Het Mauritshuis in Den Haag bezit vijftien werken van Jan Steen, maar toonde die zelden allemaal. De komende maanden is dat anders: de meest kluchtige schilder uit de Nederlandse kunstgeschiedenis wordt met een speciale tentoonstelling, 'Leven in de brouwerij', geëerd
door Francoise Ledeboer
Aanleiding om het depot weer eens te openen, was de recente verwerving van een historiestuk van Jan Steen (1626-1679). Met steun van de BankGiro Loterij werd uit een particuliere collectie 'Mozes en de kroon van de farao' aangekocht. Zo'n historiestuk ontbrak tot nu toe in de collectie, terwijl de kunstenaar er toch zo'n zeventig heeft geschilderd, puttend uit zijn rijke kennis aan klassieke en Bijbelse taferelen.
Voor 'Mozes en de kroon van de farao' gebruikte Jan Steen een 'apocrief' verhaal dat niet in de Bijbel terechtkwam. Als peuter maakte Mozes de kroon van de farao kapot, waarop een adviseur de vorst influisterde de jongen te doden omdat dit een voorbode van later onheil zou zijn. Mozes kreeg één kans zijn onschuld te bewijzen. Wat zou hij kiezen: een brandend kooltje of iets nemen van schalen met goud en spijs? Het jochie koos uiteraard - er stond hem later nog veel te doen - een kooltje. Hij stopte het in zijn mond en zocht huilend troost bij de dochter van de farao die zijn pleegmoeder was.
Ook van dit serieuze onderwerp maakte de kunstenaar een schilderij waarom we nog steeds kunnen glimlachen: de boertige farao vol achterdocht, en de adviseur met zijn valse blik en lelijke neus, zijn voortreffelijke karikaturen. Steen was daarnaast een gevoelig portrettist. Topstuk uit het Mauritshuis is het portret van de zesjarige Jacoba Maria van Wassenaer, ook wel bekend als 'De hoenderhof' omdat de kunstenaar het schattige meisje vereeuwigde op een binnenplaats met scharrelend pluimvee.

Uit het Rijksmuseum in Amsterdam kwam het portret van de deftige Adolf en zijn dertienjarige dochter Catharina Croeser op de stoep van hun huis aan de Oude Delft. De expositie omvat verder een selectie van zijn verleidelijke vrouwen. Jan Steen excelleerde als geen ander in de verbeelding van jonge vrouwen die met schalkse blikken oesters eten, een gerecht bekend om zijn lustopwekkende capaciteiten, en van minzieke meisjes die liggen te smachten naar hun geliefde, en voor niets een arts laten komen.
De vrouw op 'De kaartspelers' liet Jan Steen iets anders doen: onbeschaamd vals spelen. De kunstenaar bevestigt zijn reputatie van vrolijke feestvierder op deze expositie met een schilderij waarop drie generaties van de familie Steen rond een tafel vrolijk bijeen zitten. Moeder Grietje krijgt nog eens ingeschonken en vader Jan geeft zijn zoon een trekje van een lange pijp. Grootmoeder wijst op een vel waarop - zo hoorde het in de schilderkunst van de Gouden Eeuw - de moraal van deze scène is geschreven: 'Soo voer gesongen, soo na gepepen'
('Zo de ouden zongen, zo piepen de jongen').

De vele feestvierende gezelschappen die Jan Steen vereeuwigde - met volwassenen die het er lekker van nemen en niet denken aan het slechte voorbeeld dat ze hun kinderen geven - leven nog steeds voort in de uitdrukking 'een huishouden van Jan Steen'. In tegenstelling tot zijn reputatie heeft Steen het overigens helemaal niet te bont gemaakt in zijn leven; hij was een productief kunstenaar die honderden werken heeft nagelaten.
'Leven in de brouwerij, Jan Steen in het Mauritshuis', tot en met 13 juni.
www.mauritshuis.nl