De Italiaanse kunstenaar Giuseppe Penone haalt de natuur in het museum. De Pont in Tilburg heeft vanaf deze week een expositie van Penone waarin zijn tekeningen centraal staan.
door Gerrit van der Hoven
De traditionele zomerexposities van tekeningen van kunstenaars in De Pont zijn de laatste jaren fors uitgedijd. Ging het in het verleden vooral om een reeks van tekeningen in de wolhokken van de vroegere textielfabriek, tegenwoordig zoekt directeur Hendrik Driessen de breedte op. Tekeningen zijn nu slechts een onderdeel, zij het een belangrijk onderdeel. De expositie van Giuseppe Penone is zelfs een zeer forse tentoonstelling geworden met Penone's installaties, beelden en foto's in de gangen en de grote centrale ruimte én tekeningen in de
wolhokken.
Dertien jaar geleden had De Pont ook een expositie met deze uit de Arte Povera beweging voortgekomen Italiaanse kunstenaar. Die was toen heel anders van karakter. Penone (1947) is de laatste jaren zeer succesvol geworden. Dat heeft er ook toe geleid dat zijn werk qua omvang veel groter is. Dat springt in het oog in De Pont waar enkelemonumentale werken hangen.
Het lijkt een beetje bij beroemde kunstenaars te horen. Assistenten en grotere werkplaatsen zorgen ervoor dat er groter kan worden geproduceerd. Maar groter is niet altijd beter, zeker niet bij Penone. Een van de mooiste werken is 'Pelle di marma e spire d'acacia', een qua omvang bescheiden werk dat uit twee delen bestaat: het rechterdeel een linnen doek met gekleefde doornen van een acacia en het linkerdeel een marmeren plaat waarvan de aderen in de steen zijn blootgelegd.
Penone was eind jaren zestig de jongste van een groep Italiaanse kunstenaars die onder de noemer Arte Povera werden geschaard. Ze hadden niet zoveel met kant-en-klare verkoopbare kunstwerken, maar waren meer gericht op processen. Arte Povera, arme kunst, sloeg ook op de materialen die deze kunstenaars gebruikten. Die werden vaak uit de natuur gehaald of bestonden uit gerecyclede gebruiksvoorwerpen. Waar collega's als Kounellis, Anselmo en Mario Merz bleven hangen in hun bekende kunstje, bleef Giuseppe Penone zich sterk ontwikkelen als beeldhouwer.
Penone, een boerenzoon uit Garessio in de Noord-Italiaanse regio Piëmonte, groeide dicht bij de natuur op. Maar zijn verhouding tot de natuur is niet romantisch. Hij kijkt op een nuchtere, onderzoekende manier en lijkt te willen aantonen dat de natuur zelf in staat is ideale kunstwerken voort te brengen. Een van de eerste acties van Penone in de jaren zestig was het aanbrengen van bronzen of ijzeren voorwerpen in boombasten waarna hij bleef vastleggen hoe de boom noodgedwongen om het voorwerp heen groeide.
Penone heeft niet lang hoeven zoeken naar zijn thema's. Al meteen in het eerste wolhok hangen vroege tekeningen uit 1967 en 1968 waaruit blijkt dat zijn thematiek er al direct was. Tekeningen van jaarringen van bomen, een hand
waar een boom omheen groeit. Nelle Mane' ( 'In de handen') is de titel van de expositie. Een goede titel omdat de werken tot stand zijn gekomen in de handen van Penone. Ook als toeschouwer heb je de drang om de kunstwerken aan te raken, om de kou van hetmarmer te voelen of met je duim de nerf van een boombast te volgen.
Prachtig is een werk dat bestaat uit een grote lap gelooid leer, een horizontaal daarvoor gehangen en opengelegde boomstam in keramiek die gevuld is met hars. Dit is Penone op zijn best, een werk dat tastzin, neus én oog prikkelt. Op die momenten heeft het werk van Penone iets van poëzie en krijgt het een grote associatieve kracht. Bij demonumentale werken is dat gevoel van intimiteit minder. Je kunt slechts van een afstand kijken en de tactieleeigenschappen van het werk zijn daardoor minder makkelijk te doorgronden. Penone's kunst heeft geen monumentale schaal nodig om te overtuigen.
Giuseppe Penone: Nelle Mani - In de handen. De Pont, Wilhelminapark 1, Tilburg, t/m 26 september.