Iedereen kent ze: aap noot mies. Hele generaties mensen hebben met die woordjes leren lezen. Het leesplankje van meester M.B. Hoogeveen en tekenaar Cornelis Jetses bestaat inmiddels een eeuw. Reden voor het Nationaal Onderwijsmuseum om de geschiedenis ervan te vertellen.
door Eric Kok
Leren lezen is een wonder. Kinderen ontdekken al vroeg de letters en de klanken. Deschool speelde daar vroeger op in met het leesplankje: een houten bord met zestien tekeningen met daaronder hetbijbehorende woord. De kinderen konden met losse letters de woorden leggen. „Wat niet iedereen meer weet, is dater veel meer bij hoorde”, zegt conservator Jacques Dane van het Onderwijsmuseum. „Voor de klas stond een grote leesplank. Er was een Vertelselplaat, waarop de figuren van de leesplank terugkwamen. Er waren leesboekjes metverhalen over Teun en zijn aap, de poes Mies en alle andere figuren.” |
Hoogeveen schreef al in 1892 over zijn eerste ervaringen met een klassikale leesplank, waarschijnlijk naar Duits voorbeeld. Hij experimenteerde ermee in zijn klas in het Friese Stiens. Later, toen hij hoofd van een school in Deventer was, gaf hij een eerste versie uit. Het plankje begon met de woorden raam roos neef. Het vijfde woord was gat, erboven was een gat in de leesplank geboord. Dat was handig, zo kon de plank opgehangen worden. Het plankje werd niet bijster goed verkocht. Het was slordig afgewerkt, en niet alle klanken kwamen aan bod: -eu- en -uu- ontbraken.
De grote doorbraak kwam toen de Groningse uitgever Wolters de leesmethode overnam. Het vernieuwde leesplankje verscheen in 1910, de klassieke versie met aap noot mies. Het woord bok kreeg een punt op de -o-, omdat die korter klonk dan de -o- in hok. De stomme -e- van weide en schapen werd klein gedrukt, en boven de -a- in schapen stond een streep, om aan te geven dat het een lange klinker was.
Cornelis Jetses kreeg opdracht om nieuwe tekeningen te maken, onderwijzer Rieks Scheepstra maakte nieuwe leesboekjes. Ze schiepen een romantisch beeld van het platteland, met kinderen uit arbeidersgezinnen of boerenfamilies in de hoofdrol. Wim speelt met Kees de hond, een aardig beest, 'scherpe tanden maar niet kwaad, behalve als hij geplaagd werd'. De poes Mies ligt in de vensterbank voor het raam in het zonnetje. De grote problemen van die tijd bestaan in deze wereld niet.
Ook koningin Juliana leerde met deze leesplank lezen. Hoogeveen reisde speciaal naar paleis Soestdijk om eenextra mooi uitgevoerd plankje aan koningin Wilhelmina te overhandigen. Jetses mocht tot zijn eigen teleurstelling nietmee.Een kleine twintig jaar later werd de methode gemoderniseerd. Op de tekeningen maakten de auto en fiets hun entree. De kinderen droegen schoenen in plaats van klompen.
Het plankje is tot diep in de jaren zestig gebruikt, maar werd toen ingehaald door modernere methodes zoals 'Veilig leren lezen' en 'Letterstad'. Toch kennen jongeren aap noot mies nog steeds. Dat is mede te danken aan denostalgische tekeningen van Jetses. De plankjes worden gereproduceerd op ansichtkaarten, koekblikken, broodtrommels, koffiemokken, dienbladen, placemats, sleutelhangers, wandkleden, verpakkingen van chocolaatjes en ach, wat al niet meer. Er verschenen eigentijdse versies, waarop politici als Van Agt en Kok en maatschappelijke fenomenen als dierenmishandeling en milieuvervuiling geboekstaafd werden. Kortom, het leesplankje is niet dood, het
leeft.
Aap noot mies. Tot en met 22 augustus in het Nationaal Onderwijsmuseum, Nieuwemarkt 1a, Rotterdam (in de buurt
van station Blaak). Maandags gesloten.