Let op: Deze website is gerestaureerd met behulp van gearchiveerde inhoud. De website eist geen rechten op deze inhoud.

‘Zónder dich wil ik neet zien, aoh Josefien’

‘Zónder dich wil ik neet zien, aoh Josefien’

Boeken Comments Off

Jan van Mersbergen schrijft met het hart wijd open, maar weet te allen tijden het goedkope sentiment te vermijden.

door Jasper Henderson

11 November: ‘Voor sommigen een doodnormale dag. Een dag waarop ouders hun kinderen van school halen. Een dag waarop er gewerkt of geluierd wordt. Voor anderen de start van het vastelaovesseizoen,’ aldus de website www.vastelaovendinlimburg.nl.

Vanaf de elfde van de elfde wordt er toegewerkt naar drie dagen in het hart van de winter waarop Vastelaovend plaatsvindt, een feest waar zij die boven de rivieren wonen vaak hun wenkbrauwen bij optrekken, voor anderen is het niet minder dan een heilige viering.

In zijn vijfde roman, De overkant van de nacht, probeert Jan van Mersbergen niets minder dan de essentie van dit feest te vangen. Het leverde een wonderschoon boek op. Van Mersbergen maakt vanaf de eerste zin duidelijk waar het hem om te doen is: ‘Tijdens Vastelaovend ben je niet verkleed als iemand anders, tijdens Vastelaovend ben je eindelijk jezelf.’

En dat is precies waar verteller Ralf zo benieuwd naar is. Tijdens één lange, delirische nacht, opgedeeld in – hoe kan het ook anders – elf hoofdstukken volgen we hem op zijn zoektocht. We beginnen bij een muziekkapel, het feest is al in volle gang. De kalender om Ralfs nek die de biertjes bijhoudt staat op veertig, het vriest vijftien graden. Hij is zijn stem kwijt, de alcohol heeft al gezorgd voor een aangename,
constante roes. De wereld om hem heen is net niet helder meer, maar af en toe springt er een detail als een flits uit de brij naar voren: een eenzame trompet, een arm die om zijn nek valt, een flard van een liedje: ‘Zónder dich wil ik neet zien, aoh Josefien.’

Van Mersbergen kiest die details zorgvuldig en weet zo de lezer onmiddellijk in de belevingswereld van Ralf te betrekken: vanaf het eerste
moment wordt je de roman in gesleurd, je bént er. Een van de wonderlijke figuren die Ralf tijden de nacht ontmoet, is de Pater. Ook hij heeft een kalender om zijn nek heeft hangen, al telt hij niet de biertjes die hij heeft gedronken maar ‘dat hij bijhoudt hoe vaak hij tot tranen toe geroerd is’.

Hij vertelt Ralf dat de Vastelaovend gaat over afscheid nemen, de balans opmaken door het moment, het nu zo lang mogelijk vast te houden.
In dat durende moment vol drank (‘iedere tien minuten bier, ieder uur twee dozen Flügel’) en surreële uitdossingen (reuzenkiwi’s, lieveheersbeestjes, kerstbomen) weeft Van Mersbergen heel mooi Ralfs achtergrond, de omstandigheden die hem naar dit punt hebben gebracht. Ook weer in korte flitsen die associatief worden opgeroepen door de gebeurtenissen in de nacht leren we over zijn jeugd op het water, zijn korte periode op het gymnasium, het leven met zijn oom Lau, van wie hij leerde drinken. Nergens was hij thuis, hij hoorde nergens bij.

Totdat hij een jeugdvriendin ontmoette met inmiddels vier kinderen, van wie twee ernstig gehandicapt. De vader was al jaren met de noorderzon vertrokken, zij was de uitputting nabij. Vanuit een vreemd schuldgevoel besloot Ralf bij haar te blijven, er voor hen alle vijf te zijn. Jarenlang gaf hij alles wat hij had, maar nu, tijdens deze nacht, stelt hij zich de vraag wat hij er voor terug kreeg, wie hij zelf eigenlijk nog is. De momenten dat hij denkt aan zijn leven thuis zijn hartverscheurend, zoals vrijwel elke zin, elke scène in dit boek een intensiteit, een openheid heeft die maar moeilijk vol tehouden lijkt, zowel voor de lezer als voor de schrijver zelf.

Van Mersbergen schrijft met het hart wijd open, maar weet te allen tijden het goedkope sentiment te vermijden. Hij houdt de regie strak in handen: elk motief, elke sfeer en elk beeld haakt aan een volgend, waardoor er een hecht geknoopte eenheid ontstaat waarin elk woord telt en er geen ruimte is voor valse noten; dit boek noopt dan ook tot langzaam lezen, van de euforische taferelen in de bloedhete kroegen en op de ijskoude straten tot aan Ralfs uiteindelijke loutering.
Lange tijd niet zo’n leeservaring gehad; scheurt u voor mij maar een blaadje af, Pater.

Author

Back to Top