TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen

TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen | Moderne meesters in de Hermitage Amsterdam

Moderne meesters in de Hermitage Amsterdam  

door Ronald Ockhuysen 

„Sjtsjoekin en Morozov wilden met Europees bloed de Russische kunst een nieuwe weg laten inslaan. Na Monet en de impressionisten te hebben ontdekt, ontwikkelde het duo, in het begin gedreven door de wens zijn herenhuizen vol kunst te hangen, zich binnen enkele jaren tot trendsetters," zegt Albert Kostenevich, conservator van de Hermitage inSt. Petersburg.

Het leven van de Morozovs en Sjtsjoekins is als een roman van Lev Tolstoj. Sergej Sjtsjoekin was een zoon van een vermogende koopmansfamilie. Zijn oudere broer Pjotr bracht in de tweede helft van de negentiende eeuw een belangrijke historische verzameling bijeen en liet er in Moskou een museum voor bouwen. Iwan, één van zijn broers, nam gif in toen hij hoorde dat zijn El Greco's vervalsingen waren. Een ander schoot zich na een bezoek aan het Parijse atelier van André Derain een kogel door het hoofd. De Morozows klommen op van straatarme lijfeigenen tot textielbaronnen. In 1890 had de familie bijna 40.000 arbeiders in dienst; aan het begin van de Eerste Wereldoorlog ruim 54.000.

De multimiljonairs Ivan Morozov en Sergej Sjtsjoekin zochten in de tweede helft van hun leven toenadering tot de voorlopers van de nieuwe kunst van net na de eeuwwisseling. Ze kochten consequent hun werk en gaven de kunstenaars geld om van te leven. Kostenevich: „Niet alleen naar Moskouse, maar ook naar Europese maatstaven streefden Sjtsjoekin en Morozoviedereen voorbij in het aankopen van de meest gedurfde werken van het begin van de twintigste eeuw. Alleen al van Matisse had Sjtsjoekin 37 schilderijen, waaronder, bleek later, diverse mijlpalen in de geschiedenis van de kunst."

Het merendeel van de Russische maatschappij rond de eeuwwisseling beschouwde de impressionisten als charlatans.Wie het in zijn hoofd haalde hun schilderijen te verzamelen en te exposeren, werd voor bedrieger aangezien. Kostenevich: „Ze volgden hun eigen pad, en gingen daarin ver. Tegen de stroom in. Zo herkende Sjtsjoekin in Matisse de leider van een nieuwe beweging. Daaraan is het te danken dat Rusland de eerste 'importeur' werd van deze kunstenaar."

In 1908 verwierf hij – hij bezat ook vijftig werken van Picasso – het zojuist vervaardigde De jeu-de-boulespelers en een hele reeks stillevens uit uiteenlopende jaren. Daarbij sprak hij ook met de kunstenaar af dat Harmonie in rood, dat in datzelfde jaar nog werd omgewerkt tot De rode kamer, voor hem zou zijn. Door deze opdrachten en aankopen werd Sjtsjoekin de beschermheer van Matisse. Toen zoon Pierre Matisse werd gevraagd of zijn vader de doeken op zulke schaal ook zonder Sjtsjoekin had gemaakt, antwoordde hij: „Hoezo? Voor wie dan?"
Tijdens de Oktoberrevolutie van 1917 legde de Russische staat beslag op de collecties. Een deel ging in 1948 naar de Hermitage, een ander deel ging naar het Poesjkin Museum in Moskou. De Hermitage durfde het pas in 1956 aan deze moderne kunst te tonen.
 Sinds die tijd zijn de meesterwerken een vast onderdeel van het museum – een aanzienlijk deel is nu voor het eerst in Amsterdam te zien.
Met Sjtsjoekin en Morozov liep het niet goed af. Kunstenaar Joeri Annenkov, een vriend van de communisten, vertelde eens hoe hij samen met Trotski een bezoek bracht aan het huis van Sjtsjoekin: „Het museum was genationaliseerd en aan Sjtsjoekin zelf, die Picasso had ontdekt, die Matisse had ontdekt, aan Sjtsjoekin die in Moskou een museum van onschatbare waarde had gesticht voor de nieuwe Europese schilderkunst, aan die Sjtsjoekin, een van de meest vrijgevige mensen, was in zijn eigen huis de naast de keuken gelegen bediendenkamer
toegewezen."

Nog veel ernstiger dan deze vernedering was het gevaar van een dreigende arrestatie, waarvoor Sjtsjoekin als vertegenwoordiger van de bourgeoisie moest vrezen. Beducht voor repressies vluchtte hij naar Frankrijk, waar hij in 1936 berooid stierf. Ook Morozov raakte alles kwijt. Hij werd na de revolutie assistent van de directeur van het museum dat de kunst herbergde die hij zelf had gekocht. Kort daarop verliet hij gedesillusioneerd zijn land.
Het woonhuis van Morozov is nu de Moskouse kunstacademie. In de hal hangen foto's van die bijzondere jaren een
eeuw geleden, toen de muren vol hingen met werken van Sisley, Gauguin, Bonnard en Cezanne. Hoe kon het gebeuren dat juist in Rusland, waar de schilderkunst van oudsher doordrongen is van een socialistisch realisme, een dergelijke verlangen naar nieuwe en onbevangen westerse kunst kon ontstaan? Kostenevich kijkt meewarig over een ijskoude straat in Moskou. „Deze mannen hadden heel veel smaak. En er
leefde en sterke wens om het menselijke bestaan nieuwe inhoud te geven. Om afstand te doen van achterhaalde principes. Morozov en Sjtsjoekin slaagden daarin. Tot de revolutie hun pionierswerk wegvaagde."

 Matisse tot Malevich. Hermitage Amsterdam. www.hermitage.nl

 
Moderne meesters in de Hermitage Amsterdam van  Herman Haverkate
Gepubliceerd: 08-03-2010 , Laatst bijgewerkt: 01-06-2010