Het begon ooit als een experiment in het bos. De campus van de UT, verstopt in de bossen van het landgoed Drienerlo, is al meer dan veertig jaar een spiegel van de architectuurgeschiedenis. Toonaangevende architecten ontwierpen er gebouwen, soms over meerdere generaties verdeeld: Piet Blom en zijn zoon Abel, maar ook Samuel van Embden, ontwerper van het eerste uur, en zijn opvolgers bij het door hem opgerichte bureau OD 205 in Delft.
Van Emden maakte - samen met Van Tijen - de eerste tekeningen in de jaren zestig. Dertig jaar later was het zijn kantoor, in de persoon van Peter Defesche, dat het ontwerp maakte voor De Waaier, het nieuwe representatieve centrum van de campus.
Vooral in dit gebouw, een groot complex met collegezalen en een restaurant, tekent zich de opeenvolging der generaties op een mooie manier af.
Komende week wordt het opnieuw geopend, na een ingrijpende verbouwing en uitbreiding waarbij wederom gebruik werd gemaakt van de diensten van OD 205. Jef van den Putte tekende een fraaie taartpuntige aanbouw, een logische vervolg op het gebouw zoals het er nu al tien jaar staat.
De Waaier is - vergeleken met de andere gebouwen op de campus - een opmerkelijk ontwerp. Als een sierlijk en gestroomlijnd paviljoen ligt het tussen de omringende hoogbouw. Het wijkt af, niet alleen door de vloeiende, halfronde waaiervorm, maar ook door het vele glas en het gebruik van de kleur wit. Dat het hier niet om het zoveelste faculteitsgebouw gaat, wordt eigenlijk onmiddellijk duidelijk. Te midden van het groen van Drienerlo oogt De Waaier als een theater, een schouwburg met grote foyers die geen enkel misverstand laten bestaan over wat er binnen gebeurt.
Het afgelopen jaar onderging het gebouw een ingrijpende verandering. Het werd niet alleen uitgebreid, maar ook ingrijpend aangepast aan de eisen van de nieuwe tijd. Het oogt sjieker, minder ruig dan voorheen, modieuzer (ook met gekleurde lounge-banken en design-stoelen): logisch voor een representatieve ruimte in deze tijd. Vooral de collegezalen, het eigenlijke hart van het complex, ondergingen een metamorfose. De afzonderlijke zalen van vroeger werden gekoppeld tot één grote ruimte die desgewenst door een demontabele tussenwand weer kan worden opgedeeld.
Rondom de grote zaal liggen fraaie gangen, ontmoetingsplekken en een restaurant op twee verdiepingen. Witte stoeltjes en een groot buffet markeren de plek waar straks studenten en docenten van de omliggende faculteiten kunnen eten. Buitengewoon fraai is de manier waarop Van den Putte zijn uitbreiding aan het bestaande complex heeft toegevoegd. Anders qua vorm, kleur en opzet, met zijn rechte lijnen en scherpe hoeken, maar toch op een natuurlijke manier onderdeel van het geheel. Om de overgang aan te geven, is er een lichtstrook gemaakt over de volle breedte van het gebouw, als een natuurlijke scheiding tussen oud en nieuw.
Met de toevoegingen lijkt De Waaier voorlopig klaar voor de toekomst. Door middel van luchtbruggen is het complex met de gebouwen in de omgeving verbonden. Als een spin in het web, maar tegelijk een tastbaar bewijs hoe vruchtbaar jarenlange samenwerking tussen een opdrachtgever en een architectenbureau kan zijn.
Voor meer foto's bekijk het fotoalbum.