Voor grote, troosteloze bedrijventerreinen moet je naar Rijssen. Op weinig andere plekken in Twente staan er zoveel lelijke bedrijfsgebouwen in de eindeloze ruimte dan in deze stad, die vroeger -in de jaren dat de fabrikanten van Ter Horst het voor het zeggen hadden - tot de armste van Twente behoorde. Komend vanaf Nijverdal rij je langs lange wegen, met links en rechts panden, een negorij van bedrijvigheid waarbij het zelfs mogelijk is de gemeentegrond weer te verlaten zonder één bewoond huis te hebben gezien.
Vooral de omgeving rond het spoor is qua troosteloosheid een regelrechte uitnodiging om naar elders te emigreren. Toch is, uitgerekend hier, een bedrijfspand verschenen met een voor Rijssense begrippen ongekende uitstraling en een architectuur die je zelfs uitgesproken spectaculair zou kunnen noemen: het nieuwe kantoor van het succesvolle bedrijf in glasvezelkabels Reggefiber, ontworpen door architectenbureau Ritzen uit Maastricht.

Het pand van Reggefiber is een extreem opvallend gebouw. Samen met twee naburige kantoorpanden van ondernemer Dik Wessels vormt het een nieuwe entree tot de stad en de uitgestrektheid van het bedrijventerrein aan de andere kant van het spoor. Vergeleken met de omgeving wijkt het echter af in vorm, materiaalgebruik en een bouwstijl die een wonderlijke mix te zien geeft van futuristische en tegelijk ook hele traditionele elementen.
Dat futuristische zit ‘m vooral in de expressieve hoofdvorm, globaal gemodelleerd naar de structuur van een opengesneden glasvezelkabel. Als een glooiende berg duikt de voorgevel op langs de weg, met vloeiende, halfronde gevellijnen die samenkomen in een centrale ingang waarboven zowaar een ouderwets koepeltje verschijnt. De grote verticale glasstroken aan de voorkant zijn aan de bovenkant rond en roepen hele andere beelden op dan die van het bedrijfspand dat het in werkelijkheid is. Buitengewoon fraai is de manier waarop rondom de ingang het hele gebouw als een halve cirkel is gedrapeerd. Het kantoor van Reggefiber is geen gebouw van hoeken en rechte lijnen, meer van rondingen, cirkels en vloeiende lijnen rondom een middelpunt.
De voorgevel is bijna geheel van glas. De achterliggende entreehal is een soort binnenplein, overspannen door twaalf blankhouten spanten met daartussen glas. Het is er hoog en licht. Ook rond de toegangsdeuren zit een lijst van hout, die er bijna uitzien als kleine gotische kapellen. De spanten aan de voorzijde zijn hol, die aan de achterzijde (waar de kantoren en werkruimtes zitten) bol. Het kantoor is hier ook veel meer gesloten: geen glas op het dak, maar zink en grote uitkragende dakgoten aan de achterkant.
Door de gracht, die het om het hele pand loopt, ligt het pand op een soort eiland. Helaas is de ophaalbrug die aanvankelijk gepland stond, uiteindelijk niet gerealiseerd. Twee vaste bruggen, aan de voor- en achterzijde geven nu toegang tot het gebouw. Het halfronde bordes met natuurstenen trappen aan de voorkant lijkt op het eerste geschikt voor een ouderwets defilé en versterkt het monumentale karakter van het pand dat zich in deze vorm en deze omgeving nog heel lang zal manifesteren als een Rijssens stadspaleis.

