Als geen ander weet hij wat kwetsbaarheid is. Tekenaar Frederik Roes was ernstig ziek, maar hervond zichzelf in de kunst. Zijn tekeningen, deze maand te zien in Oldenzaal, getuigen van de broosheid van het bestaan.
Elke dag, om acht uur ’s morgens, begint hij te tekenen. Twee uur lang, zonder vooropgezet plan, zit Frederik Roes dan aan een tafel in z’n woonkamer over het papier gebogen. Over het resultaat is hij soms tevreden, soms diep ongelukkig. Aan het einde van de ochtend, na een ontbijt en een stevige wandeling, beziet hij de oogst met een frisse blik. „Het meeste gooi ik weg. Alleen het allerbeste blijft bewaard.”
Wat de toets van zijn kritiek doorstond, is deze maand te zien in het Palthe-Huis te Oldenzaal. Roes, geboren en tot voor kort woonachtig in Eibergen, toont er zijn meest recente werk: grote vellen getekende hoofden in zwart-wit, uit elkaar getrokken en vervormd. Oudere tekeningen zijn er ook. Eenvoudiger, gevarieerder, maar met dezelfde lading. Van welke formaten of materialen Roes zich ook bedient, zijn thema is altijd hetzelfde: de kwetsbaarheid van de mens.

Hoewel zijn werk figuratief is, is het allesbehalve voorspelbaar en gemakkelijk. Een oudere tekening in Oldenzaal illustreert, zegt hij, hoe hij zichzelf als tekenaar ziet. Op een trap, weergegeven in een paar lijnen, werkt een gestalte zich omhoog. „Zo is het kunstenaarschap: balanceren op een smalle trede, tussen hemel en aarde. Aan de ene kant is er de totale abstractie, aan de andere kant de werkelijkheid van alledag. Tussen die twee uitersten door probeer ik mijn weg te vinden. Zolang me dat tenminste nog wordt gegund.”
Voor het volledige interview met Frederik Roes: lees de TC Tubantia van woensdag 16 februari
Frederik Roes: Wit tegen zwart
Oldenzaal, Museum het Palthe-Huis, di-vrij 10.00-17.00 uur, za en zo 14.00-17.00 uur (t/m 13 maart)
