Let op: Deze website is gerestaureerd met behulp van gearchiveerde inhoud. De website eist geen rechten op deze inhoud.

Wereldberoemd in de late Middeleeuwen

Wereldberoemd in de late Middeleeuwen

Boeken Comments Off

Ze is een ster aan het eind van de middeleeuwen, Anna Bijns. Welbespraakt, geleerd en mooi. Veelgelezen, veelgeprezen en veel geïmiteerd. Maar aan het eind van haar leven is er van haar roem niets meer over. Ze verdwijnt in een anoniem graf, en in de mist van de geschiedenis. Er bestaat sinds 1985 al wel een Anna Bijnsprijs voor poëzie en proza van vrouwen. Herman Pleij probeert de Antwerpse dichteres nu met een boek eerherstel te geven.

door Eric Kok

Er is tegenwoordig geen letter van Anna Bijns te krijgen. Bibliotheken hebben niets, boekhandels evenmin. Bijns is zo goed als vergeten. Toch noemt Pleij, oud-professor in de middeleeuwse literatuur, haar de grootste dichteres die Nederland ooit gekend heeft. „Nooit is er fraaier gescholden op rijm dan door haar, en nimmer werd er hartstochtelijker aan de liefde geleden dan in haar refreinen.”

Zijn jongste boek is geen biografie geworden. Daarvoor is er simpelweg te weinig over Bijns bekend. Wat jaartallen: geboren in 1493, gestorven in 1575, 82 jaar oud. Haar vader is kleermaker en woont op de Grote Markt in Antwerpen. Een toplocatie in een stad die uitgroeit tot de handelshoofdstad van het Westen. Het gaat de familie Bijns dan ook voor de wind. Vader koopt enkele huizen. De jonge Anna moet waarschijnlijk de huurpenningen innen, dat blijft ze in elk geval na de dood van haar vader doen. De familie moet de winkel verkopen als zuster Margriet haar erfdeel opeist. Anna en haar broer Maarten beginnen samen een school, na diens huwelijk begint ze een nieuwe, in haar eentje. Ze blijft haar hele leven ongetrouwd. Op hoge leeftijd, ze is bijna tachtig, verkoopt ze haar boeltje en woont ze in bij de nieuwe eigenaren. Die zorgen na haar dood voor haar begrafenis, zo goedkoop mogelijk. Ze is in een massagraf gelegd.

LIEFDESVERDRIET

Dat is alles. We moeten het vooral van haar gedichten hebben: drie bundels, twee verzamelingen in handschrift en enkele losse vellen. In totaal 220 gedichten. Volgens Pleij gaan die over Bijns’ leven. „Het is bijna onvoorstelbaar dat iemand zo hartverscheurend over liefdesleed schrijft zonder daar iets – of beter gezegd: alles – van meegemaakt te hebben.” Maar Pleij kan uit de gedichten ook niet opmaken op welke ervaringen ze gebaseerd zijn. Wie is de minnaar die haar bedrogen heeft? Of zijn het er meer? En wanneer? Pleij kan alleen uitleggen wat er in de gedichten staat, en waarom ze zo bijzonder zijn.

Probleem is dat de gedichten van Bijns voor ons zo goed als onleesbaar zijn. Ze schrijft in een gekunstelde versvorm, en dat in een Nederlands dat heel anders is dat het onze. Pleij citeert ook maar één gedicht, over liefdesverdriet. Het is vijf strofen lang van elk zeventien regels. En dat is nog een kort gedicht. Bijns maakt ze soms wel tien strofen lang of nog meer. Ze eindigen allemaal op dezelfde stokregel. Dat hoort bij de gedichten uit die tijd, refreinen. De laatste strofe moet altijd gericht zijn tot de Prince, de voorzitter van de schrijversvereniging, de rederijkerskamer.

Officieel kan een vrouw geen lid zijn van zo’n eliteclub, maar Anna doet volop mee. Ze is een literair wonderkind. Ze mag, negentien jaar oud, mee naar een belangrijk toernooi in Brussel. En wint er een prijs, waar jaren later nog over wordt gesproken. Ze doet jaren achtereen mee aan activiteiten van de kamer. Ze correspondeert met andere schrijvers, ook in dichtvorm. En voert, als een gewone rederijker, een motto: ‘Meer zuurs dan zoets’. Ze karakteriseert zichzelf daarmee heel goed. Uit haar gedichten komt een pessimistische en strijdbare vrouw naar voren. Ze is assertief, als zakenvrouw, als onderwijzeres en als dichteres. Ze keert zich tegen de verloedering van de maatschappij, en dan vooral tegen Maarten Luther en andere kerkhervormers. Ze kan als een viswijf schelden op deze ‘ketters’. Op de brandstapel met hen, en ook met hun boeken! Zelfs de gevreesde ‘Gelderse gesel’ Maarten van Rossem is minder erg, want die neemt alleen je leven, en Luther je eeuwige ziel. Maar ze strijdt ook erudiet, maakt Pleij duidelijk. Anna Bijns weet wat er in de wereld en in de wetenschap omgaat. Ze wordt niet voor niets ‘de geleerde maagd van Antwerpen’ genoemd.

KLOOSTER

De bewondering voor Bijns is groot. Haar eerste bundel, uit 1528, wordt in snel tempo meerdere keren herdrukt. Anna Bijns is onze eerste bestsellerauteur. Ze heeft drommen bewonderaars en navolgers. Haar gedichten worden zelfs in het Latijn vertaald, de internationale taal van die tijd. Zelfs in Spanje wordt ze geroemd. Ze is de kroonprinses van de contrareformatie.

Daarnaast schrijft ze veel liefdesgedichten, een stuk of vijftig. Ze verkent daarin alle fasen van een liefdesrelatie: verliefd worden, verlegenheid, minnekozen, seks, angst om betrapt te worden, jaloezie, ontrouw, ongeloof, woede, smeken om verzoening, zelfvernedering, wanhoop, nieuw optimisme, bruuskering daarvan, en ten slotte berusting. Dat giet ze in de gekunstelde rederijkersvorm van die tijd. Maar „soms raakt ze tijdens het schrijven over het verdwijnen van haar minnaar zo geëmotioneerd, dat de tekst uit de hand lijkt te lopen”.

Deze liefdesgedichten staan amper in de bundels, ze zijn voornamelijk in de handschriften overgeleverd die bewonderaars van haar verzamelden. Haar bundels werden vooral uitgegeven om de anticalvinistische zaak te steunen. Haar derde bundel, met sprokkelwerk, wordt in 1567 gedrukt om geld in te zamelen voor de herbouw van het franciscaner klooster na de Beeldenstorm van 1566. Maar dan is Bijns glorietijd al voorbij. Antwerpen heeft als handelsstad belang bij tolerantie, niet bij de kettervervolging waartoe Bijns oproept. De rederijkers zitten ook op de gematigder lijn. Bijns doet niet meer mee aan hun wedstrijden, landjuwelen en andere festiviteiten.

Na haar dood raakt ze vergeten. Ze is te conservatief en te dwars. En later is ze te katholiek en te Vlaams voor de calvinistische Nederlanders en te gekunsteld voor de Vlamingen. Voor de moderne lezer is ze dat nog steeds, en haar Nederlands te vreemd. Om Anna Bijns weer terug in de belangstelling te krijgen, is eigenlijk een goede, poëtische vertaling naar modern Nederlands nodig.

Author

Back to Top