TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen

TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen | De doorbraak van Paul Gauguin

De doorbraak van Paul Gauguin  

door Francoise Ledeboer

Het klinkt nog steeds ongelooflijk: het evenement trok in zes maanden maar liefst 28 miljoen bezoekers. Geen wonder dat ook Gauguin - toen nog onbekend - daar profijt van probeerde te trekken. De kunstenaar was in 1888 op uitnodiging van Vincent van Gogh naar Arles gereisd, waar hun samenwerking – het is een bekend verhaal – in een drama eindigde en Vincent een stukje van een oor afsneed. Gauguin keerde eind december – al na twee maanden - terug naar Parijs, in elk geval op tijd om een publiciteitsstunt voor de Wereldtentoonstelling te bedenken.
Theo van Gogh – Vincents broer en kunsthandelaar – nam daarbij de rol van adviseur op zich. Kennelijk was de breuk tussen Gauguin en Vincent niet totaal, want Gauguin stelde hem daar zelf van op de hoogte in een brief van januari 1889: „Nu ik een atelier heb waar ik ook slaap, ga ik aan het werk. Ik ben begonnen aan een serie lithografieën die gepubliceerd zullen worden om wat bekendheid te krijgen. Ik doe dat trouwens op aanraden en onder toezicht van uw broer.” Uiteindelijk werden dat elf zinkografieën, voorstellingen die niet op steen - zoals bij litho's – maar op zink waren getekend. Gauguins publiciteitsstunt kreeg bekendheid als de Volpini-serie, vernoemd naar de eigenaar van het café waar de kunstenaar het werk voor het eerst liet zien. Hij drukte de zinkografieën af op kanariegeel papier en presenteerde ze in een map.

In het Van Gogh Museum hangen ze aan de muur en contrasteert het kanariegeel prachtig met de zwarte, witte en grijstinten van de voorstellingen. De werken hebben titels als 'Bretonse baadsters', 'De vreugden van Bretagne', 'Pastorales, Martinique' en 'De oude
vrijsters van Arles', onderwerpen die in Gauguins oeuvre centraal bleven staan. De serie was een van zijn eerste experimenten in de stijl die hij verder zou perfectioneren. Gauguin was van mening dat een exacte weergave van de realiteit niet nodig was: kunst moest een synthese tussen de zichtbare werkelijkheid en de 'geestelijke' wereld van de kunstenaar zijn. Wie eenmaal de lijnen, vormen en kleuren op zo'n 'modern' werk van Gauguin heeft gezien, herkent zijn stijl uit duizenden.

De expositie in het Van Gogh Museum – georganiseerd in samenwerking met het Cleveland Museum of Art – is ingericht met caféstoeltjes, warme 'ouderwetse' kleuren en romantische negentiende-eeuwse lijsten. De zestig werken van Gauguin en zijn vrienden maken zo een verleidelijk reisje terug in de tijd. De Wereldtentoonstelling was de vierde in een serie waarbij de Franse industrie in de gelegenheid werd gesteld zichzelf te presenteren in elegante paviljoens van ijzer en staal en andere onderkomens. De koloniale expansie van
Frankrijk werd gevierd met de overkomst van meer dan driehonderd 'inboorlingen' uit Vietnam, Tonkin, Senegal, Gabon, Tahiti en andere verre streken. Om de bezoekers te vervoeren was een kleine spoorbaan aangelegd en ook de
pousse-pousse (riksja) uit Tonkin deed daarvoor goede diensten. Oud-minister van Schone Kunsten Antonin Proust was voorzitter van het comité dat de beeldende kunstexposities organiseerde. De Centennale omvatte werken van de voorafgaande eeuw, de Décennale die van de laatste tien jaar.

Het aanbod was zo overweldigend dat Proust na afloop verzuchtte: „Ik moest er het beste van maken en de kunstwerken als producten in een landbouwtentoonstelling zien kwijt te raken.” Toen bleek dat hij Gauguin en zijn vrienden – onder wie Emile Schuffenecker en Emile Bernard - had overgeslagen, zette Gauguin alles op alles om ee  'eigen' ruimte op het expositieterrein te vinden. Dat werd Volpini's Café des Arts, één van de officieel goedgekeurde etablissementen van de Wereldtentoonstelling. Daarmee schaarde hij zich naast zijn beroemde collega's Courbet, Manet, Monet en Rodin, die eerder ook zo'n 'eigen' expositie organiseerden.

Gauguin (1848 – 1903) hoorde er officieel nog niet bij op de Wereldtentoonstelling van 1889, maar wist met zijn rebelse initiatief wel de aandacht van de gevestigde kunstkritiek – en het publiek - op zich te vestigen. Dat zou niet meer veranderen.

De expositie 'Paul Gauguin. De doorbraak naar moderniteit' in het Van Gogh Museum (Paulus Potterstraat,
Amsterdam) duurt tot en met 6 juni. Voor meer informatie:
www.vangoghmuseum.nl.


 

 

 
De doorbraak van Paul Gauguin van  Herman Haverkate
Gepubliceerd: 22-02-2010 , Laatst bijgewerkt: 22-02-2010