Let op: Deze website is gerestaureerd met behulp van gearchiveerde inhoud. De website eist geen rechten op deze inhoud.

Zoeken naar Larissa

Zoeken naar Larissa

Boeken Comments Off

Jan Costin Wagner is een man die met woorden treft, niet met kogels. ‘Een formidabele prestatie’.

door Maarten Moll

‘De beste Scandinavische thrillers worden geschreven door een Duitser,’ staat op het achterplat (citaat uit Der Tagesspiegel) van Licht in een donker huis. Dat is zeer chauvinistisch en overdreven gesteld, maar wat wel waar is, is dat de politieromans van Jan Costin Wagner veel meer zijn dan de vluchtige, doorsnee ‘literaire thrillers’ die bij bosjes verschijnen.

Licht in een donker huis in de vierde roman in de reeks die draait rond Kimmo Joenta, de wat dromerige en flegmatieke inspecteur bij de politie in de Finse stad Turku. IJsmaan was het eerste deel in de serie, waarna uitgeverij Cossee er merkwaardig genoeg voor koos daarna het derde deel, Voor de leeuwen, uit te brengen, en vorig jaar deel twee, Het laatste zwijgen.

Dus zien we in Licht in een donker huis Larissa weer terug, die in Voor de leeuwen haar opwachting maakte in het leven van de treurende weduwnaar Kimmo Joenta. Larissa is een raadsel. En een prostituee. Ze komt en gaat wanneer het haar uitkomt. Als Joenta ‘s avonds thuiskomt is het maar de vraag of ze er is. Als er licht brandt, is ze er niet. ‘Als het donker was, zat ze met haar benen opgetrokken op de sofa en lachte als hij vroeg waar ze de hele dag was geweest.’

Kimmo Joenta verkeert sinds de dood van zijn vrouw Sanna in een diffuse staat. Het is een steeds terugkerend gegeven in de romans. Alsof er een waas over de werkelijkheid ligt. In Licht in een donker huis staat hij stil bij een emmer die in zijn sauna staat, een zinken emmer ‘die Sanna had gekocht toen ze nog leefde en alles in orde was’. Larissa maakt Joentta aan het lachen, en trekt hem langzaam uit zijn isolement.

In het begin van de roman neemt Joenta Larissa mee naar het verjaardagsfeest van Nurmela, de korpschef van de politie van Turku. Als Larissa Nurmela ziet, zegt ze: ‘Hé, August.’ Het is onmiddellijk bij allen die dit horen duidelijk dat de voornaam van Nurmela natuurlijk niet August is.
Niet lang daarna, als Joentta bij de zaak van een in het ziekenhuis vermoordde vrouw die in coma lag, betrokken raakt, verdwijnt Larissa. Opnieuw dreigt hij een vrouw te verliezen, en hij raakt in paniek. Hij kan zijn gedachten niet goed bij de zaak houden. Een opvallende zaak, want wie vermoordt er een vrouw die in coma ligt en laat op de dekens traanvocht achter? Joenta wil de moordenaar vinden, maar tegelijkertijd ook Larissa opsporen. Als hij eindelijk iets van haar verneemt, stelt dat ook het onderzoek naar de moordenaar, die inmiddels meer slachtoffers heeft gemaakt, in een ander licht.

Jan Costin Wagner is een heel goede schrijver. Hij is wars van spierballentaal, wilde achtervolgingen en schietpartijen. Hij is een man die met woorden treft, niet met kogels. De politieromans over Kimmo Joenta moeten het hebben van de goed en mooi geformuleerde zinnen, die overigens nergens tot krullentrekkerij leiden. Bedachtzaam is het wat stijve, maar passende woord. Verstild, ook. Wagner probeert bovendien, door vaak van perspectief te wisselen, inzichtelijk te maken waarom we – politie, dader, omstander – doen wat we doen. Zonder dat in pasklare mallen te gieten. (Al zijn zijn boeken geen psychologische romans.)

Komt Larissa terug? En hoe zit het met die moordenaar? In een rustige, soms poëtische stijl – wat niet wil zeggen dat er niets gebeurt! – zuigt Jan Costin Wagner de lezer zijn verhaal in. In deze gejaagde, van complottheorieën vergeven tijden een verademing én een formidabele prestatie.

Author

Back to Top