Luc Besson, waar ben je toch mee bezig? De regisseur van Léon, de ontdekker van Natalie Portman en de bedenker van Nikita, vergooit zijn talent de laatste jaren vooral aan kinderanimatie. Sterker nog: middelmatige kinderanimatie. Maar het kan altijd nog erger. Met Arthur en de wraak van Malthazard scheept hij ons af met een halve, middelmatige kinderfilm. De tweede helft verschijnt eind volgend jaar.
Twee jaar zijn verstreken sinds de avonturen in Arthur en de Minimoys, waarin de tienjarige Arthur een minuscuul volkje genaamd de Minimoys in oma's achtertuin ontdekte. Nu lokt een noodoproep op een rijstkorrel Arthur opnieuw naar deze bijzondere, computergeanimeerde wereld.
De eerste Arthur-film had nog wel iets vertederends. Een jongetje dat zijn grootouders voor een faillissement wil behoeden, de wonderlijke wereld van de Minimoys, de onschatbare waarde van de eerste zoen. Maar voor deel twee zet Besson zich vast in een onmogelijke spagaat in een poging ook de volwassenen te entertainen.
Neem Paradise Alley, de rosse buurt van het Minimoys microcosmos. Het is wellicht een goede vondst voor de jongvolwassenen, maar zitten kinderen daar wel op te wachten?
Hetzelfde gaat op voor de verwarrende vertelstructuur. En wat te denken van Max, een rastaman zonder vingertoppen maar wel met een akelige huidaandoening? Of opperslechterik Malthazard, het lelijke broertje van Lord Voldemort? Probleem is: erg leuk wil het voor de volwassen kijker ook niet worden, vooral wanneer je vastzit aan de Nederlandse versie. De animatie is dan wel weer fijn. Maar dat is hier toch echt, te weinig, te laat.
BREGTJE SCHUDEL