Het kan nog altijd: een harmonieus en veilig tienerleven in een boek zonder vampiers.
door Hanneke van den Berg
De Amerikaanse schrijfster Jeanne Birdsall trekt zich niets aan van de heersende trend in de jeugdliteratuur dat tienerboeken zich vooral in de toekomst dienen af te spelen of vampieren en weerwolven moeten bevatten. Zij kiest er bewust voor, nu al drie boeken lang, om haar hoofdpersonen een heel harmonieus en veilig tienerleven te laten leven en dat is gek genoeg behoorlijk verfrissend.
De Penderwicks bestaan uit vier zusjes en hun vader. Moeder is overleden. De meiden hebben de oudste zus, Rosalind, benoemd tot OBP, de Oudste Beschikbare Penderwick, wat inhoudt dat zij verantwoordelijk is voor het gezin nu hun moeder er niet meer is. In de eerste twee boeken beleefden ze wel avonturen, maar die waren nooit levensbedreigend of al te heftig. Typisch van die boeken die je na afloop met een zucht van tevredenheid naast je neerlegt.
In het net verschenen derde boek, 'De Penderwicks aan zee' is er wel iets veranderd. Rosalind gaat met een vriendin op vakantie, waardoor de op één na oudste zus, Skye, opeens OBP wordt. Een verantwoordelijkheid die zwaar op haar schouders drukt. Tijdens een vakantie aan zee met hun tante Claire, waar hun beste vriend Jeffrey ook bij is, heeft Skye het nodige te stellen met de Penderwicks en aanhang. Claire verstuikt haar enkel, zus Jane krijgt liefdesverdriet en Jeffrey vindt zijn vader terug. Dat laatste is nogal ver gezocht, maar in zo'n romantisch tienerboek mag dat.