Er was eens een ontrouwe adembenemende vrouw en een verblinde, sukkelige man. We hebben het over Carmen, het boek van Prosper Mérimée waarvan Bizet een onsterfelijke opera maakte en Hans Nesna en Maurits Binger in 1919 de zwijgende film Een Carmen van het Noorden.
Het verhaal over de fatale liefde is onverwoestbaar en blijft goed overeind in Jelle Nesna's low budget hiphopversie. De drie scenaristen, onder wie Nesna, verplaatste de handeling naar het grootstedelijke Rotterdam. Ook gaven ze het verhaal een zwieper
door van Carmen een R&B zangeres (pittig speelfilmdebuut Sanguita Akkrum) te maken en van soldaat Don José een rechercheur met een jeugdtrauma (Tygo Gernandt).
De onnozele hals valt als een blok voor Carmen, wat eindigt in een tragedie, die becommentarieerd wordt door rapper Duvel. Het unheimische nachtelijke Rotterdam ziet er prima uit in Carmen van het Noorden en de film heeft een stuwende dynamiek, maar de scènes op het politiebureau, met Thom Hoffman als collega-rechercheur, blijven steken in tweederangs Baantjer-clichés: "Ik ga wel kijken in de rosse buurt."
En het acteren van de grotendeels amateurcast drijft meer op enthousiasme dan op vakbekwaamheid. Wie de obstakels voor lief neemt, ziet een aanstekelijke poging om Carmen in de 21ste eeuw te parachuteren.
DOOR: Jos van der Burg