzien wat ze de zwarte bevolking aandoen.'
„Mijn beste essay, maar ik betaal er nog steeds voor. Het stuk is me niet in dank afgenomen in de VS. De mensen die ik bekritiseer hebben nu nog de macht. Schrijf je dan ook nog romans, zoals ik, dan pakken ze je terug door je te negeren. Zo werkt het."
Geen kritieken meer sindsdien. „Ik maakte te veel vijanden."

Dan liever Europa. Met name de Fransen. In zijn essays adoreert hij Stendhal en Balzac. Maar van de andere Europeanen houdt hij weer niet Dickens. „Dickens denkt dat de wereld is zoals ze is. Hij denkt dat mensen gelijk zijn aan hun beroep. Als je een schoenmaker bent, ben je een schoenmaker. Zijn wereld stagneert. Het is moeilijk mensen te begrijpen in een samenleving die stilstaat. Terwijl Stendhal zo'n persoon gelijktijdig ziet als hertog, als koetsenier en opgejaagd dier. Stendhal toont het individu in meer facetten."
„Omdat het leven voortdurend verandert, moet de literatuur die dynamiek weergeven."

„Chaos is de muze van de fictie. Alleen in veranderende situaties kun je mensen observeren. Ik zat in een revolutie, in fascisme, in communisme. Ik heb veel kansen gehad om de mens te observeren."
Zo bezien heeft zijn vlucht uit Hongarije hem goed gedaan. „Ik houd ervan plaatsen te verlaten. Ik ga graag ergens weg. Vooral om te voorkomen dat ik meega in een gedachte die op dat moment op die plek dominant is. Wat iedereen gelooft, is altijd verkeerd. Als iedereen het eens is over hoe de maatschappij moet zijn ingericht, is dat nooit juist. Nooit, niet nu, en ook nooit in de geschiedenis."

Stephen Vizinczey heeft later de roman An innocent millionaire geschreven. Deels in Amsterdam zelfs. En hij schaaft aan nieuw werk.
„Over een man die er een puinhoop van heeft gemaakt. Hij krijgt de kans zijn leven over te doen. Alles wat ik heb geleerd in de twintig jaar na An innocent millionaire komt in dit boek terecht."
Dit inzicht: „Met literatuur kun je mensen niet iets vertellen wat ze niet weten. Een schrijver kan alleen een gedachte vervolmaken. Je kunt de lezer alleen helpen te beseffen wat hij al half weet. Dat hebben schrijvers voor mij gedaan. Stendhal, Balzac. Nu, in sombere buien, bieden zij mij nog steun. Literatuur is namelijk geen entertainment."

„Wat mij als schrijver heeft gevormd, is dat ik Hongarije heb moeten verlaten. Ik ben Hongaars in die zin dat de grote Hongaarse dichters mij veel hebben geleerd. Ik ben evengoed Frans omdat Stendhal en Balzac mij hebben gevormd. We zijn onze ervaringen."

 
'Wat iedereen gelooft, is altijd verkeerd' van  Theo Hakkert
Gepubliceerd: 20-12-2010 , Laatst bijgewerkt: 20-12-2010

Extra info

Stephen Vizinczey: Loflied op de rijpe vrouw. Vertaling: Dolf Koning. Bewerking: Carla Hazewindus. 18,95 euro/
Stephen Vizinczey: Waarheid & leugen in de literatuur. Vertaling: Frank Lekens, Paul van der Lecq
en Rob Kuitenbrouwer. 24,90 euro
Lebowski Publishers.