Achter de grote witte voordeur begint de achttiende eeuw. Museum Het Drostenhuis in Ootmarsum, open sinds 2005, is een museum met een verhaal. Over drosten en een mooie kunstcollectie, maar ook over het excentrieke echtpaar dat zich in de herfst van hun leven over dit monumentale herenhuis in Twente ontfermde.
'Dat is hem, de huismeester.’ Rob Meijer, conservator van het Drostenhuis, wijst op een klein, ovaal portret boven de deur. Een man met een hoekige kop en stevige bakkebaarden kijkt de bezoeker aan: Hendrik Knijpinga Cramer, de laatste drost van Twente en twee eeuwen terug de bewoner van het statige herenhuis aan de Walstraat in Ootmarsum.
Meijer staat in de hal, met z’n zwart-witte marmeren vloer de voorbode van een vrijwel compleet interieur uit de achttiende eeuw. Wie het woonhuis achter de fraaie gevel met z’n torentje betreedt komt letterlijk in een andere wereld. Meubels, beelden, serviezen, decoraties en zelfs drie piano’s in de stijl van het Empire, tijd van Napoleon en het keizerlijke Frankrijk van de vroege negentiende eeuw. Maar ook schilderijen van bekende kunstenaars uit de Gouden Eeuw: een stemmig landschapje op paneel van Aert van der Neer en twee samenhangende portretten van de jonge stadhouder-koning Willem III en zijn Engelse vrouw Maria Stuart, gemaakt door Nicolaes Maes.
„Henrick Mulder, degene die dit hele interieur bij elkaar heeft gebracht, heeft daarover nog gecorrespondeerd met prins Bernhard. Ook Beatrix en Claus hebben de portretten gezien. Die zijn in de jaren zestig en zeventig op de koffie geweest. We hebben het hier natuurlijk wel over schilderijen die direct te maken hebben met de geschiedenis van het koninklijk huis.”

Het Drostenhuis in Ootmarsum, open voor publiek sinds 2005, is een huis met een verhaal. Een verhaal van drosten en patriotten, maar - en misschien nog wel meer- van een twintigste-eeuwse kunstprofessor uit Amsterdam die in de jaren 1950 op slag verliefd werd op het huis en , samen met zijn vrouw Elisabeth Mulder-Eerdmans, van de restauratie zijn levenswerk maakte.
De Mulders waren gefortuneerde, enigszins excentieke idealisten, zegt Hans Dekkers, voorzitter van de naar het echtpaar vernoemde stichting. „Ze kwamen hier bij toeval aangereden. In zo’n grote Amerikaanse slee. Zij is daarmee later op de A1 nog eens aangehouden. Ze reed 160 toen, tachtig jaar oud. Toen de politie haar had vertelde, zei ze gewoon: onmogelijk op mijn leeftijd. En, verdomd, ze is ermee weggekomen. De betreffende agent heeft nog geïnformeerd of die Amerikaanse wagen kon kopen.”
Henrick Mulder was hoogleraar in de sociologie van de kunst in Amsterdam. Maar ook sociaaldemocraat, oud-lid van de Eerste Kamer, verzetsheld en voormalige wethouder van Amstelveen. Zijn vrouw was pianiste en oud-ambtenaar op het ministerie van onderwijs. „Ze hadden geen kinderen, dat verklaart veel. Dit huis, waar ze vanaf 1972 zijn gaan wonen, is het kind geworden dat ze zelf nooit hebben gekregen. Op een van hun vele tochtjes door het land hebben ze het gevonden. Mulder zag er onmiddellijk de waarde van in. Van heel Ootmarsum trouwens, op dat moment niet meer dan een vervallen, zwaar verwaarloosd stadje. Dat hele verhaal van die drost was volkomen onbekend. Daar heeft hij zelfs nog een hele controverse over gehad met de plaatselijke historicus Gustaaf Klaas.”
Het voormalige Drostenhuis verkeerde in de jaren 1950 in deplorabele staat. „Er woonden drie families. Het interieur was volkomen op z’n kop gezet. Een fatsoenlijke wc ontbrak. In de tuin stond een houten schijthuis.” Aan de hand van de oude balken, tekeningen en vergelijking met andere interieurs uit de late achttiende eeuw, bracht het echtpaar de woning geleidelijk in de oude staat terug.
„Tot 1978, de dood van Henryck, stroopten ze met z’n tweeën alle kunstveilingen af. Alles in dit huis is door hen persoonlijk aangekocht. Vooral mevrouw was een heel slimme. Die ging bij een veiling gewoon pal voor de meest bekende handelaars zitten en luisterde af wat zij met elkaar bespraken. Maar ook haar man kon er wat van. Toen hier in de kerk de grafkelder van Van Heiden Hompesch (een andere drost uit de achttiende eeuw) werd ontdekt, was hij er als de kippen bij. Toen hij in die crypte een familiewapen zag, zei hij gewoon: die hoort bij mijn huis.”

De geschiedenis van het Drostenhuis gaat terug tot de zeventiende eeuw. Toen was het, zoals zoveel huizen rond het kerkplein in Ootmarsum, een eenvoudige stadsboerderij. In de achttiende eeuw werd het uitgebreid en voorzien van een uitgewerkte gevel. In 1782 werd het de woning van Hendrik Knijpinga Cramer, telg uit een bekende Ootmarsumse familie die rechten had gestudeerd in Groningen en in de Frans-Bataafse tijd de enigszins uitgeklede funcie van drost of baljuw bekleedde.
Meijer: „Knijpinga Cramer was een Patriot, zij het van het opportunistische type. Hij profiteerde van de politieke veranderingen. Van oudsher woonden de drosten van Twente op de Commanderie, hij dus in dit huis vlakbij het kerkplein. In de achterkamer werd recht gesproken. De kelder fungeerde als gevangenis. Daar kon je alleen naar binnen vanaf straat, via een tralieraam. Hij was een markante figuur. Een vrijgezelle, gierige schuinsmarcheerder die bij z’n meid een kind verwekte. Ook als student is hij een grote losbol geweest. Na het vertrek van de Fransen zat hij nog even in de Provinciale Staten. Hij stierf in 1815.”
Na zijn dood raakte het huis in verval. Tot het echtpaar Mulder er zich, diep in de twintigste eeuw, over ontfermde. Mulder zelf woonde er uiteindelijk maar een paar jaar, zijn vrouw tot 2005. Drie jaar later, dertig jaar na haar man, stierf zij in Huize Franciscus in Ootmarsum.
„Het was hun diepste wens dat dit huis ooit zou worden opengesteld voor het publiek. Dat is ook vanaf 2005 gebeurd. We draaien zonder een cent subsidie. Dat is gek. In Overijssel zijn twee drostenhuizen. Dat in Zwolle krijgt een ton per jaar, wij helemaal niks. Ons vermogen is het geld dat de Mulders zelf hebben nagelaten. We zijn het aan hen verplicht om dit huis met zorg te onderhouden. De geest van Mulder waart hier nog door elke kamer. In de vitrine in hal liggen nog z’n medailles en zijn pijp. Die man sliep in een hemelbed, met een slaapmuts op. Samen met z’n vrouw schuifelde hij er elke nacht met een kaars naartoe. Zoveel inzet en liefde, dat mag natuurlijk nooit verloren gaan.”
Ootmarsum, Walstraat 1
Het museum is tot 1 april geopend op zondag. Van 1 april tot 1 november is het Drostenhuis elke dag open. Openingstijden: 13.00 tot 17.00uur. Een entreekaartje geeft ook toegang tot het Openluchtmuseum.