Met op het ene podium Go Back To The Zoo en op het andere The Cult sloot Dauwpop gisteravond een van haar succesvolste edities af. Met name de laatste was daar debet aan. Zoals zanger Ian Astbury al aankondigde, volgde de headliner niet de route der platgetreden paden. Naast She Sells Sanctuary en Sweet Soul Sister, was er ruimte voor obscure uitstapjes. De bezwerende set van een uitstekend in vorm zijnde hoofdact was het hoogtepunt van het door 12.500 mensen bezochte festival.
Door Erik Krebbers
Hoe anders was de sfeer aan het eind van de ochtend, toen Dauwpop haar toegangspoorten opende. Altijd vermakelijk om te zien hoe een festival ontwaakt. Op het kolossale hoofdpodium probeerde het nieuwe talent Krystl er het beste van te maken. „ Zijn jullie al wakker genoeg om mee te zingen?” informeerde de blondine. Een volmondig „Nee!” viel haar ten deel. Ach ja, alle begin is moeilijk.
Toch waren de vier podia over het algemeen sterk bezet. Open deurtjes werden zo veel mogelijk vermeden, terwijl Nederlandstalige onbenullen mooi buiten de hekken waren gehouden. Dauwpop koos voor kwaliteit.
Vooral de wat kleinere Surprise Stage deed het wat dat betreft goed. Dazzled Kid, Tim Knol en DeWolff trokken de tent moeiteloos vol. Zij deden wat je van hen mocht verwachten, iets dat niet gezegd kon worden van The Levellers. Ooit het paradepaardje van de Britse folkrock, gisteren een uitgebluste, routineuze herenclub.
Wat een verschil met de jonge honden van The Joy Formidable. Het trio uit Wales was de grote onbekende van het festival, maar de gruizige gitaarmuur van de platinablonde Ritzy Bryan bracht daar in no time verandering in. Binnen drie kwartier werd de tent opgeblazen, dankzij de beestachtig harde bas van Rhydian Daffyd en de mokerslagen van drummer Matt Thomas. De onderliggende geluidslagen deden de rest.
De Belgische topact Triggerfinger bewees dat het meer dan hoofdpodium- waardig was. Frontman Ruben Block, als altijd tot in de puntjes gekleed en met de grijzende haren strak in de pommade, spoot zijn geile gitaarriffs de afgeladen tent in. Een afwisselende en knap opgebouwd set zette de songs van het laatste album, All This Dancin’ Around, prominent in de etalage.
Met The Baseballs werd het toch nog even makkelijk scoren. De Duitse rockabilly trip ontpopte zich als een hooggekuifde bruiloften- en partijenband. Gelukkig hadden we The Cult toen nog te goed.
Foto's Lenneke Lingmont