Weinig dingen zijn veelzeggender dan tuinen. Je hebt ze in alle soorten en maten. Meer nog dan huizen geven ze iets te vermoeden van de mensen die er de eigenaar van zijn. In een tuin kan zich een wereldbeeld verbergen, een romantische gedachte, pronkzucht of de behoefte aan ordening en keurigheid, ooit in de ogen van buitenlandse bezoekers zo typerend voor Nederland.
Afgaande op de populariteit van tuincentra en tuinbladen, zijn we er ook behoorlijk druk mee. Zelfs de gemiddelde tuin in een niewbouwwijk ziet er tegenwoordig uit als een pagina uit de Groei & Bloei.
Twente heeft een reeks mooie tuinen. Mooie voortuinen vooral. Baroktuinen met heggetjes, kiezeltuinen met bankjes, grasperkjes met tuinkabouters, kunstwerken en, hier en daar, de nog altijd onvermijdelijke spoorbielzen of een sporadisch wagenwiel.
Met afstand de mooiste tuin van de regio ligt in Almelo. Een tuin zoals je hem zelden ziet, en al helemaal niet zo open en bloot aan de weg, voor- en achtertuin tegelijk met de allure van een park zoals je ze vroeger zag bij de villa’s van de textielfabrikanten.
Hij is niet zo moeilijk te vinden, deze tuin. Eraan voorbijrijden zonder even een verbaasde blik opzij te werpen, is ook nagenoeg onmogelijk. Direct bij de toegang tot de stad vanuit Zenderen, vlak voor de plek van het oude Heracles-stadion en schuin tegenover de gevangenis, ligt hij rechts aan de weg: het nieuwe Almelose lusthof , de ‘Hortus Conclusus’ van de Bornsestraat.
De tuin ziet er op het eerste gezicht redelijk gewoon uit: hoge bomen, gazons, struikgewas in een enigszins landelijke setting. Op het terrein liggen twee huizen. De een is boerderij-achtig, de ander een wat modernere villa met grote dakoverstekken en een zuilengalerij ervoor. Het echte hoogtepunt betreft de grote opzichtige vijver met rotseiland die schuin voor de huizen opduikt tussen de groen en de eigenlijke reden is dat je deze tuin niet makkelijk meer vergeet.
De vijver is extreem groot, een grote cirkel van water met een rand van stenen. Het eiland, dat precies in het midden ligt en toegankelijk is via een pad van vijf losse keien, verheft zich als een Etruskische grafheuvel boven het maaiveld. Op een onderlaag van zwart grind is een mix van zandkleurige en rode rotsen gedumpt. Tussen de keien verrijst hier en daar een antieke vaas of een klassiek beeld, zaken waardoor je haast zou gaan denken dat zich onder de stenen het graf verbergt van de vele grootheden uit de geschiedenis van Almelo.
De tuin is er een met mogelijkheden. Aanwezig op een manier zoals je die zeker achter de IJssel zelden ziet. Wie zijn fantasie gebruikt, ziet hier al gauw een nieuw landschapspark in het verschiet liggen. Wellicht iets in de geest van de Apenheul of het Ouwehands Dierenpark. Voor de stad is het een plek om te koesteren. Hek eromheen, zou je zeggen, en dan gauw openstellen voor publiek. Dan heeft Almelo er een attractie bij waarvan de stad nog heel lang plezier kan hebben.