TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen

TwenteUITdeKunst een multimediaal platform op het gebied van uitgaan, kunst en cultuur en alle evenementen | Profiel Michael Moore

Profiel Michael Moore  

Door Jos van der Burg

Hè, Michael Moore in een overhemd met stropdas en een colbertje? Het gebeurt niet vaak dat Moore, Mike voor fans, geen slobberige spijkerbroek, vaal t-shirt en een baseball petje draagt. Voor een interview over Capitalism in het hol van de leeuw, de door Obama geboycotte rechtse tv-zender Fox News, wilde Moore zich vorige maand wel even omkleden. Niet alleen met zijn kleding paste de filmmaker zich aan de doelgroep van de zender aan - rechtse religieuze Amerikanen die in Obama een verkapte goddeloze communist zien - maar ook met zijn woordkeus.

Toen interviewer Sean Hannity Moore een 'schaamteloze socialist' noemde, trok de filmmaker zijn meest devote gezicht en noemde zichzelf een christen. Vervolgens haalde hij Hannity geestig onderuit toen deze vroom opmerkte dat ook hij een christen is en iedere zondag naar de kerk gaat. Waar ging de preek de laatste keer over, wilde Moore weten? Goh, kon hij het zich niet meer herinneren? Wat vreemd, het was toch nog maar twee dagen geleden. Altijd leuk om een politieke interviewer met een mond vol tanden te zien staan. "Heb je niet opgelet?", vroeg Moore sarcastisch.

Het fragment, dat te zien is op youtube, laat zien dat Moore naast documentairemaker een geharnaste debater is, die als een straatvechter alle trucs uit de kast trekt. Het verraadt zijn activistische achtergrond.

Moore werd in 1954 in Flint in Michigan geboren als zoon van een fabrieksarbeider bij General Motors. Dat laatste zal bijna iedereen weten, want Moore benadrukt altijd zijn blue-collar achtergrond. Ook in Capitalism, dat het uit elkaar gespatte zeepbelkapitalisme aanklaagt, gebruikt hij zijn arbeidersafkomst als wapen door met zijn vader, een tachtiger, naar het terrein van de gesloopte fabrieken van General Motors in Flint te gaan.


 
Samen staren ze naar de vlakte, waarop vroeger het vlaggenschip van de Amerikaanse autoindustrie stond. Er spreekt nostalgie, woede én retorisch talent uit de beelden. Dat talent uitte zich al jong, want op 18-jarige leeftijd werd Moore als jongste Amerikaan ooit in het bestuur van een highschool gekozen. Een universitaire studie brak hij na een paar jaar af, waarna de 22-jarige in Flint eigenhandig een links-radicaal magazine oprichtte. Na tien jaar doekte hij het blad op, omdat hij gevraagd werd voor de redactie van het landelijke, prestigieuze links-intellectuele magazine Mother Jones.
 
Moore verhuisde van de ruige industriestad Flint naar het hippe San Francisco. Het leek een mooie carrièremove, maar al na een half jaar werd Moore ontslagen. Zijn vertrek illustreerde twee dingen: Moore is geen teamspeler, maar een solist, en hij is geen intellectueel, maar een populist, die ingewikkelde kwesties graag giet in een zij-wij tegenstelling. De intellectuele debatten bij Mother Jones over politieke subtiliteiten waren aan Moore niet besteed.

Hij is geen man van het fileermens maar van de hakbijl of zonodig, de kettingzaag. Niet geslagen is altijd mis bij Moore, die liever een slag teveel uitdeelt dan te weinig. Dat maakt hem niet bijzonder, maar zijn gevoel voor humor wel. Moore presenteert zijn linkse visie en standpunten niet met gelijkhebberige verbetenheid, maar met humor. Wie een studie wil maken van humor als politiek wapen, kan niet om hem heen.

Moore keerde na zijn ontslag bij Mother Jones gedeprimeerd terug naar Flint. Hij stond op een kruispunt in zijn leven en nam bij toeval de goede afslag. Zonder filmervaring maakte hij met steun van locale activisten in 1989 de film Roger & me over Flint, waarin veel inwoners door de sluiting van de fabrieken van General Motors in diepe ellende verkeerden.  De documentaire, waarin de humor komt van Moores mislukte pogingen om General Motors-topman Roger Smith voor de camera te krijgen, was een enorm succes.

Dat Moore de feiten aanpaste aan de film - hij kreeg Roger Smith wél te spreken - bleek later. Het past bij zijn opvatting dat het doel de middelen heiligt. In de jaren negentig maakte Moore tv-reportages over rijk en arm in Amerika, schreef politieke pamfletten en werd in 2002 een megaster door Bowling for Columbine, een aanklacht tegen de Amerikaanse geweldscultuur. In de jaren erna volgden Fahrenheit 9/11, over de leugens rond de Irakoorlog, en Sicko, over het falende Amerikaanse gezondheidsstelsel, waarbuiten vijftig miljoen onverzekerden vallen.

Met Capitalism keert Moore na twintig jaar terug naar Flint en stelt vast dat de situatie niet beter is geworden, maar dat integendeel door de crisis heel Amerika in één groot Flint is veranderd. De schuld ligt bij Wall Street ("een krankzinnig casino") en het grootkapitaal, die schuldig zijn aan de financiële ellende van miljoenen. Capitalism is Moores radicaalste film. Voor het eerst roept hij op om het kapitalisme af te schaffen. Het woord revolutie valt. Toch ontbreekt het hem ook nu niet aan humor. Een Amerikaanse recensent stelde voor om Michael Moore met een verwijzing naar Chaplin en de grondlegger van het communisme Charlie Marx te noemen. Moore zal ermee vereerd zijn.

Capitalism, a love story draait op het Idfa en vanaf volgende week in de bioscopen. Zie www.idfa.nl

 
Profiel Michael Moore van  Riëtte Wennemars
Gepubliceerd: 18-11-2009 , Laatst bijgewerkt: 25-11-2009